Waar mannen liefde bedoelen

“Toen de feministe Betty Friedan in 1961 het beeld van de 'mystieke vrouwelijkheid' hekelde, heeft zij nooit kunnen bevroeden hoe radicaal de demystificatie van het vrouwenlichaam wel zou worden doorgevoerd. De verspreiding van betrouwbare anti-conceptiva heeft de vrouw van de angst voor een ongewenste zwangerschap bevrijd, maar heeft tevens het vrouwenlichaam aan de mannelijke seks onderworpen, als een steeds beschikbare donut.”De Belgische filosoof Koen Raes schetst de gevolgen van de seksuele bevrijding - van one night stand tot heilig genot en van eikel tot preut - en houdt een pleidooi voor een erotische cultuur.

Twee verhalen over seksuele bevrijding

Toen de lucht nog blauw was en seks nog vies stond de westerse seksualiteitsopvatting volledig in het teken van angst en zonde. Die opvatting was doordesemd van de diepe wereld-, levens- en mensverachting die het katholicisme aan de wereld had opgedrongen. Seks was vies, onbehoorlijk, onmenselijk.

Tegenover die opvatting werd vooral na de Tweede Wereldoorlog grondig ten strijde getrokken. De seksuele bevrijding heeft ons letterlijk, zowel door nieuwe technologieën ('geboortebeperking') als nieuwe normen ('vrije seksualiteit mag') bevrijd van de angst voor de seksualiteit en de angst voor ons lichaam. En dat is maar goed ook.

Niettemin worden we vandaag geconfronteerd met nieuwe angsten: niet alleen de angst voor aids, maar ook de angst voor ongewenste seksuele intimiteiten, voor verkrachting en seksueel geweld, voor vrouwenhandel en seksueel misbruik van kinderen. Kennelijk heeft de seksuele bevrijding niet uitsluitend positieve resultaten geboekt, en blijkt er zelfs een nieuw anti-seksueel syndroom de kop op te steken.

Tegelijk kunnen we in de laatste decennia twee opmerkelijke ontwikkelingen vaststellen in de theoretische belangstelling voor liefde en seksualiteit in onze cultuur. Zij lijken elkaar radicaal uit te sluiten. Toch hebben zij eenzelfde voedingsbodem in de seksuele bevrijdingsbeweging.

Een expressieve ars erotica

In de hedendaagse literatuur worden de contouren geschetst van een erotische liefdesfiguur die op wederzijds respect en gelijkheid tussen de partners is gestoeld en tegelijk vrijer, meer verinnerlijkt, meer flexibel en dus ook kwetsbaarder is. In het kielzog van deze toenemende pychologisering van intermenselijke relaties worden aan de moderne erotische liefde tal van therapeutische functies toegeschreven en wordt het relationele steeds meer in affectieve termen geduid.

Er bestaan diverse historische vormen waarin de erotische liefdesfiguur als cupiditas - niet te verwarren met de christelijke figuur van de (naasten)liefde als caritas - in de westerse cultuur werd beleefd.

Er is (a) de lichamelijke, wellustige liefde, zoals die in de verhalen van de Franse schrijvers Restif de la Bretonne en Apollinaire wordt aangeprezen en die het prikkelen van de zinnen verheerlijkt;

er is (b) de radicaal a-morele galante liefde, waarbij het verleiden - liefst van een reeds gehuwd persoon - een doel op zich is en waar een Don Juan model voor staat; er is (c) de burgerlijke huwelijksliefde die door de filosoof Immanuel Kant wordt verdedigd en waarin trouw een centrale waarde is; er is (d) de hartstochtelijke romantische liefde van een Goethe of een Stendhal die het wereldse overstijgt en als een verslaving de partners in de ban heeft; en, tenslotte (e) de (post)moderne samenvloeiende liefde die seksueel genot en wederzijds respect met elkaar verbindt.

Die laatste, hedendaagse liefdesfiguur, nam onder druk van het feminisme, afstand van de romantische liefde en streeft nu naar een zuivere intieme relatie, gebaseerd op gelijkheid en ontdaan van rolpatronen en machtsverhoudingen.

Dergelijke liefde is onvoorspelbaar, onrechtvaardig, onplanbaar, onbestendig en niet-contracteerbaar. De vervloeiende liefde veronderstelt gelijkheid in de emotionele communicatie en verlangt naar authenticiteit en spontaniteit. Zij plaatst de ars erotica in het centrum van de liefdesverhouding en maakt van het bereiken van wederzijds seksueel genot een sleutelelement in het welslagen van de relatie.

In deze literatuur worden vooral de positieve verworvenheden van de seksuele bevrijding uit de jaren zestig jaren belicht. Een meer vrije, seksuele ethiek is verankerd binnen de gelijkwaardigheidsnorm. Een vrije seksualiteitsbeleving, waarin de partners zich volop kunnen uiten en waarin geen enkele seksuele voorkeur, of zij nu genitaal, oraal of anaal is, homo- of heteroseksueel, kortstondig of duurzaam is, als een perversiteit wordt opgevat, staat hier in het teken van de tolerantie en de zelfexpressie.

Het walhalla van de consumptie

Dit bovenstaande ethos van het expressieve individualisme staat in schril contrast met een individualisme waarin het ongebreidelde streven naar persoonlijk nut de enige norm is. Een dergelijke houding heeft de algehele commercialisering van liefdeloze seks mogelijk gemaakt, waarin de ander tot instrument wordt gemaakt van de eigen lustbevrediging.

Vanuit feministische hoek verschenen de afgelopen decennia dan ook vele boeken die deze houding kritiseren en die de seksuele revolutie op de korrel nemen, omdat zij vooral op een bevrijding van de mannelijke seksualiteitsbeleving zou zijn uitgedraaid, waaraan de vrouw zich willoos, en met ontkenning van haar eigen zinnelijkheid, dient te onderwerpen. Met name het Amerikaanse feminisme wordt vandaag gedomineerd door de discussie over de te voeren strijd tegen verkrachting, ongewenste intimiteiten en pornografie. Recent werd daar ook nog kindermisbruik en kinderpornografie aan toegevoegd, waarvan de netwerken veel ruimer verspreid blijken te zijn dan men lange tijd durfde geloven.

De invloed van deze nieuwe negatieve kijk op seksualiteit wordt treffend beschreven in The morning after. Sex, fear and feminism (1993) van Katie Roiphe, waar zij een beeld schetst van de actuele sfeer op de campus van Princeton University, die wordt overheerst door 's nachts blauw verlichte veiligheidstelefoons om verkrachters af te schrikken en waar eerstejaars-studenten worden overstelpt met waarschuwingen tegen een al te spontaan ingaan op mannelijke avances, want 'waar mannen liefde bedoelen, bedoelen zij altijd slechts seks'. Het seksuele staat hier, met de aids-dreiging daar nog bovenop, opnieuw in het teken van angst en onzekerheid en wordt in verband gebracht met gevaar en geweld. Zoals in de jaren zestig, toen seksuele voorlichting vooral bestond uit waarschuwingen tegen geslachtsziekten en seks voor het huwelijk. De regels betreffende seksualiteit nemen opnieuw de vorm aan van geboden en verboden en reductie van het seksuele tot machtsmisbruik en perversiteit.

Men kan zo'n anti-seksueel syndroom hekelen, maar men kan niet om de feiten heen. Ondanks de gelijkberechtiging van vrouwen nemen seksueel geweld en verkrachting niet af. En hiervoor zijn in 99% van de gevallen mannen verantwoordelijk, net zoals porno en (kinder)prostitutie hoofdzakelijk naar mannen zijn gericht en door mannen worden geconsumeerd. Is dit seksuele bevrijding?

Toen de feministe Betty Friedan in 1961 het beeld van de 'mystieke vrouwelijkheid' hekelde, omdat dit, onder het mom van kwetsbaarheid, het vrouwenlichaam kooide, heeft zij nooit kunnen bevroeden hoe radicaal de demystificatie van het vrouwenlichaam wel zou worden doorgevoerd. De verspreiding van betrouwbare anti-conceptiva heeft de vrouw van de angst voor een ongewenste zwangerschap bevrijd, maar heeft tevens het vrouwenlichaam aan de mannelijke seks onderworpen, als een steeds beschikbare donut.

De zogeheten seksuele bevrijding heeft dus niet uitsluitend die bevrijding van het zinnelijke met zich meegebracht, waarvan de strijders van het eerste uur droomden. Het neerhalen van de oude anti-seksuele verbodsmoraal heeft niet meteen een nieuwe seksuele ethiek met zich meegebracht, waarin dat seksuele niet wordt gedisciplineerd, maar gecultiveerd, verfijnd in plaats van verdrongen.

De seksualiteitsbeleving blijkt ten prooi te zijn gevallen aan een nietsontziend individualisme en aan een seks-industrie die voor elke seksuele voorkeur een aanbod heeft. De commercialisering van het seksuele gaat hand in hand met een lustethos, dat het bevredigen van steeds weer nieuwe individuele strevingen tot het walhalla van het goede leven heeft verheven.

Een tweeling

Hoewel de expressieve seksualiteit en de consumptieve seksualiteit radicaal aan elkaar zijn tegengesteld, hebben beiden hun voedingsbodem in dezelfde strijd tegen de anti-seksuele genotsmoraal uit de jaren zestig.

Voor de eerste was de afbraak van de oude waarden en normen aanleiding voor het ontwikkelen van een nieuwe seksuele ethiek. Voor de tweede leidde het tot het overschrijden van iedere seksuele norm. De seksuele bevrijding heeft een tweeling gebaard, met twee verschillende karakters.

Het gaat er hier niet om de bedoelingen van de seksuele bevrijders van het eerste uur (zoals de Oostenrijkse psychoanalyticus Wilhelm Reich met zijn 'Sexpol'-beweging uit 1928, de Duitse denker Reimut Reiche en de Belgische seksuoloog uit de jaren zeventig Jos van Ussel) te evalueren. Hun bedoelingen waren zonder twijfel emancipatorisch en overigens hebben zij zelf ook op de gevaren van een ontsporing gewezen.

Maar het valt niet te loochenen dat diezelfde seksuele bevrijding mede het pad heeft geëffend voor een verregaande commercialisering en een nietsontziende exploitatie van het seksuele. Opmerkelijk is tevens dat het debat hierover, behalve aan conservatieve zijde, nauwelijks wordt gevoerd en dat progressieven kennelijk heel wat alerter reageren op uitingen van racisme dan op uitingen van seksisme, met name waar het de uitbuiting van vrouwen en kinderen betreft. Even opmerkelijk is dat het debat meteen wordt verengd tot een discussie over verboden en censuur.

Normloos

Dit laatste vertolkt een specifieke opvatting over moraal, die diepe wortels heeft in onze cultuur. Moraliteit wordt er benaderd als gehoorzaamheid aan een externe norm; vanuit een dergelijke optiek kan een seksuele ethiek alleen maar een anti-seksuele ethiek zijn - een ethiek die het lichaam en de zinnen disciplineert en onderdrukt in naam van een hogere norm. Verwerping van een dergelijke ethiek wordt dan gelijkgesteld aan de verwerping van waarden en normen tout court. Bevrijding wordt gezien als een anti-moreel project, een project om zich van alle vreemde en vervreemdende normen - met andere woorden: van de moraal - te ontdoen.

Nochtans is er wel degelijk een andere opvatting mogelijk, waarin het ethische het seksuele niet verdrukt, maar juist verfijnt, waarin een seksuele ethiek wortelt in een seksuele praktijk die vaardigheden vergt, die kunnen worden vervolmaakt. Dergelijke ars erotica, zoals we die aantreffen in de Kama Soetra van Vatsyayana, de Koka Shastra van Kokkoka of in De welriekende tuin van Nefzawi Seikh Omar Ibn Mohammed - het is beslist geen toeval dat ik hier drie klassiek-oosterse werken vermeld - stelt de erotiek als een deugdzaam handelen voorop, een handelen dat zich niet buiten de sfeer van de cultuur en van de ethiek bevindt, maar daarvan een integrerend bestanddeel vormt. Een dergelijke seksuele ethiek werd echter niet ontwikkeld in de moderne westerse cultuur; het seksuele werd een amorele praktijk, een gedrag zonder codes en regels, zonder uitgesproken standaarden van uitmuntendheid waarin de goede minnaar zich zou kunnen vervolmaken.

Het is kenmerkend voor een cultuur waarin een opvatting van moraal-als-gehoorzaamheid domineert, dat 'conservatieven' en 'bevrijders' het vaak eens zijn over wat het betekent moreel te handelen. Voor beiden gaat het om een onderwerping aan een extern gezag en voor beiden kan het verwerpen van dergelijk gezag alleen maar als anti-moreel begrepen worden. Door beiden wordt tolerantie er spontaan met permissiviteit (het uit gemakzucht toestaan van veel vrijheden) verward, omdat men het verschil niet ziet tussen verdraagzaamheid uit respect voor de vrije keuzen van een ander en het door de vingers zien uit onverschilligheid.

Vrijheid wordt hier gezien als een vrijbrief om elke voorkeur - ook waar zij de vrijheid van een ander vertrapt - te legitimeren; waar er geen externe waarden en normen gelden, blijven er alleen maar subjectieve voorkeuren over.

Mateloos

Een dergelijk bevrijdingsethos spoort bijzonder makkelijk met de logica van de markt, die voor elke voorkeur wel een aanbod heeft. Het a-moralisme van de markt zet de deur wijd open voor de commerciële exploitatie van een ongebreidelde seksuele begeerte die geen enkele grens meer erkent en juist het verschil doet vervagen tussen tolerantie voor andere seksuele voorkeuren die op wederzijds respect zijn gebaseerd en voorkeuren die, integendeel, de ander tot object van de eigen begeerte reduceren.

Hier wordt een opvatting van lustbevrediging gehuldigd als grenzeloze bevrediging, als een genieten zonder maat. Dat kan prachtig worden geïllustreerd aan de hand van een onderschrift dat in Nederland verschijnt bij reclames voor alcoholische dranken: 'geniet, maar met mate'. Echte epicuristen zouden zoiets niet begrijpen: waarom 'maar'. 'Geniet, dus met mate', dat is toch de evidentie zelve. Mateloos genieten is een contradictio in terminis.

Maar in onze cultuur is genieten kennelijk per definitie een kwestie van overdaad, het zoeken naar altijd weer nieuwe kicks. In een dergelijke cultuur kan drinken slechts zuipen betekenen, wordt drugsgebruik meteen een kwestie van drugsmisbruik en opent de bevrijding van de seksuele begeerte meteen ook de poort naar seksuele losbandigheid en seksueel misbruik. De zinnen kennen geen limieten; hun enige grens is die van de overgave aan de totale roes, waarin men zichzelf verliest en waar slechts de kater een vage herinnering aan blijft. Een lust-ethiek lijkt wel een tegenspraak, een cultuur van het zinnelijke genot een onmogelijkheid. De begeerten zijn, per definitie, mateloos en iedere bevrediging wekt meteen de behoefte aan het lenigen van een nieuwe frustratie op.

Gewelddadig

In dergelijke optiek ligt ook de associatie tussen seksueel genot en geweld voor de hand en wellicht is het geen toeval dat precies in culturen die gedurende eeuwen door een strenge gehoorzaamheidsmoraal werden gecontroleerd - zoals Spanje of Italië - de relatie tussen seksualiteit en geweld het sterkst aanwezig is.

Uiteindelijk zijn ook de achttiende-eeuwse Franse schrijver Markies De Sade en de hedendaagse Franse filosoof Bataille exponenten van een door en door katholieke cultuur. De seksuele praktijk staat hier in het teken van het overmeesteren, het onderwerpen, het vernederen, het pijnigen. Volgens sommigen heeft seksueel geweld niets met seksualiteit te maken: het is in eerste instantie een kwestie van geweld. Maar men kan toch bezwaarlijk de historische verbanden tussen de seksuele begeerte en de gewelddadige overmeestering over het hoofd zien; het geweld staat niet naast het seksuele, maar vormt er een bestanddeel van.

De radicale anti-seksuele moraal is aansprakelijk voor dit verband tussen seksualiteit en geweld. Omdat het seksuele gedurende eeuwen door de godsdienstige gehoorzaamheidsethiek met zware fysieke straffen, met hellebrand en eeuwige foltering werd geassocieerd, werden die straffen geërotiseerd. Zij werden onlosmakelijk verbonden met de seksuele daad. Seksuele bevrijding kon aldus mede de bevrijding van het seksueel geweld legitimeren, als een seksuele voorkeur naast vele andere.

Vulgair

Een ander kenmerk van de anti-seksuele moraal is dat bevrijding vulgair wordt. In het vulgaire wordt de karnavaleske opluchting gesitueerd, die ons ontdoet van de loodzware last van 'beschaving' en 'conventies'. Een lompe, brutale en platvloerse houding neemt schijnbaar afstand van de heersende moraal en het uitspreken van schuttingwoorden wordt als een uiting van vrijheid gezien. Niet toevallig verwijzen die schuttingwoorden bijzonder vaak naar het seksuele, want is dat seksuele niet precies het a-morele, het onbeschaafde?

Maar de functie van schuttingwoorden bestaat in het vernederen van de ander, en waar dat gebeurt met seksuele verwijzingen - van kutwijf tot klootzak en van eikel tot preut - bevestigt men de associatie van seksualiteit en vulgariteit. Het beeld wordt hierdoor bestendigd dat het seksuele uiteindelijk cultuurloos gedrag is en geen eigen verfijning kent. De keuze wordt verengd tussen het gebruik van schaamtetermen of het gebruik van schuttingtermen. In beide gevallen wordt de mogelijkheid van een erotische cultuur, van een beschaving van het zinnelijke ontkend. Waar het seksuele niet wordt verdrukt, barst de brutaliteit los, waar de schaamte verdwijnt komt slechts lompheid in de plaats.

Klinisch

De seksuele bevrijding heeft zich mede via de moderne seksuologische wetenschap geprofileerd. De scientia sexualis heeft ongetwijfeld een grote dienst bewezen door het seksuele tot het normale terug te brengen, tot daden die ieder mens verricht. Tegelijk heeft die wetenschap, met name in de rapporten van de Amerikaanse onderzoekers Kinsey en Masters en Johnson ertoe bijgedragen om zogenaamde seksuele perversiteiten hun statuut van abnormaliteit te ontnemen, met name door aan te tonen dat zij wijder zijn verspreid dan heersende morele codes pretendeerden. Dat was ongetwijfeld bevrijdend, maar zij heeft ook de medisch-klinische benadering van de seksualiteit bevorderd, een benadering waarin het seksuele tot louter gedrag werd gereduceerd, een kwestie van fysieke gezondheid was die vooral onder de bevoegdheid van medici en psychologen - eerder dan van dichters, musici en schilders - viel.

Boeken als Variaties (1969) van Mogens Toft en John Fowlie hebben een grote rol gespeeld in het 'ontluisteren' van het seksuele. Maar het zijn boeken zonder gevoel, zonder poëzie. Zij werpen slechts een klinische blik op het seksuele, alsof het alleen maar een kwestie van standjes en gymnastiek betrof. De demystificerende kijk op het seksuele heeft niet geleid tot een nieuwe erotische cultuur: het seksuele wordt als een riteloos nummer beschouwd.

De deugd van het minnen

Wat uit dit alles naar voren komt is een opvatting van seksualiteit als een gedrag dat aan iedere cultivering ontsnapt. In dit licht is het niet zo verwonderlijk dat de seksuele emancipatie - en dit ondanks de grotere gelijkberechtiging van vrouwen - niet echt een einde heeft gemaakt aan seksueel geweld en seksueel misbruik. De seksuele begeerte werd als het ware aan zichzelf overgelaten, als zouden mensen van nature wel in staat zijn hun driftleven te oriënteren en te cultiveren, als zouden daarvoor codes en rituelen volstrekt overbodig zijn. Méér: als zouden codes en rituelen per definitie hinderlijk zijn om het seksuele verlangen optimaal te bevredigen.

Dat is een vergissing. De erotische ontmoeting is meer - of kan meer zijn - dan een samenspel van lijven die ernaar verlangen om klaar te komen. Zij kan worden verfijnd en geperfectioneerd door rituele handelingen, houdingen, gebaren. Zij kan ook een esthetische ontmoeting zijn, waarin de zinnelijke prikkeling, in alle mogelijke variaties, wordt gecultiveerd, zoals men ook de maaltijd door een geheel van regels laat begeleiden, die er niet op gericht zijn het eten te disciplineren, maar er juist een feest van willen maken.

Voor de voorstanders van de vervloeiende liefde is dit een evidentie: voor hen is wederzijds respect en gelijkwaardigheid een conditio sine qua non om van de erotische ontmoeting een deugdzame ontmoeting te maken. Maar wellicht werd precies die evidentie onvoldoende in de verf gezet, zodat uiteindelijk de weg vrij werd gemaakt voor een veeleer populistische opvatting van ontvoogding, die elke regel als hinderlijk ervaart voor de eigen lustbevrediging.

Er werd geen nieuwe erotische cultuur verspreid en het terrein werd op slag bezet door handelaren die de erotiek volledig in het keurslijf van de consumptie plaatsten volgens het devies: klaarkomen zoveel men wil, in elk levend wezen tegen elke prijs.

Tegenover de gigantische porno-industrie werden er nauwelijks goede erotische films gesteld; de erotiek werd vermarkt, het vrouwenlichaam geobjectiveerd, de seksuele begeerte getrivialiseerd. In naam van de seksuele bevrijding werd iedere discussie over de seksuele deugd, over goede seksualiteit en over seksuele opvoeding geweerd, omdat men dit slechts in termen van een opkomend nieuw anti-seksueel syndroom kon duiden. Omdat men alleen in termen van censuur kon denken, werd iedere discussie over pornografie vermeden. Terwijl men iedere aanzet tot racisme met progressieve instemming strafbaar heeft gesteld, komt men zelfs niet toe aan de vraag of er in bepaalde pornografie geen aanzetten tot seksisme - en tot verkrachting - kunnen worden gevonden. Thans lijkt het erop dat alles onder de vlag van seksuele bevrijding kan worden gebracht, zonder dat het zelfs aanleiding vormt tot enige discussie. Dan liggen seksueel geweld en vrouwenhandel in de lijn van de verwachting en bestaat er geen enkele schroom meer om alles tot handelswaar te reduceren. Is seksualiteit dan nog iets anders dan de onderwerping van het vrouwenlichaam aan datgene wat mannen een erectie bezorgt?

Ik ben een principiële tegenstander van censuur maar meen tegelijk dat er behoefte is aan een niet-disciplinerende seksuele opvoeding die het minnen met de zinnen als culturele praktijk erkent en waardeert en die de erotische vaardigheid als een deugd opvat die kan worden vervolmaakt en mede uitdrukking geeft aan respect voor de ander. Wil men de seksualiteit niet verder offeren op het altaar van de commerce, dan volstaat het omverhalen van de oude seksuele geboden en verboden niet, want zij laten haar naakt en verlaten achter en dan is de lompheid nooit ver af.

Dan wordt het seksuele meegesleurd in de fast-cultuur van de instant satisfaction, wordt zij geMcDonaldiseerd en getrivialiseerd. Het gaat er hierbij niet om de one night stand en het vluggertje hun charme te ontzeggen. Ook de snelle hap uit een pizza-tent kan best wel smaken. Het gaat erom dat seksualiteit méér kan zijn dan het snelle klaarkomen, net zoals eten meer kan zijn dan het verorberen van voldoende calorieën, vetten, koolhydraten en eiwitten.

Niemand zal betwijfelen dat de wetenschappelijke voedingsleer onze inzichten in gezonde voeding heeft vergroot. Maar de terreur van de dieetcultuur met haar poly-onverzadigde vetzuren en met haar vezelrijk voedsel dat goed is voor de stoelgang, zou ons kunnen doen vergeten dat het eten ook een cultuur is. Er zijn dan ook talrijke verbanden tussen gastronomie en erotiek.

De bekwaamheid om lief te hebben in affectief zowel als fysiek opzicht moet als een deugd en een kunst worden gewaardeerd. De erotische deugd ontwikkelt zich echter niet spontaan; zij wordt geleerd en verbeterd door imitatie, het volgen van goede voorbeelden en door praxis, oefening in de kunst van het minnen. Het ontwikkelen van een waarlijk seksuele ethiek vergt dus niet minder, maar meer erotische praktijk. Het vergt, vooral een opvoeding en een cultuur die de emoties niet verdringen, het sentiment niet in discrediet brengen. Het vergt een opvoeding waarin niet alles in het teken van het cognitieve en het prestatie-gerichte wordt gesteld.

Van oudsher kreeg het liefdesspel sacrale betekenissen, die met het tremendum et fascinans in verband werden gebracht. Tussen de mystieke extase en de orgasmische explosie, de mystieke en de erotische communio zijn er heel wat verbanden. Daarom wordt het liefdesspel ook geritualiseerd en is het herkennen, aanhouden, aanwakkeren en verfijnen van de erotische spanning een kunde, een kunst.

De commerce heeft - dankbaar gebruik makend van de seksuologische wetenschap - het liefdesspel echter gedesacraliseerd, het seksuele verlangen tot een loutere behoefte gereduceerd, die uit frustratie voortspruit en daarom om snelle bevrediging verzoekt. Het mannelijke orgasme werd hierbij, eerder dan het vrouwelijke tot norm verheven; het kon immers makkelijker sporen met de heersende opvattingen van bevrediging in de consumptiemaatschappij, als een snelle verlossing na een sterke frustratie. Kunnen omgaan met de seksuele spanning, de spanning kunnen opdrijven en weer verminderen, de spanning vanuit diverse prikkelingen verruimen en variëren is er dan niet bij. Zo wordt de kern van het erotische ritueel vernietigd, wordt het niet meer nodig elkanders lichamelijkheid te verkennen en te ontdekken.

Maar niet alleen de sacrale liefde werd geprofaneerd, ook de liefde als spel en als ondeugende intrige moest eraan geloven. In de pornografie ontbreekt het frivole en het speelse, wordt alles tot de geslachtsdaad beperkt.

De erotische deugd is ingebed in waarden als tederheid, zorgzaamheid, genegenheid; zij openbaart onze kwetsbaarheid en verfijnt onze gevoeligheid. Daarom veronderstelt een erotische cultuur ook schroom, wat mede tot uitdrukking kan komen in een metaforisch taalgebruik. Metaforen zijn niet per definitie hypocriet, sluiers zijn niet per definitie anti-erotisch.

Met dit pleidooi voor een grotere cultivering en ritualisering van de erotische praktijk nemen we afstand van een opvatting waarin de seksuele begeerte als louter gedrag wordt gezien en ook nemen we afstand van het anti-seksuele syndroom dat het minnespel uit de cultuur heeft gestoten. Alleen door de seksualiteit als praktijk volwaardig in de cultuur te integreren kunnen we verhinderen dat zij in brutaliteit verzandt of wordt gekoloniseerd door de nieuwe moraalridders. Laten we de seksualiteit als een sacred pleasure bejegenen, een heilige pret.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden