Waar is onze taal ontstaan?

Nieuw onderzoek wijst naar de steppen, maar critici blijven overtuigd van Turkije

De oorsprong van het Nederlands moet gezocht worden op de steppen tussen Oekraïne en Mongolië. Dat geldt ook voor het Spaans, Zweeds en Duits. Tenminste, dat beweren wetenschappers in het vakblad Nature. Tegenstanders houden vast aan hun theorie dat de Europese talen uit Turkije stammen.

Wolfgang Haak en collega's bestudeerden het DNA van 69 vroege Europeanen die tussen 3000 en 8000 jaar geleden leefden. Hun resultaten laten zien dat groepen boeren zich 7000 tot 8000 jaar geleden in Duitsland, Spanje en Hongarije vestigden. Deze boeren hadden een andere afkomst dan de inheemse jager-verzamelaars die er al woonden. Het onderzoek levert ook bewijs voor een grote migratiegolf naar de Europese binnenlanden vanuit het oosten, ongeveer 4500 jaar geleden.

Hoewel Spaans tot de Romaanse talen hoort en Nederlands tot de Germaanse taalfamilie, stammen ze af van een gemeenschappelijke taalvoorouder: het Proto-Indo-Europees. De naam verwijst naar het gebied waar die taal ooit werd gesproken: het strekte zich uit van Europa tot India. Over hoe de Indo-Europese talen zich verspreidden, worden taalwetenschappers het maar niet eens.

Volgens de zogeheten 'steppe-hypothese' verspreidden de Indo-Europese talen zich 6000 jaar geleden met rondtrekkende boeren vanuit de graslanden ten noorden van de Zwarte en Kaspische Zee, na de introductie van wagens met wielen. Aanhangers van de hypothese wijzen erop dat er in het Proto-Indo-Europees woorden waren voor wagens met wielen. Het wiel is zo'n 5500 jaar oud. Dat maakt het volgens de aanhangers onwaarschijnlijk dat de taal duizenden jaren ouder is.

Aanhangers van de 'Anatolië-hypothese' zeggen echter dat de Indo-Europese oertaal tussen 9500 en 8000 jaar geleden gesproken werd in Anatolië. De verspreiding van de Indo-Europese taalfamilie liep volgens hen parallel met de verspreiding van de landbouw, die zich ook in die tijd via Anatolië over Europa uitstrekte. Een van de belangrijkste argumenten hiervoor is dat een massale taalvervanging een massale migratie nodig heeft. Nadat de boeren zich gevestigd hadden, kwam er niet meer zo'n grote migratie.

Maar, zeggen Haak en collega's nu op basis van hun DNA-onderzoek, die migratie kwam er dus toch, 4500 jaar geleden. Volgens de wetenschappers laten hun resultaten zien dat steppemigranten 75 procent van de voorouders van inwoners van centraal Europa vervingen. En daarmee wellicht ook hun taal.

Maar over die conclusie heeft taalwetenschapper Bart de Boer van de Vrije Universiteit Brussel zo zijn twijfels. "De onderzoekers bekeken DNA, en de link met taal is lastig te maken. Op basis van eerder onderzoek met behulp van taaldata is de meest waarschijnlijke oorsprong wel degelijk Anatolië."

Een ander zwak punt is volgens De Boer dat er helemaal geen oud DNA is gebruikt dat ook maar uit de buurt van Anatolië komt. De discussie zal dus nog wel even voortduren, al denkt De Boer dat de twee standpunten te verzoenen zijn. "Dat kan, als er eerst een migratie van sprekers van Indo-Europese talen vanuit Anatolië de steppe op is geweest, en daarna weer terug Europa in."

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden