Waar is Nescio's wereld nog?

De schrijver Nescio groeide op in Amsterdam-Oost. De toen straatarme buurt is herkenbaar in zijn werk. Waar vinden we dat nostalgische Amsterdam-Oost, een halve eeuw na Nescio's overlijden, nog terug?

TEKST HINKE HAMER

Nescio hield niet van verandering. 'Wat men lief heeft', schreef hij eens, 'verdwijnt of verandert onherkenbaar: wegen en waters, bruggen, huizen, dorpen en steden, mensen ook. En ze vragen je nix, ze doen maar.'

Vaak zette de schrijver zich in zijn verhalen af tegen de aanstichters van die veranderingen. In 'De Uitvreter' schreef hij: 'Den winter bracht-i in Amsterdam door, waar ze druk bezig geweest waren, mooie huizen af te breken en er leelijke voor in de plaats te zetten'. En in het verhaal 'Kortenhoef' sprak hij zijn verontwaardiging uit over een verdwenen wipbrug. 'God zegene de verantwoordelijke autoriteiten. Als 't kan een beetje hardhandig.'

Nescio - pseudoniem van Frits Grönloh (1882-1961) - groeide eind negentiende eeuw op in Amsterdam-Oost, op een oppervlakte die zich uitstrekt van de Zeeburgerdijk tot het Oosterpark. In een kleine eeuw veranderde Oost van een straatarme volksbuurt in een multiculturele wijk.

Wat is er, vijftig jaar na zijn overlijden, overgebleven van Nescio's wereld? Dat laat neerlandica Jolien Manassen zien, tijdens een wandeling door het gebied. Vaak moeten we onze verbeelding aanspreken. Soms vangen we een glimp op van het Amsterdam zoals dat er eind negentiende eeuw uitzag.

Manassen begint haar wandeling in Bar East of Eden aan de Linnaeusstraat. De glas-in-loodramen zijn nog dezelfde als in Nescio's tijd, toen het café nog De Poort van Muiden heette. Ook het uitzicht bestaat nog, getuige Nescio's verhaal 'Insula Dei'. In dat verhaal drinken de vrienden Dikschei en Flip een kopje 'surrogaatkoffie', terwijl ze uitkijken op het Koloniale Museum, nu het Tropenmuseum. Vandaag is het prima vertoeven in East of Eden, maar in hun tijd hielden Dikschei en Flip hun overjassen aan, 'want het was er niet te best verwarmd'.

Zagen we iets van Nescio's leefwereld in East of Eden, als we in de richting lopen van de Zeeburgerdijk, blijkt de wereld daar onherkenbaar veranderd. Vlak na de geboorte van de schrijver verhuisde de familie Grönloh naar een huis op de hoek van de Mauritskade en de Pontanusstraat. Het huis heeft plaatsgemaakt voor nieuwbouwappartementen, de Zeeburgerdijk is nu een drukke weg. In zijn jonge jaren kon Frits Grönloh voorbij de molen kijken tot Nieuwendam en Schellingwoude. Nu is dezelfde molen omringd door huizen. Tram 14 dendert voorbij en remt voor een dieprode autobus met het opschrift 'Touristbus Amsterdam'.

Veranderd is ook de Dappermarkt. Waar vroeger, 'zo maar, tussen een stalletje met gesneden rooie kool en gesneden Hoornse wortelen en een stalletje met gefileerde schar, schijnbaar zinloos, drie grote, blikken melkbussen' stonden, wordt nu felgekleurd ondergoed verkocht, naast merkloze bontlaarzen. Groentestalletjes zijn verdwenen, groente wordt nu verkocht in Turkse winkeltjes op het Dapperplein.

De wandeling voert ons haast chronologisch door Nescio's leven. Van de plekken waar de schrijver als kind speelde, langs het Oosterpark waar hij als jonge student met Bekker, Bavink en Kees Ploeger rondhing, slaan we af, de Linnaeushof in. Hier, op nummer elf, woonde de schrijver een aantal jaren samen met zijn vrouw, nadat zijn dochters al het huis uit waren. In 1956 raakte Nescio deels verlamd, nadat hij trombose in zijn hersenen had opgelopen. Als het weer dat toeliet, hielp zijn vrouw hem op een stoeltje voor het huis - je ziet hem er zo zitten.

Het is tenslotte nog een paar honderd meter naar Huize Frankendael, de enig overgebleven buitenplaats in de Amsterdamse Watergraafsmeer. Vlak voor hij verlamd raakt, wandelde Nescio hier bijna dagelijks. Hier is Nescio's wereld het allermooist geconserveerd. Verbeelding is hier niet nodig, zeker niet in de oude keuken van restaurant Merkelbach, gevestigd in Frankendaels koetshuis. Van heel Amsterdam-Oost heeft de okergele, achttiende-eeuwse keuken van Merkelbach de tand des tijds het best doorstaan. Nescio - zijn portret hangt er aan een spijkertje - zou er uiterst tevreden mee zijn.

meer wandelingen en fietsen op trouw.nl/natuurtochten

Klein oeuvre
Remco Campert noemde Nescio (1882-1961) ooit 'een groot schrijver van een klein oeuvre'. De schrijver publiceerde bij leven slechts vier verhalen: 'De Uitvreter', 'Titaantjes', 'Dichtertje' en 'Mene Tekel'. De bundel 'Boven het dal en andere verhalen' verscheen na zijn dood. Nescio is vooral befaamd om zijn beginzinnen. Uit 'De Uitvreter': 'Behalve den man, die de Sarphatistraat de mooiste plek van Europa vond heb ik nooit een wonderlijker kerel gekend dan den uitvreter'. En uit Titaantjes: 'Jongens waren we - maar aardige jongens'.

Literaire wandelingen

Jolien Manassen is oprichtster van Literalinea, een literaire onderneming in Amsterdam. Naast de Nescio-wandeling organiseert zij ook literaire wandelingen in Leiden en Haarlem en op andere locaties in en rond Amsterdam. Kijk op:

www.literalinea.nl

Lezersactie
Speciaal voor Trouwlezers organiseert Jolien Manassen Nescio-wandelingen op zaterdag 23 maart, woensdag 10 april, zaterdag 20 april en vrijdag 26 april. Alle wandelingen starten om 11.00 uur in Bar East of Eden, Linnaeusstraat 11a, Amsterdam. U krijgt koffie of thee, een inleiding over Nescio en een boekje met citaten. De wandeling zelf duurt ongeveer vijf kwartier, kosten zijn 15 euro per persoon.

Aanmelden kan per e-mail:

literalinea@planet.nl.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden