ReportageDroogte

Waar is het water van Botswana gebleven?

Een koedoe is in de modder gestorven in het meer van Ngami dat helemaal droog is komen staan.Beeld Erik van Zwam

De grote rivieren en meren in Botswana bestaan alleen nog op de landkaart. Mens en dier snakken naar water in het door langdurige droogte geteisterde land. Een zoektocht naar water in de Okavango Delta.

Shorobe: vissen op het droge

Aan de oostzijde van de Okavangodelta, het befaamde moerasgebied in Botswana, ligt het dorpje Shorobe. Dertig kilometer zuidelijker is het druk. Daar verzamelen toeristen zich in het stadje Maun voor safari’s om olifanten, nijlpaarden, giraffen, zebra’s, buffels en hopelijk ook leeuwen en luipaarden te zien in de Okavangodelta en in Chobe Nationaal Park. Maar Shorobe is een vissersdorp waar de safari-auto’s langs scheuren. Niets te zien hier.

Of toch? James Nonofo zit in een provisorisch tentenkampje onder de ­bomen, zijn vaalgele T-shirt onder de modderspatten. Het kampje ligt aan de Gomotirivier, die in de noordelijke ­bovendelta ontspringt. Nonofo is visser. Hij werkte voor een baas en kreeg 2500 pula per maand ( een kleine 200 euro). Zo had hij een goed inkomen om zijn vrouw en vijf kinderen te onderhouden. Maar nu is het gedaan met het werk als visser. Naast de tenten hangen een paar meervallen in de zon, met dozijnen vliegen er op. Ze zijn gedroogd voor de verkoop, zegt hij. Het zijn de laatste vissen.

Nonofo wijst op de rivier voor hem: een grote moddermassa. “De laatste keer dat ik echt vis heb gevangen, was in augustus. De rivier droogde op. De plas water werd steeds kleiner en ondieper. Met alle vissers hebben we zoveel mogelijk vis uit het water gehaald. We moesten snel werken, want er waren veel pelikanen die de meervallen op­aten, die konden ze makkelijk pakken.”

Er is nog een kleine plas over, zegt hij. Na kilometers rijden over een droge rivierbedding, waarin graatmagere ezels en koeien lopen, ligt in de verte inderdaad water: een plas van hooguit honderd bij veertig meter, een voet diep. Onder wat struiken staan tentjes van vissersfamilies.

Een weeïge lijkenlucht hangt tussen de tenten, maar de vissers ruiken het al niet meer. Om de poel liggen overal kadavers van koeien, ezels, een olifant en nijlpaarden, onder de droogte bezweken. Een vrouw maakt meervallen schoon in een tobbe onder een zeiltje tussen de struiken. Ze trekt de ingewanden eruit en rost de schubben eraf. Daarna gaat de vis in de ton met pekel om gedroogd te worden. De vis is ­bestemd voor de export naar Congo, legt Nonofo uit, daar betalen ze beter.

James NonofoBeeld Erik van Zwam

Aan één kant van het water staan nog enkele tientallen koeien, die van de vissers zijn. Nonofo loopt naar de plas. “De laatste vissen zijn er nu wel uit. De vissers hier moeten op zoek naar een andere poel met water in de rivierbedding. Ze weten niet waar, dat kan ver van hier zijn. Het probleem is dat er geen water meer komt uit de Okavangodelta, die deze rivieren voedt.”

Berustend kijkt Nonofo uit over het laatste plasje water. Hij trekt niet met de andere vissers mee op zoek naar ­water. Zijn gezin zit in Maun. Hij blijft bij hen, maar hij weet nog niet hoe hij ze gaat onderhouden. Dat geldt voor veel boeren en vissers in de omgeving. Zelfs bouwvakkers zitten zonder werk als gevolg van het gebrek aan water. Ze kunnen geen stenen en specie maken.

Alle grote rivieren in de wijde ­omtrek staan al maanden droog, sommige zelfs jaren. Vooral hoofdaders als de Thamalakane-rivier en de Boteti-­rivier liggen er zanderig bij. Ook in de Gomoti stroomt sinds augustus niets meer. In de grote Okavango-rivier uit Angola zakt de waterstand al een paar jaar. Van hieruit worden de vele meren gevoed die onder de moerasdelta liggen.

Beeld Erik van Zwam

Lake Ngami: een feestmaal voor de gieren

Lake Ngami wordt gevoed door de grote rivieren uit de Okavangodelta. In 1849 stuitte ontdekkingsreiziger David ­Livingstone op het meer. Hij voer er overheen en schatte het honderddertig kilometer lang bij dertig kilometer breed.

Het meer varieert door de eeuwen heen nogal in omvang. National Geographic geeft gearceerd aan hoe het vroeger was én in 2010, toen de data voor de kaart werden verzameld. Het verschil in oppervlakte is enorm.

Sehitwa ligt langs het meer. De vierduizend inwoners zijn voornamelijk boeren. Een asfaltweg met diepe gaten stopt in het midden van het uitgestrekte dorp. Aan een zanderig, heet pleintje liggen een cafetaria waar het eten is uitverkocht, een soort winkel van sinkel en een bar die gesloten is.

Het omliggende gebied was een ­paradijs voor vogels als pelikanen en flamingo’s, en voor nijlpaarden en krokodillen. Ook was er veel vis, waaronder de meerval.

Sereetsi Merafhe is parkwachter in Sehitwa. Hij laat Lake Ngami zien zoals het er anno 2019 bij ligt. “Vorig jaar was er al weinig regen. Het meer kreeg ­water van de Thamalakane-rivier en van de Kunyiri en was toen nog zo’n dertig vierkante kilometer groot. Dit jaar wachten we nog op het regenseizoen.”

In een lage versnelling duikt de Nissan met vierwielaandrijving het struikgewas in. “Vroeger begon hier het meer, maar dat is al een tijd niet meer. Vandaar de nog wat groene vegetatie.” Langzaam verandert het groen in een dor landschap. Uit de aarde steken vele duizenden grijze, dode boomstaken, een bewijs dat het meer vaker krimpt en uitzet. Na nog een paar kilometer rijden komt de grens van het dode bos in zicht.

Na het laatste kronkelende hout, dat met vele gestorven takken de lucht ­insteekt, als armen smekend om regen, rest er niets anders dan een kale, opgedroogde moddervlakte. De leegte strekt zich uit zo ver het oog reikt. Een verlaten woestenij zonder ziel, zonder leven.

Beeld Erik van Zwam

“Hier was het meer zes meter diep”, zegt Merafhe. Hij drukt zijn baseballpet over zijn voorhoofd ter bescherming tegen de ongenadig brandende zon en tuurt in het niets. Waar eens zijn ­domein was als natuurbeschermer, is nu geen natuur meer over. Er is geen druppel water meer te bekennen van het eens zo uitgestrekte meer waarover Livingstone voer.

Merafhe springt in de auto. Verderop, langs de grens van het dode woud, staan tentjes met boeren, hun gezinnen en koeien. “Ze graven waterputten, maar dat is meestal tevergeefs. Soms boren ze water aan, maar dat water is brak. Het is eigenlijk niet geschikt om te drinken, maar die mensen hebben weinig keus, net als hun vee.”

Overal liggen kadavers op de bodem van het meer. Dode koeien die op zoek waren naar het laatste beetje water. ­Radio Botswana schat dat lokale boeren hier zeker zeshonderd runderen zijn verloren. Karkassen van opgezwollen nijlpaarden die hier zijn gebleven, omdat ze niet konden geloven dat zoveel water zo snel kon verdwijnen. “Een ­ander deel van de nijlpaarden is op tijd vertrokken, met het water mee”, zegt Merafhe. Waar al die krokodillen zijn, weet hij niet. “Die kunnen lang in de modder overleven.”

Beeld Sander Soewargana

Verspreid liggen dode koedoes. Een mannetje met een reusachtig gewei is gestrand op een paar meter van de harde grond. Zijn spoor door de zuigende modder vertelt het verhaal van zijn doodsstrijd. Zwoegend, trappend, springend probeerde het dier aan de modder te ontsnappen. Met elke beweging kwam de koedoe vaster te zitten in de smurrie, tot het gevecht gestreden was.

Alleen de gieren en de maraboes beleven gouden tijden met zoveel rottend voedsel. Maar ook voor hen is het voorbij als straks het laatste kadaver is leeggegeten.

Vijftien kilometer gaat het voort over de droge bedding in het midden van wat eens Lake Ngami was. Merafhe hoopt dat het tijdelijk is. “Cyclisch ­gezien had de droogte pas over vijftien jaar terug moeten komen. Het is nu veel te snel.” Hij houdt zich vast aan het gegeven dat precies honderd jaar geleden het meer waarschijnlijk ook droog heeft gestaan en daarna toch weer ­omvangrijk werd.

Tubu: eindelijk water, een beetje

Hoop op regen, je komt het overal in Botswana tegen. In de westelijke Okavangodelta, 150 kilometer noordelijk van Lake Ngami, ligt het dorp Tubu op een droge zandvlakte. Hier en daar staat een palmboom, daartussen staan kleine lemen huisjes met een omheining van ruwe houten palen, afgezet met ijzerdraad. Midden in het dorp staat een blauw geschilderd gebouwtje, waar de verf van afbladdert. In de gang wachten bewoners van Tubu op hun beurt om de chief te spreken.

Chief Eastman MothiekemangBeeld Erik van Zwam

Eastman Mothiekemang zit in een eens geel geschilderde kamer, waar de klok aan de muur altijd vijf voor zes aangeeft. In de bloedhitte draagt chief Eastman, zoals iedereen hem noemt, een wollen pak en overhemd met stropdas. Zijn hoed ligt op zijn verder lege bureau. De etiquette schrijft voor dat de chief onberispelijk gekleed gaat, en wie hij ontvangt ook. Achter hem tegen de muur staat een portret van Botswana’s president, Mokgweetsi Masisi.

Over de droogte wil hij graag praten. Sinds 2010 is het water hier verdwenen. De Thaoge-rivier, een zijtak van de Okavango-rivier, stroomde langs de kleine gemeenschap, maar staat nu droog. Chief Eastman vat het probleem kernachtig samen: “No water, no life”, zegt hij. Hij legt het uit. In zijn dorp is iemand boer of visser. Beiden zijn nu werkloos. “Van woestijnzand kunnen we niet leven.” Hulp van de overheid krijgt hij niet, de vele telefoontjes met de oproep hier banen te scheppen, hebben niets opgeleverd.

Via een pijpleiding krijgt Tubu water van Sepopa, dat zo’n tachtig kilometer noordelijk in de delta ligt. “Sinds kort is daar ook veel minder water in de rivier en wordt het gerantsoeneerd. Wij krijgen water voor vijfhonderd inwoners. Maar we zijn met zeshonderd mensen.” Zijn klacht vindt geen gehoor. Overal is watertekort.

Tubu probeert extra water te vinden door het graven van diepe waterputten. “Maar elke keer als we water vinden, komen er ‘s nachts olifanten op de nieuwe bronnen af. Ze sterven van de dorst”. legt chief Eastman uit. “Maar onder hun gewicht storten putten in. Na elke nacht kunnen we opnieuw beginnen.”

De Thaoge-rivier bij Tubu voorzag het dorp tot een paar jaar geleden van water en voedde ook de meren naar het zuidwesten in de Okavangodelta. “Het westelijk deel van de delta staat droog. De zeeën van blauw zoals die op landkaarten zijn ingekleurd bestaan niet meer”, constateert chief Eastman nuchter. “Achttien kilometer stroomopwaarts is er nog water in de rivier.”

Intussen is Father Mange – Father is zijn voornaam –  binnengekomen in het warme, stoffige kantoortje. Hij is een goedlachse man, die elke struik, elke zandkorrel en palmboom in dit deel van de delta kent. Hij zal laten zien waar er nog water in de Thaoge-rivier zit.

Father MangeBeeld Erik van Zwam

Onderweg zal Mange telkens weer zeggen: “Dit stond een paar jaar geleden allemaal onder water.” Hij doelt dan op het overloopgebied van de grote rivieren in de delta, die enorme stukken land onder water zette waardoor het een moeras werd, geliefd om zijn immense schoonheid en wilde Afrikaanse dieren. Nu zijn het bijna overal kale vlaktes van oogverblindend wit woestijnzand uit de Kalahari, afgewisseld met zwarte donkere gronden of een zilvergrijs oppervlak van gebakken modder en zo nu en dan een lapje vaal groen grasland. Soms groeit er niets, soms enkele palmbomen of een groepje palmen als een oase in een barre, uitgestrekte woestijn. Gigantische termietenheuvels staan ertussen, als kastelen. Een enkele struisvogel zoekt een goed heenkomen.

Waar eens de rivier was, verbouwen boeren gewassen, omdat er diep in de bodem nog wel wat vocht zit. Verspreid staan de rieten ronde hutjes van de ­akkerbouwers in de bloedhitte. Na achttien kilometer door dit ruige terrein te hebben gereden – soms over een spoor van eerdere terreinwagens, maar vaak ook niet – wijst Mange naar een omheind rietveld. “Dit is de boerderij van mijn oom. Achter zijn veld loopt de Thaoge-rivier. Hij teelt riet, droogt het en verkoopt het om daken van te maken op huisjes.”

Father Mange stapt uit en loopt om het enorme land met droog riet. Zijn oom is er niet. Na een tijdje komt hij aan bij de Thaoge-rivier. Het is een zompige, zwarte moddermassa. Als Mange ergens gaat staan, borrelt er wat water op. Ontgoocheld loopt hij door de bedding. Bij elke stap veert de vochtige ondergrond mee. Links en rechts liggen de kadavers van koeien die niet meer uit de modder kwamen of van de dorst zijn gestorven. De rivier is droog.

Mange opent een hek naar het land van zijn oom en haalt boomstammen weg die over een gat liggen. Eronder is water, het is de put van zijn oom. Mange drinkt gulzig en vult een plastic waterflesje voor chief Eastman. Hij had gehoopt dat met rivierwater van de Thaoge te kunnen doen.

Mange wil per se laten zien dat er nog ergens water in de delta is. Na weer tien kilometer rijden over vlaktes waar geen richting in lijkt te zitten, komt hij aan bij een stroompje water. Meteen verandert het landschap: langs het beekje ligt een smalle strook smaragdgroen gras en struikgewas. Het is een kijkje op wat eens was: de prachtige Okavangodelta.

Maar Mange wil verder. Er moet stroomopwaarts nog water in de Thaoge-rivier te vinden zijn. Na nog meer ­kilometers is er inderdaad meer water te vinden, in een klein moerasgebied met overdadig groen. Een olifantstier loopt door het gras tussen grote bomen met fris blad door. Ezels en koeien hebben de weelderige vegetatie ook gevonden –al lopen ze het risico door leeuwen te worden opgegeten. Twee visarenden zweven boven het vruchtbare land. ­Bavianen vluchten de bomen in. Zo was de Okavango ooit, immens groot, nu verschrompeld tot een postzegel.

Beeld Erik van Zwam

En dan is daar de stromende Thaoge-rivier. Een smal water, maar water. Veel noordelijker dan chief Eastman dacht. Helemaal noordelijk in de delta. Naar het zuiden en het oosten is de toevoer van water opgedroogd. De beroemde Okavangodelta is bijna dood.

‘Zo erg als nu was het nooit’

Meer mensen, meer vee, meer economische activiteiten: het is een opeenstapeling van redenen waardoor de Kalahari-woestijn oprukt naar de Okavangodelta.

Moseki Motsholapheko valt meteen met de deur in huis. “De Okavangodelta in Botswana is ­extreem droog. En dat is bijzonder ernstig. In het ­verleden is het nog nooit zo’n groot probleem geweest als nu.”

Motsholapheko kan het weten. Hij is ­onderzoeker aan het Okavango Research Institute van de universiteit van Botswana en houdt zich bezig met de waterstanden in de delta en de effecten daarvan op het leven van de mensen daar. Zijn instituut staat in Maun, aan het einde van het befaamde moeras- en plassengebied met uitbundige hoeveelheden olifanten, zebra’s, gnoes, giraffen, nijlpaarden, krokodillen en vele andere soorten.

In zijn kleine werkkamer in het instituut pakt hij een landkaart van de Okavango. Hij trekt een streep en wijst op het gebied ten oosten daarvan. “Hier is geen water meer.” De lijn staat ver in het blauw getekend, ver in het gebied waar volgens de kaart water is. “De oostelijke bovendelta is een rampgebied. De spanning stijgt. Het is een grote crisis tussen mensen en dieren die allemaal water nodig hebben. Er leven daar zeker 18.000 olifanten in stress. Het is een gevecht om het laatste beetje water, als dat er al is.”

De Okavango-rivier die de delta voedt, krijgt haar water voornamelijk uit Angola. “Ook al hadden we in het regenseizoen in Botswana weinig neerslag, dan kwam er normaal gesproken genoeg water uit het buurland om de delta te vullen.” Maar de laatste paar jaar gebeurt dat niet meer. Ook in Angola ­regent het weinig. “Dus krijgt de Okavango nauwelijks water van stroomopwaarts. En het regenseizoen in Botswana schuift op. Het ­begon altijd ergens in november en eindigde in april. Nu is dat van januari tot april. Dat is veel te kort.”

Is dit te wijten aan de klimaatproblemen door de opwarming van de aarde? Motsholapheko schudt zijn hoofd. “Het effect van klimaatverandering is moeilijk vast te stellen bij de grote droogte nu. In de jaren 2009 tot en met 2011 hadden we hier overvloedig veel water. De delta heeft altijd al te maken gehad met afwisselend natte en droge periodes door de eeuwen heen.”

In de jaren zestig van de vorige eeuw was er ook sprake van een extreem droge periode in de Okavangodelta. Ook toen kwam er heel weinig water uit Angola. “Maar nu spelen ook andere factoren een rol, die ook invloed hebben op het klimaat en de huidige droogte. Er zijn hier nu veel meer mensen, met veel meer vee, veel meer bedrijven met economische ­activiteiten die water gebruiken, zoals de enorme safaribranche met toeristen. En er zijn meer dieren, vooral veel meer olifanten dan vroeger.”

Het legt een groot beslag op het schaarse water. Zo erg als de droogte nu is, is het voor zover Motsholapheko weet, nog nooit ­geweest.

Het gevolg van de droogte is dat veel wilde dieren en vee sterven van de dorst, maar ook niets meer te eten vinden, want het eetbare groen is grotendeels weg. Motsholapheko constateert dat er bij de dorpen in de delta inmiddels voedseltekorten zijn. Boeren en vissers verdienen niets meer. Het toerisme loopt ­terug. “Met weinig inkomen stijgt de armoede in de delta en er is zelfs weer honger. Het ­gevolg is dat ook het stropen voor bushmeat toeneemt.”

Om het allemaal nog erger te maken, ­behoort Botswana tot de zeventien landen in de wereld die qua grondwatergebruik in de ­rode zone zitten. In het hele land wordt al heel lang elk jaar meer dan 80 procent van het grondwater gebruikt. Met de geringe regenval gaat Botswana daar nu over heen. Het gevolg is dat de grond steeds droger wordt. “Er is nu echt sprake van overgebruik”, constateert Motsholapheko.

“Voor de Okavangodelta, maar ook voor het grote meer van Ngami zijn we afhankelijk van water om de oprukkende Kalahari-woestijn in het westen van Botswana en het oosten van Namibië tegen te houden.” Inmiddels lijken grote delen van de delta en het Lake Ngami steeds vaker op woestijngebied met fijn zand dat rondstuift in de wind.

Motsholapheko vreest dat het alleen maar ­erger wordt. “Angola kan de instroom van water naar de Okanvangodelta gaan beperken, om het water voor de eigen bevolking te ­gebruiken. Namibië wil water uit de Okavango-rivier halen, net voordat het Botswana instroomt, om het om te leiden naar de hoofdstad Windhoek, waar ook een watertekort is. Als die ingrepen plaatsvinden, hebben we een heel groot probleem.”

Botswana zelf overweegt nu water uit het noorden, uit de grote Zambezi-rivier, de ­levensader van zuidelijk Afrika, te gaan omleiden naar het zuiden. Motsholapheko ziet het als een kortetermijnoplossing met grote gevolgen. Als Botswana water uit de Zambezi gaat gebruiken om de watertekorten overal in het land te verhelpen, dan hebben Zambia, Zimbabwe en Mozambique een probleem: zij krijgen dan verder stroomafwaarts minder water in de rivier. Die eerste twee landen kampen nu ook al met grote droogte.

De betrokken landen zouden volgens hem aan gemeenschappelijk watermanagement moeten doen om op de langere termijn nieuwe en misschien nog wel grotere waterproblemen te voorkomen.

Lees ook:

De verkiezingen in Botswana draaien om iemand die niet verkiesbaar is: oud-president Ian Khama.

Masisi, die zijn partij de grootste wil maken in het parlement, omdat die de president levert, kijkt daarvoor vooral naar het platteland.Boeren hebben last van de enorm gegroeide olifantenpopulatie van circa 130.000. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden