Waar is de speeltuin?

De mens is zowel tot de knapste als tot de vreselijkste dingen in staat. In Drenthe scheidt slechts een prikkeldraadhekje de twee uitersten: de radiosterrenwacht van Westerbork en het gelijknamige doorgangskamp.

"Waarom wilden ze alle Joden dan doodmaken, pap?"

"Die kinderen konden er toch niets aan doen?"

"Waarom kwam er eigenlijk oorlog?"

Makkelijk maak ik het mijzelf niet door mijn kinderen mee te nemen naar Herinneringscentrum Kamp Westerbork. Op een paar van hun vragen weet ik antwoord te geven, op heel veel andere niet. Op sommige vragen bestaat stomweg geen antwoord, maar dat betekent niet dat je kinderen de mogelijkheid moet onthouden ze te stellen.

12, 10 en 8 jaar oud zijn ze. Groot genoeg om te mogen weten wat hier tijdens de Tweede Wereldoorlog gebeurde. Misschien zelfs al groot genoeg om het te beseffen, niet om het te bevatten. Dat zal niemand ooit zijn.

De dag begon met een regenboog, boven de huizen aan de overkant van onze straat. Op weg naar Drenthe wisselen strakblauwe luchten en felle buien elkaar af. Het is een dag van scherpe contrasten.

Het museum van Kamp Westerbork staat even buiten het dorp Hooghalen, aan de weg naar Amen. Het eigenlijke kampterrein ligt zo'n twee kilometer naar het oosten. Het werd in 1939 ver van de bewoonde wereld aangelegd als opvangkamp voor Joden die vanuit Duitsland waren gevlucht voor het naziregime. Bram en Teun gaan aan de slag met de speurtocht. Ze krijgen een boekje waarin ze stickers kunnen plakken en vragen beantwoorden. Hun zus Daantje vindt zichzelf daar te groot voor en schuimt op eigen houtje door de expositie. Ze zegt niet veel, maar ik zie dat ze alles in zich opneemt en heel andere dingen opmerkt dan haar broertjes. Die volgen het verhaal van Leo Meijer, een jongetje dat met zijn ouders in Kamp Westerbork terechtkwam. Zeven jaar oud. Hij was negen toen hij en zijn moeder in Auschwitz werden vermoord. Een heel gewoon jongetje. Dat is de kracht van deze tentoonstelling. Het gaat niet over getallen, over de 107.000 mensen die hier hebben vastgezeten, over de 102.000 van hen die de dood vonden in vernietigingskampen. Het gaat over de gewone verhalen van gewone mensen. Kindertekeningen, een schoolfoto, een briefje aan Sinterklaas. Leo's vader kreeg na de oorlog de spullen van zijn jongen terug.

Ik krijg de vragen van mijn jongens.

"Waarom zei Leo niet gewoon dat hij niet Joods was?"

"Was het niet koud in zo'n barak?"

"Waar is de speeltuin?"

De speeltuin? Het blijkt een van de vragen in het boekje te zijn. We staan bij de maquette van het kamp en verdraaid, daarop is een klein speeltuintje nagebouwd.

In het museum wachten we een stevige bui af, dan wandelen we naar het kampterrein. We hebben lucht nodig. En er is nog iets. Het Melkwegpad. Bij de parkeerplaats begint een reis door de ruimte. Een pad waarop we met elke stap 2500 miljoen kilometer overbruggen, onderweg alle planeten van ons zonnestelsel passeren. Pluto staat niet ver van de parkeerplaats, gevat in een informatiebord en nauwelijks groter dan een speldenknop. Het duurt lang voor we bij Neptunus zijn, miljoenen kilometers leggen we af door ons zonnestelsel. Onderweg ervaren de kinderen hoe kleine schotelantennes geluiden opvangen, spelen ze met zwaartekracht, lezen ze over radiostraling die de sterren uitzenden. Aan het einde van het pad, waar Mars, Aarde, Venus en Mercurius maar een paar stappen van elkaar en de zon verwijderd staan, zien we de eerste van veertien enorme parabolische antennes van de radiosterrenwacht Westerbork. In een tergend trage lijndans speuren ze samen de ruimte af, op zoek naar antwoorden op vragen van mensen.

Ook de kinderen hebben vragen, heel andere nu.

"Hoe kun je straling zien?"

"Zou je kunnen lopen op Jupiter?"

"Waarom mogen we niet naar binnen om geluiden uit de ruimte te horen?"

Opnieuw blijf ik de meeste antwoorden schuldig. Ik kan alleen vertellen dat voor deze afgelegen plek is gekozen omdat hier geen storing is van autoverkeer en andere zaken die de signalen uit de ruimte verstoren. Mijn telefoon moest ik aan het begin van het Melkwegpad al uitzetten.

Ondertussen schuift een dikke, donkergrijze wolk voor de zon. De bui is kort maar hevig. We schuilen onder een afdak, wandelen dan verder naar het kampterrein.

Een slagboom, prikkeldraad, monumenten. Het terrein is nog groter dan we dachten. Op de appèlplaats is voor iedereen die vanuit Kamp Westerbork werd gedeporteerd en niet levend terugkwam een steen geplaatst: 102.000 stenen. Elke steen is als een kleine grafzerk, vertegenwoordigt een mens, een kind, een verhaal, een leven. Tussen de stenen staan foto's van slachtoffers. Teun knielt neer om een foto goed te bekijken. "Moet je zien wat een vrolijk kind..." Meer zegt hij niet en ik weet ook even niets te zeggen.

Achter mij vertaalt een docent voor een groep jongeren het verleden naar het leven van nu. Wat zouden zij gedaan hebben als iemand een Jood in een winkel zou hebben geweigerd? Achteraf is het makkelijk oordelen over goed en fout, doceert hij, maar wat zouden zij nu doen als een Marokkaans jongetje vanwege zijn afkomst wordt geweigerd op een voetbalclub?

Niet meer dan een laag prikkeldraadhekje scheidt de appèlplaats van een van de enorme schotelantennes, scheidt het meest afschuwelijke waartoe de mens zich kan verlagen van het meest uitzonderlijke dat in ons vermogen ligt.

Met mijn kinderen wandel ik verder, in stilte. Ik kan nu van alles gaan uitleggen, maar opvoeden is ook doseren. De stenen, de foto's, de contouren van barakken, het is confronterend genoeg allemaal. We komen bij een wachttoren, bij het Nationaal Monument Westerbork dat aan het einde van de spoorlijn staat. Daar komen ook de vragen weer.

"Stopten hier de treinen?"

"Waarom buigen de rails omhoog?"

Ze huppelen van de ene biels naar de andere. Ik laat ze begaan. Die vrijheid hebben ze. Zij wel. Ze hoeven nog niet te weten dat elke biels staat voor een trein die vanuit Westerbork vertrok. Wagons volgepakt met Joden, Roma, Sinti. Wagons vol met onschuldige vrouwen en mannen. Onschuldige kinderen. Net als zij.

Bij twee wagons, een eindje verder, klinken de namen van degenen die op transport werden gesteld. Langs dezelfde route die de treinen volgden, rijdt een pendelbus ons even later terug naar het museum. Ik moet denken aan het koffertje dat ik voor de deur van het museum zag staan. Het wijst op de vluchtelingenproblematiek van vandaag. "Je zult maar moeten vluchten..."

Tussen de bomen zie ik de contouren van de enorme schotelantennes die het firmament aftasten op zoek naar intelligent leven.

Schotelantennes in de rouwstand

Tijdens de Nationale Dodenherdenking op 4 mei staan de schotelantennes van de radiosterrenwacht in de rouwstand. De hele dag is er in het kamp een herdenkingsprogramma, met om 19:00 uur de Stille Tocht en aansluitend de bloemlegging. Singer-songwriter Tim Knol zal als eerbetoon enkele nummers spelen. Op 1 mei speelt Debby Petter in de overkapping van de voormalige commandantswoning haar solovoorstelling 'Ik ben er nog'.

Kijk voor alle informatie over de activiteiten, het museum en het kampterrein op de website van Herdenkingscentrum Kamp Westerbork: www.kampwesterbork.nl

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden