Waar het visioen ontbreekt, verwildert het volk

'Waarom vervalt het volk, wanneer het zonder visioen leeft? Waarom verwildert het? Het kent geen grote waarden meer. Het brengt normen terug tot afspraken. Vervallen zit het in vadsigheid en zelfgenoegzaamheid voor de beeldbuis. Want het leeft zonder visioen.' Priester en kunsthistoricus Antoine Bodar over de betekenis van het visioen van Stefanus, wiens feest op tweede kerstdag wordt gevierd.

door Antoine Bodar

I

Sinds de 4de eeuw in het oosten en sinds de 5de eeuw in het westen viert de Kerk het feest van Stephanus, de eerste martelaar, de bloedgetuige van Christus. Tweede kerstdag is Stephansdag (zoals Duitssprekenden en Engelstaligen zeggen).

Jezus' geboorte is nog niet gevierd, of de Kerk herinnert al aan het onvoorziene getuigenis van de pasgeboren jongetjes en aan het voorziene getuigenis van de jonge dienaar van de dienstbaarheid.

Op 28 december het feest van de Onnozele Kinderen, zekerheidshalve op bevel van koning Herodes in Bethlehem omgebracht opdat ook de daar zojuist geboren koning der joden in enen zou zijn vermoord. Op 26 december het feest van de visionaire Stephanus, één van de zeven door de twaalf apostelen aangewezen diakens, spoedig gestenigd buiten Jeruzalem wegens zijn al te fier ervaren getuigen van Jezus, de Christus, de Heer.

Stephanus heet 'vervuld van geloof en Heilige Geest' (Handelingen 6,5), 'vol genade en kracht' (Handelingen 6,8), tegen wiens wijsheid en geestdrift redetwisters geen weerstand bieden. Daarom belasteren ze hem. Maar alle leden van de Hoge Raad, waar daartoe aangezochten vals tegen hem getuigen, vestigen hun blik op hem. Zijn gezicht komt hun voor als van een engel (Handelingen 6,9-15). Nu geeft de joodse hogepriester aan Stephanus het woord en de christelijke diaken steekt een vurig betoog af (cf. Handelingen 7,1-53):

Hij herinnert de toehoorders aan Abraham, stamvader van het uitverkoren volk, aan Jozef, vernederde en verheven zoon van Jacob die de Zoon van God voorafbeeldt, aan Mozes, vernederde en verheven profeet van Israël die de profeet Jezus voorzegt. Voorts herinnert hij aan de geestelijke stenen van de tempel die duurzamer zijn dan de materiële en aan de doofheid van hun gehoor en de blindheid van hun inzicht als gevolg waarvan zij Jezus, de Rechtvaardige, de Messias naar wie immers Jozef en Mozes reeds vooruit wijzen -in onwetendheid hebben vermoord.

Hoe reageren de toehoorders? Woedende knarsetanderij. En Stephanus? Vervuld van de Heilige Geest staart hij naar de hemel en ziet Gods heerlijkheid. En hij roept uit (Handelingen 7,56; cf. 54-55): 'Ik zie de hemel open en de Mensenzoon staande aan Gods rechterhand'. Uiting van dit visioen is de toehoorders te veel. Zij schreeuwen luid en stoppen de oren toe. Zij stormen op hem af, slepen hem buiten de stad en stenigen hem (cf. Handingen 7, 57-58) -minder klaarblijkelijk om zijn betoog dan om zijn visioen. En de diaken vergroot nog de razernij. Want onder de steniging op zijn knieën gevallen bidt hij luid (Handelingen 7,60): 'Heer, re-ken hun deze zonde niet aan'.

II

Op het engelengelaat van Stephanus tekent zich het visioen af, zoals eertijds op het glanzende gezicht van Mozes na diens ontmoeting met God op de berg Sinaï (Exodus 34,29-30). Het visioen doet deel hebben aan Gods engelen die gestaag het gelaat van Zijn glorie aanschouwen, opgenomen als zij zijn in de glans van Zijn licht. Het visioen immers is het droombeeld dat nooit naar de visionair zelf wijst maar altijd om anderen naar de volledig Andere, voor Wie de hemel de troon is en de aarde de voetbank (cf. Jesaja 66,1-2; Handelingen 7,49). Wie God het vi-sioen schenkt, staat Hij toe even al in Zijn eeuwigheid te verwijlen. De Heer openbaart Zich in het visioen en maakt de door Hem gekozen mens tot werktuig van Zijn goddelijke wil.

Wat heeft God in het visioen aan Stephanus geopenbaard? De Zoon Gods is mens geworden, heeft onder mensen geleefd, is overgetigheid leverd en gestorven, begraven en verrezen niet alleen voor Zijn eigen volk maar voor de ganse mensheid als één enkel volk. Het Christusgebeuren dat kerst is, wanneer we ter kerke gaan om de kerstmis te vieren, is wereldomvattend. het betreft de heiden niet minder dan de jood (Brief aan de Romeinen 10,12), de onbesnedene niet minder dan de besnedene (cf. Rom 3,30), de voorhene christen niet minder dan de aanstaande. Aan allen zonder onderscheid deelt Gods gerechzich mee door het geloof in Jezus Christus (cf. Rom 3,22). Dat gold niet alleen in het verleden maar evenzeer in de toekomst en in het heden.

Hoe vergaat het nu het volk waarvan de leden Gods gerechtigheid naar eigen hand zetten en zelfmiddelpuntig louter op eigen gemak zijn gericht? Het raakt op drift en verwildert. Het vergeet het ideaal en kent niet meer het visioen. 'Waar het visioen ontbreekt, verwildert het volk' -zo het Boek der Spreuken (29,18) -'als het de rechte leer onderhoudt, is het gelukkig'. Wat is de rechte leer? Bekommernis om de anderen maar vooraleer bekommernis om de Ander Die niet alleen tussen ons woont -in ogen van mensen, maar ook (en eerder nog) boven ons is -in de hemel. Daarom dalen de engelen in de kerstnacht van boven naar beneden. Zij verlaten het glanzende licht van Gods majesteit en geven in aardse duisternis gestalte aan het visioen -de nabijheid Gods. En zij zingen van eer aan God in den hoge en daarom in enen van vrede aan mensen die Hij immers niet anders kan dan beminnen. Waarom vervalt het volk, wanneer het zonder visioen leeft? Waarom verwildert het? Het kent geen grote waarden meer. Het brengt normen terug tot afspraken. Vervallen zit het in vadsigheid en zelfgenoegzaamheid voor de beeldbuis en kijkt naar de uitslag van de gewaand grootste Nederlander aller tijden -als verdrijving van de tijd, als verdoving van het verstand, als wiegeslaap van het hart. Want het leeft zonder visioen. Toch gaat ook over het volk, dat woont in duistere dufheid van Nederlandse eigengereidheid, het grote licht op van Christus' geboorte, van de Vredevorst Wiens rijk wordt gestut door recht en gerechtigheid (cf. Jesaja 9,1.6). Hij is de hoop die in ons leeft door het gekregen geloof dat standvastig blijft. Dat geloof bepaalt de hoop en geeft de troost, de liefde Gods -ook in een wereld die onwetend in hartstocht eigen goden aanbidt en eigen voeten kust. Dank zij Jesus blijft het visioen niet uit. De tijd is nabij (Apokalyps 22,11;cf.16): 'Laat de vrome volharden in zijn deugd en de heilige meer heilig worden'. Christus is de stralende Morgenster.

III

Zoals het geloof is uit het gehoor, zo is het visioen uit de heiligheid -de aanraking door de enige Heilige die allen oproept heilig te zijn zoals Hij Zelf heilig is (cf. Leviticus 19,2). Dit betekent geroepen zijn tot de volheid van het christelijke leven en tot de volmaaktheid van de liefde. Al in de aardse samenleving maakt heiligheid het leven van mensen meer menswaardig.

Stephanus heeft Christus nagevolgd. In genade heeft hij gesproken, in onverschrokkenheid heeft hij getuigd, in heiligheid is hij gestorven. Zoals de Heer aan het kruis voor Zijn vijanden heeft gebeden (cf. Lucas 23,34), zo hij bij de steniging. In Stephanus' visioen van de hemel ziet hij Christus niet aan de rechterhand zitten, zoals de psalmist (110,1) al leert, maar hij ziet hem staan (cf. Handelingen 7,56). Waarom stáát de Mensenzoon? Hij is reeds de rechter van het Laatste Oordeel, tevens in opstaan Zijn dienstbare volgeling naar de hemel verwelkomend en in bijstaan kracht verlenend de marteling ten afscheid te doorstaan. Stephanus, die in navolging het kruis heeft gedragen, is de aangewezen heilige naar de kribbe te begeleiden. 'Wat is het verschil', vraagt de Carthaagse schrijver Tertullianus zich af, 'tussen de schande van de Godmenselijke geboorte en de ergerlijkheid van de Godmenselijke kruisiging? Het eerste moest aan het tweede voorafgaan. Maar wat is God onwaardiger -geboren te worden of te sterven? Het vlees te dragen of het kruis. In een kribbe gelegd te worden of in een graf?' Of minder welluidend gezegd: De kribbe is daar om het kruis. De Verlosser is geboren om gekruisigd te worden en zo de wereld te verlossen. Maar Hij is opgestaan en zo de hoop op eeuwig leven geworden. Kerstmis wijst naar Pasen en Pasen naar Pinksteren. De tijd van de jonge Kerk lijkt in menig opzicht overeen te komen met de huidige -al-thans in Noordwest-Europa, waar het heidendom felheid bereikt en in stelligheid het christendom monddood maakt terwijl menig christen lauw is en de moslim zich vermenigvuldigt.

'Dan zult u getuigenis moeten afleggen', houdt Jesus reeds Zijn leerlingen voor -de raad die Stephanus terstond heeft gevolgd en geslachten aaneen in zijn navolging (Lucas 21,13-14): 'Beseft dat u niet voor uw eigen verdediging behoeft op te komen. Ik zal u de mond en de wijsheid geven die uw tegenstanders noch kunnen weerstaan noch kunnen weerspreken.' Getuigen evenwel kan ook zonder mond. Wijsheid kan ook blijken in doen -eenvoudig leven als christen en daaraan gestalte geven -fier op het geloof, daarenboven nu eens sprekend dan weer zwijgend, maar altijd God vrezend en nooit bang.

Dat is de boodschap voor Kerstmis 2004. In deze bede (naar een onbekende schrijver):

'Laat mij deze wereld minnen, zoals Gij haar eeuwig mint. Geef mij d'onschuld van een wijze en de wijsheid van het Kind'.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden