analyse

Waar de Franse aversie tegen liberalisering vandaan komt

Stakend personeel van de SNCF op het station van Lille, afgelopen woensdag.Beeld AFP

Frankrijk kan niet stil blijven staan, zegt president Emmanuel Macron, en niet zonder reden. Maar de weerstand tegen verandering is groot, blijkt uit de grote spoorstaking van deze week. Met dank aan de kerk, Colbert en Karl Marx.

Hij bestaat echt. Een stakingskas die je online kunt vullen als je sympathiseert met het personeel van het nationale spoorbedrijf SNCF. Binnen een week is er al meer dan 220.000 euro in gestort. De initiatiefnemer, de socioloog Jean-Marc Salmon, wil op deze manier de stakers een hart onder de riem steken. 'Ze verdienen ons aller steun', zo luidt zijn toelichting. 'Omdat ze vooropgaan in een rechtvaardige strijd, de verdediging van de openbare dienstverlening'.

Dat de service public in levensgevaar verkeert, daar is Salmon heilig van overtuigd. Hij doelt dan op het voorzichtig openen van het Franse spoor in 2019, voor een beperkte, gereguleerde vorm van concurrentie. Europees beleid dat in onder andere Nederland allang een feit is.

Misschien pakt zo'n scheutje marktwerking helemaal niet zo verkeerd uit voor de vele kleine, onrendabele lijnen in de Franse provincie. In Nederland, Zweden en Duitsland heeft het mechanisme van de aanbesteding aardig wat perifere verbindingen nieuw leven ingeblazen. En wat bij alle opwinding in Frankrijk wordt vergeten: SNCF-dochter Keolis speelt dit spel - onder andere tussen Zwolle en Enschede - al jaren volop mee.

Levenslange baangarantie

Met het oog op de concurrentie en de torenhoge schuld van de SCNF wil premier Édouard Philippe - alleen voor nieuwe werknemers - af van het speciale statuut voor spoorpersoneel dat dateert van 1920. Dit regime voorziet in een levenslange baangarantie, automatische loonsverhoging en vroeg pensioen (zie hieronder).

Philippe wil maar zeggen, nietsdoen is geen optie. De schuld van het bedrijf - die vooral de lucht inschoot door prachtige maar veel te dure tgv-projecten - neemt toe, de kaartjes worden duurder, de kwaliteit daalt en de belastingbetaler betaalt de rekening.

Maar opmerkelijk veel Fransen blijken ongevoelig voor de rationele argumenten van de premier. Er is een duidelijke meerderheid voor minder riante arbeidsvoorwaarden van het SNCF-personeel, dat wel. Maar tegelijk kunnen de stakers volgens een peiling van opinieonderzoeker Elabe rekenen op steeds meer steun. Na twee dagen van totale chaos vindt maar liefst 44 procent dat die actievoerders vol moeten houden, 22 procent staat achter Philippe.

Het is een patroon, al decennia. Zodra de woorden concurrentie en liberalisering vallen, gaan de hakken in het zand. Vooral als iemand aan dat rijtje nog 'Brussel' en 'globalisering' toevoegt. Het huidige conflict gaat volgens de vakbonden om de vraag in wat voor samenleving wij willen leven. Dat is, zoveel is duidelijk, zeker niet 'de neo-liberale heilstaat' die de Europese Unie Frankrijk zou willen opdringen. Wel is er een rotsvast geloof in publieke dienstverlening en in hoge collectieve uitgaven. Die moeten vooral op hetzelfde niveau - met ruim 56 procent van het bbp gaat Frankrijk op kop in de eurozone - blijven.

Politici van links en rechts, en ook een aanzienlijk aantal economen, zijn er nog steeds van overtuigd dat de weg naar groei loopt via het stimuleren van de vraag, de consumptie, en hoge sociale uitgaven. Ook al is het bedrijfsleven door een te hoge lastendruk ondertussen weinig concurrerend.

Colbertisme

Het idee dat de economie onderworpen moet zijn aan de staat, de afkeer van de vrije markt, het wantrouwen ten opzichte van ondernemers, dat alles heeft lange, taaie wortels. De financiële man van Lodewijk XIV, Colbert, legde in de zeventiende eeuw de basis voor een economie die zich kenmerkte door regels, voorschriften en protectionisme. Alles draaide om de behoeften van de zonnekoning die geld nodig had voor zijn oorlogen. Frankrijk was in alles het tegendeel van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Op het moment dat Colbert de staatsgeleide economie uitvond, was de Republiek het commerciële en financiële centrum van de planeet, met de VOC als vlaggeschip: een onderneming met aandeelhouders (een wereldprimeur), de vrucht van particulier initiatief.

De Franse Revolutie van 1789 maakte een einde aan de monarchie en een hardvochtig feodalisme. Maar de staat bleef oppermachtig en met Napoleon overleefde het colbertisme. Napoleon wilde aartsvijand Engeland militair verslaan. Dat je jezelf ook kon verrijken door een handelsnatie te worden, leek niet tot hem door te dringen. Zijn neef Napoleon III, die het keizerrijk (1852-1870) herstelde, had wel liberale ideeën. Maar ook hij stortte zich uiteindelijk weer in oorlogen waar geen enkele aanleiding voor was.

Het staatsdenken bleef op enkele perioden na altijd dominant. Dat concludeert bijvoorbeeld Jean Peyrelevade, een oud-topman van onder andere het energiebedrijf Suez. Peyrelevade publiceerde in 2014 een meeslepend (niet vertaald) boek met de veelzeggende titel: 'Frankrijk en zijn economie, Geschiedenis van een neurose'.

Volgens Peyrelevade gaat Frankrijk gebukt onder de last van een drievoudige erfenis: behalve de genoemde Colbert moeten we volgens hem ook zeker de invloed van het katholicisme en Karl Marx niet onderschatten.

In het katholicisme is geld verdienen verbonden met schuld, het vergaren van een fortuin is zondig: protestanten hechten meer aan individuele vrijheid en voor hen is er niets mis met geld verdienen. Gaat het je goed, dan is dat een teken dat God je goed gezind is. Geen enkel land heeft zoveel protestanten verjaagd als Frankrijk, en hun uittocht was een van de grootste rampen die het land ooit trof, denkt Peyrelevade.

Onderdukking

De nalatenschap van de revolutie weegt zo nodig nog zwaarder, vermoedt hij: Fransen zouden onbewust bang zijn dat de onderdrukking van voor 1789 terugkeert. Het devies van de Franse Revolutie en de huidige Vijfde Republiek (1958-heden) is Vrijheid, Gelijkheid, Broederschap. Maar gelijkheid werd altijd belangrijker gevonden dan vrijheid: zelfverrijking is een aantasting van het gelijkheidsprincipe. Velen zagen de industriëlen die opkwamen in de negentiende eeuw als een kaste van nieuwe aristocraten.

Daarom had Marx, die zo rond 1850 op het toneel verschijnt, nergens meer succes dan in Frankrijk, denkt Peyrelevade. Zijn boodschap dat het feodalisme in een andere vorm terugkeerde sloeg enorm aan, zeker omdat de industriële revolutie eind negentiende eeuw onder barre omstandigheden plaatsvond. Maar Marx zou meer dan een eeuw heel invloedrijk blijven. Tot ver in de jaren zeventig van de vorige eeuw werd een intellectueel niet serieus genomen als hij geen marxist was.

Marx heeft plaatsgemaakt voor Keynes. Keynes is voor Franse politici een uitkomst omdat hij argumenten levert voor hoge publieke uitgaven. Ook de zorgen over de hoge staatsschuld - nu 97 procent van het bbp, 2,152 biljoen euro - kun je wegwuiven met Keynes. Bezuinigen, een hobby van steile noorderlingen, is nooit nodig. "We moeten het geld halen waar het zit", zo vat de zwaarbesnorde baas van vakbond CGT - Philippe Martinez - deze filosofie samen. "Er is zat geld in dit land, kijk maar naar de omvang van de fiscale vlucht."

De vakbonden en de linkse oppositie hopen op een herhaling van een scenario dat zich in 1995 voltrok. Toen werd de regering - onder leiding van de toenmalige premier Alain Juppé - gedwongen een reeks hervormingen van hetzelfde type in te trekken.

Een staking op het spoor sloeg over naar andere sectoren en deze acties hadden, hoe ontwrichtend ook, tot ieders verbazing de sympathie van twee derde van de bevolking. De chéminots vond men, stonden op de bres voor het algemeen belang. Voor een sociaal model waar 'iedereen in de wereld' jaloers op zou zijn. Staken bij volmacht, zo is deze houding gedoopt.

Toch zit een herhaling van 1995 er hoogstwaarschijnlijk niet in, het verschil met 2018 is te groot. De werkelijkheid beukt steeds harder in op het verdringingscordon dat de Fransen rond hun geliefde model hebben opgetrokken. Het moet zelfs de grootste gelovige niet zijn ontgaan dat de SNCF niet goed functioneert. Eind 2017 was het station Montparnasse in Parijs het toneel van ongekende chaos omdat een stroomstoring niet kon worden opgelost. Verschillende afdelingen bleken verantwoordelijk voor de mededelingenborden in de hal en de borden op de perrons.

Verraden

Bovendien waren de grieven 23 jaar geleden niet alleen sociaal, maar ook politiek van aard. Veel kiezers vonden dat de hervormingen niet waren aangekondigd door de man die ze tot president hadden gekozen, Jacques Chirac. Chirac had juist campagne gevoerd op een links thema, hij beloofde een 'sociale breuk' te herstellen. Een deel van zijn electoraat voelde zich verraden.

Emmanuel Macron daarentegen week nooit af van wat hij zijn kiezers heeft voorgehouden: Frankrijk kan niet stil blijven staan, de verbouwing van de verzorgingsstaat verdraagt geen uitstel meer. Het staatshoofd heeft zich nog niet uitgesproken over de crisis rond de SNCF, maar staat op het punt dat te gaan doen nu Philippe in de problemen dreigt te komen. Om de strijd om de publieke opinie te winnen, zal hij al zijn pedagogische vaardigheden uit de kast moeten halen.

(Lees verder onder de afbeelding: waar gaat de spoorwegstaking van deze week over?)

Beeld ANP

Kaartjes voor de hele familie

Frankrijk is gewend aan spoorstakingen. Het personeel van de SNCF is verantwoordelijk voor liefst 25 procent van alle stakingsuren.

De actie die deze week in Frankrijk begon gaat dit weekend verder. De chéminots, zoals ze worden genoemd, leggen de komende drie maanden elke vijf dagen twee dagen het werk neer. Op die manier hopen de bonden de druk op de ketel te houden en te voorkomen dat de beweging inzakt.

Het protest richt zich meer en meer tegen de komende opening van de markt voor concurrentie in 2019 en een dreigende privatisering van de Franse spoorwegen. Van het laatste is geen sprake in de plannen, maar de deur van het staatsbedrijf wordt wel geopend voor privékapitaal.

Daarbij eisen de stakers het behoud van hun statuut dat de regering wil afschaffen voor alle nieuwe werknemers. Dit statuut heeft grote voordelen voor de 130.000 chéminots, zoals een baan voor het leven, automatische loonsverhoging en een pensioen op - maximaal - je 55ste. Voor het rijdend personeel is de pensioengerechtigde leeftijd zelfs 52 jaar. De werkweek bedraagt 35 uur. Dat is normaal in Frankrijk, maar het gemiddelde aantal gewerkte uren ligt bij de SNCF met 1568 uur ruim onder het landelijke gemiddelde van 1646 uur.

Werknemers en hun familieleden hebben recht op gratis reizen, een secundaire arbeidsvoorwaarde waar ook ouders en schoonouders van profiteren.

Toch is het niet fair om de chéminots geprivilegieerd te noemen, menen sommigen. Zes op de tien medewerkers verdienen minder dan 3000 euro bruto per maand. Renteniers is een meer precieze term. Dat zijn personen die legaal een functie uitoefenen met een beloning die door alle voordelen niet in verhouding staat tot de geleverde arbeid. En renteniers zullen ze blijven als er niets verandert.

Lees ook: Waarom staken Nederlanders zo weinig?

Dat gedoe met petjes en fluitjes, vooruit, als het niet anders kan moet het maar. Liever lossen werknemers hun problemen met werkgevers op aan de onderhandelingstafel. Waarom staken Nederlanders zo weinig?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden