Waar blijft het toezicht op de zorg?

De Kamer debatteert op 11 mei over de Inspectie voor de Gezondsheidszorg. Naast intern toezicht op de inspectie is ook extern toezicht geboden. Anders kunnen de inspecteurs tot in lengte van dagen achter ziekenhuis-incidenten aanrennen en blijft echte controle een illusie.

De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) treedt gewoonlijk in de openbaarheid met kritiek op situaties in de zorg. Als onafhankelijk waker over de gezondheidszorg is dat haar taak. Sinds februari is de inspectie zélf voorwerp van commentaar. Inspecteurs lieten weten niet langer te kunnen instaan voor de kwaliteit van hun toezicht. Reden voor GroenLinks, PvdA en VVD een debat aan te vragen met minister Borst dat voor 11 mei op de rol staat.

Secretaris-generaal Bekker van het ministerie van volksgezondheid, de topambtenaar van Borst, beaamde in februari in NRC Handelsblad dat de inspectie al langer dan vijf jaar 'in de prut zit'. Net als vijf jaar geleden presenteerde hij een 'nieuwe ingrijpende reorganisatie' als oplossing: centralisatie, meer hiërarchie voor minder (senior) inspecteurs met meer afstand tot het veld, meer overhead en organisatieadviseurs.

Het lijdt geen twijfel dat er een serieus inhoudelijk probleem bestaat bij het toezicht op de zorgsector. Niet alleen in de Tweede Kamer verdient deze zaak een debat, maar ook onder belanghebbenden: mensen uit de gezondheidszorgsector en zij die daar nu of straks van afhankelijk zijn. In mijn ogen ontlopen de departementale managers, net als in 1994, met het gekissebis over reorganisaties een inhoudelijk en politiek debat. De werkelijke aard van het probleem blijft duister voor wie niet thuis is in de gezondheidsbureaucratie.

De kern van dat probleem is goed weergegeven in het boekje 'Health Care Governance', dat afgelopen november verscheen. Vrucht van een commissie vol gezaghebbende bestuurders en hoogleraren uit de gezondheidszorg onder leiding van Pauline Meurs, hoogleraar ziekenhuismanagement in Rotterdam en lid van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. Het boek bevat aanbevelingen voor goed bestuur, toezicht en verantwoording in de gezondheidszorg.

De commissie-Meurs stelt dat naast intern toezicht en kwaliteitsbewaking ook extern toezicht geboden is. Op bladzijde 33 staat iets onheilspellends over het toezicht: ,,.. de verantwoording over en het toezicht op prestaties van zorgorganisaties en effecten van zorgverlening vindt nu nauwelijks plaats''.

Wel ja. Was dat toezicht niet bij uitstek de taak van de Inspectie voor de Gezondheidszorg? Ernstiger kritiek op de kwaliteit van het toezicht door de inspectie, kan ik mij nauwelijks voorstellen. Het wringt kennelijk tussen hetgeen de inspectie officieel hoort en zegt te zijn en hoe dat in de praktijk door de branche wordt ervaren. Niet voor niets uitte de Kamercommissie voor Volksgezondheid al in 1994 haar zorgen over de positie van inspecteurs die in de regio werkzaam zijn, met name over hun verlies aan expertise. Zij werd door minister Borst gerustgesteld.

Hoe heeft het zover kunnen komen? Om op die vraag antwoord te kunnen geven moeten de werkzaamheden van de Inspectie voor de Gezondheidszorg kort worden belicht. Al 135 jaar handhaaft de IGZ wet- en regelgeving op het gebied van de gezondheidszorg vanuit inspecties die zijn verspreid over de provincies. Inspecteurs onderzoeken de praktijk in de gezondheidszorg en houden vervolgens zorgverleners de spiegel voor. Bij misstanden en vermijdbare risico's dienen zij verbeteringen te bewerkstelligen. De per definitie aanwezige ambtelijke hiërarchie tussen een inspecteur en zijn ambtelijke chef zou de onafhankelijkheid waarmee hij zijn inspectiewerk verricht niet onnodig moeten belemmeren. Op basis van haar onderzoek informeert de inspectie de minister van volksgezondheid en het lokale bestuur.

De inspectie moet ook waken over de effecten van het beleid van de overheid zelf. Dat vereist afstand van de broodheer - het voor dat volksgezondheidsbeleid verantwoordelijke departement. Om die reden spreekt de Kamer rechtstreeks met de inspectie over haar jaarlijkse rapportage.

Door de toenemende centralisatie dreigt het zwaartepunt van de inspectie en daarmee haar vraagstelling en oordeelsvorming vanuit de regio's steeds meer in de richting van 'Den Haag' te verschuiven. Het publiekelijk afleggen van verantwoording door regionale inspecties werd in 1994 afgeschaft. De vraag is of de toenemende afstand tot het veld en de interne cultuur goed is. In sommige regio's gaat bovendien vanwege een gebrek aan menskracht de meeste aandacht van de inspecteurs uit naar bekende risicovolle situaties, de incidenten. Doordat het systematisch (preventief) toezicht daaronder lijdt, ontstaat het beeld van een niet-systematisch werkende inspectie.

Over deze problemen zou het kamerdebat moeten gaan. Welke bijdrage aan de gezondheidszorg en het beleid wil de inspectie leveren door middel van preventief en soms repressief toezicht? Hoeveel inspectie-acties van hoeveel inspecteurs van welk kaliber zijn daarvoor nodig? Zijn de inspecteurs voldoende toegerust voor hun taak, voldoende onafhankelijk en gelegitimeerd? Hoe denkt men kennis, ervaring en gezag te behouden of te verwerven? Is het niet eens tijd voor een meer op inhoud gericht intern kwaliteitsbeleid van de inspectie (intercollegiale toetsing) en het afleggen van externe verantwoording daarover aan een onafhankelijke 'raad van toezicht en advies' die de minister over de prestaties van de inspectie inlicht?

Wie waakt er nu over de inspectie en haar koers? Een Raad van Toezicht kent de inspectie als overheidsorgaan niet. Misschien wil de vaste kamercommissie voor volksgezondheid die rol tijdelijk vervullen. De vraag is bij alle beroering: hoe kom je meer aan de weet over de problemen die de inspectie tegenkomt? Hoe de vragen te stellen die hout snijden, in plaats van achter incidenten aan te hollen? Toezicht is een vak apart.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden