Waar blijft het moslimse antwoord

'De moslimse terroristen beroepen zich stellig op hun geloof en plegen in naam van dat geloof misdaden die op den duur, hoe onterecht ook, de islam in zijn geheel in diskrediet brengen. De enige mogelijkheid om dit vergiftigingsproces een halt toe te roepen, is de terroristen buiten de islam te schoppen.' Sylvain Ephimenco roept de westerse moslims op tot een ondubbelzinnige en massale afkeuring van het fundamentalistische geweld van hun geloofsgenoten. 'Het gaat om een bewuste daad van verzet tegen de duistere krachten die het huis van de islam hebben gekraakt.'

Tussen de eerste en de tweede grote aanval door moslimse terroristen op westers grondgebied zitten 911 dagen. Hoewel deze twee afschrikwekkende gebeurtenissen door westerse commentatoren direct met elkaar in verband zijn gebracht en ondanks de vele overeenkomsten tussen 11 september en 11 maart, kan en mag de verwoestende kwaadwilligheid van de bendes van Al Kaida c.s. niet worden gereduceerd tot de drama's in de Amerikaanse en Spaanse hoofdsteden.

In die 911 dagen tussen de massamoorden in New York en Madrid werden ook moslimsteden als Tunis, Casablanca, Istanboel en Bagdad zeer zwaar getroffen door moslimterroristen. En ook al werden in die metropolen voornamelijk westerse en Joodse doelen getroffen, de tol die de plaatselijke moslimbevolking voor deze aanslagen moest betalen, bewijst dat de wreedheid van Al Kaida niets en niemand ontziet. Synagoges, hotels, disco's, kantoorgebouwen, ambassades en politiebureaus werden met autobommen, zelfmoordenaars of raketwerpers vernietigd. Duizenden levens werden geruïneerd.

De diffuse haat, die als een bloedrode lijn dwars door die 911 tussenliggende dagen zigzagt, is een constante in de verscheidenheid aan doelwitten, motiveringen en methodes van de politieke islam.

Een tweede constante in de logica van de terroristen is dat ze zich in alle gevallen beroepen op hun geloof, de islam, voor het plegen van hun krankzinnige daden. Meer nog dan hun haat, veroorzaakt de religieuze onderbouwing die gewelddadige fundamentalisten gebruiken, een ontwrichting van de geesten en een destabilisatie van de verhoudingen tussen gemeenschappen, landen en beschavingen. Door zich op hun god te beroepen, door zich te afficheren als de enige authentieke vaandeldragers van hun geloof, trachten de vrome krijgers van Allah het onderbewustzijn van 1,3 miljard moslims aan te spreken. Dit appèl tot vereenzelviging met wat zij als een missie zien, kan een vernietigende weerslag hebben op de harten en hoofden van moslims. Niet alleen omdat het zich met andere factoren van onvrede en frustratie kan mengen, met politiek ressentiment of existentialistisch onbehagen, en kan resulteren in een nog explosiever mengsel, maar ook omdat het appelleert aan culturele en religieuze verbondenheid. Aan een soort van vanzelfsprekende solidariteit die, dwars door de rationaliteit en de weerzin van velen, een identificerende reflex kan veroorzaken.

Het beroep op de islam, op de fundamenten van het geloof, die Bin Laden & co doen, is niets minder dan een poging tot gijzeling van de moslimgemeenschap over de hele wereld. Deze poging tot overname kan alleen mislukken als daar een krachtig en ondubbelzinnig weerwoord tegenover wordt geplaatst. Maar om effectief te zijn, zal het antwoord van binnenuit, uit het moslimse midden zelf, moeten komen. Er kunnen nog zoveel miljoenen Spanjaarden en Amerikanen tegen het gewapende fundamentalisme de straat opgaan, alleen de zonen en dochters van Allah zijn bij machte de geperverteerde tak van hun geloof het morele zwijgen op te leggen.

Dat de overgrote meerderheid van de moslims in de wereld het politiek-religieuze terrorisme verwerpt, is een waarheid die nog teveel in de mist van de virtualiteit blijft hangen. Een actieve, verlichte en krachtige voorhoede om de bewustwording van de massa te stimuleren en aan te scherpen, lijkt op dit moment te ontbreken in de moslimgemeenschap. Zo heeft volgens opiniepeilingen die in verscheidene moslimlanden zijn gehouden door het gezaghebbende Amerikaanse onderzoekscentrum Pew en die deze week zijn gepubliceerd, een groot deel van de bevolking van islamitische landen een gunstig oordeel over Al-Kaida-leider Osama bin Laden. Bijna tweederde van de Pakistanen zegt Bin Laden te steunen. In meer gematigde moslimlanden als Marokko en Jordanië zegt ongeveer de helft van de ondervraagden een positief beeld van de Saoedische terroristenleider te koesteren. Dit duidt op een gebrekkig bewustzijn dat alleen door het ontbreken van een sterk tegengeluid uit moslimse kringen in het volle daglicht kan verschijnen.

Het meest gehoorde argument van moslims als ze weer met een volgende slachting van Al-Kaida worden geconfronteerd, is van theologische aard. Men zegt dan meestal dat de terroristen zich buiten de islam hebben geplaatst en zelfs geen moslim kunnen zijn. De islam is immers een religie van vrede en verbiedt de vernietiging van mensenlevens. Buiten beschouwing latend dat je in de koran naar willekeur kunt shoppen, al naargelang je interpretatieve behoefte (er zijn ook verzen die geweld tegen Joden of ongelovigen prediken), blijft dit een staaltje van karig minimalisme dat de werkelijkheid negeert en ontkent. Er is geen enkele bezweringsformule, al dan niet gestoeld op religieuze teksten, die in staat is de hardnekkigheid van de feiten teniet te doen. De onontkoombare realiteit is dat de krijgers van Bin Laden zich stellig op hun geloof beroepen en in naam van datzelfde geloof misdaden plegen die op den duur, hoe onterecht ook, de islam in zijn geheel in diskrediet brengen. De enige mogelijkheid om dit vergiftigingsproces een halt toe te roepen, is niet door met theologische formules de terroristen het predikaat van moslim te ontzeggen, maar door hen buiten de islam te schoppen. Door spectaculaire demonstraties van moslims bijvoorbeeld, spraakmakende manifesten en andere vormen van massale publieke afkeuring.

Met de jongste aanslagen in Madrid lijkt een nieuw hoofdstuk te zijn geopend dat de behoefte aan een ondubbelzinnige repliek van Europese moslims nog urgenter maakt. Elf september was voor veel moslims een soort bilaterale afrekening, ver van het oude continent, tussen de Amerikaanse hegemonie en zijn gewelddadige hekelaars. De daders en handlangers kwamen voor het merendeel uit Saoedi-Arabië. Met Spanje is het de Europese Unie zelf waaraan in feite de oorlog wordt verklaard. Een EU die een omvangrijk contingent moslims telt.

Deze brute intrede op ons gezamenlijke grondgebied gaat gepaard met een verontrustend nieuw verschijnsel: volgens alle berichten moeten de gewetenloze daders niet alleen in moslimkringen worden gezocht, maar voor een deel ook binnen de migrantengemeenschappen in Europa. Hoewel het onderzoek verre van afgerond is en voorzichtigheid betracht moet worden, kan men niet anders dan constateren dat de gearresteerde of gezochte individuen voor het merendeel Marokkanen zijn. Sommigen van hen zijn immigranten die al jaren in Spanje ingeburgerd leken te zijn. Op het moment dat ik dit artikel schrijf, is er zelfs sprake van dat de claimvideo van de aanslagen in Madrid mogelijk in Amsterdam is opgenomen. Gemeld moet ook worden dat een maand geleden de Marokkaanse voorzitter van de SIBA, het overkoepelende orgaan van de Amsterdamse islamitische scholen, door justitie is gearresteerd. Mohammed C. wordt verdacht van het doorsluizen van subsidiegelden naar terroristische netwerken.

Zegt dit alles over de Marokkaanse gemeenschap in West-Europa of Nederland? Betekent dit dat in iedere Marokkaan een potentiële massamoordenaar schuilt? Natuurlijk niet. Wel geeft dit aan dat in kringen van Marokkaanse migranten een minderheid ontvankelijk is voor boodschappen van dood en verderf en bereid is in naam van hun religie actief deel te nemen aan misdaden tegen de menselijkheid. Een afschrikwekkend gegeven waarmee moslims en niet-moslims bewust om moeten gaan. De tijd van bagatelliseren en wegkijken is definitief voorbij.

De directe nabijheid van het fundamentalistische geweld en zijn uitgesproken signatuur, hebben het onbehagen in moslimse kringen vergroot en de roep om een krachtig weerwoord begint nu uit de schaduw van de schaamte en het zwijgen te treden. Ik heb de laatste dagen een aantal voorbeelden hiervan op verschillende moslimfora op internet mogen waarnemen. Berichten vanaf de bodem van getourmenteerde zielen die vaak ontroerend en hoopgevend klinken. Zoals deze van Zyenep op Marokko.nl die ik uitgebreid wil citeren:

,,Je leest het wel... (Moslim)terroristen, aanslagen op westerse doelen, honderden onschuldige slachtoffers. En het allerergste wat ze een Moslim aan kunnen doen is alles flikken wat in de Islam verafschuwd wordt, met name moorden en zeggen 'het was de wil van Allah', 'In naam van Allah'. Vind je het logisch dat niet-moslims een negatief beeld krijgen van de Islam? Ik wel... Maar zijn we niet sterk genoeg om op onze eigen benen te staan en uit volle borst 'NEE' zeggen tegen haat en terrorisme? Je ziet zelden demonstraties in Moslimlanden tegen dit soort 'Moslim'tuig. Ik ben het zat om de ware Islam te moeten verdedigen en beschermen tegenover de ware zwartmakers van de Islam, de welbekende Moslim terroristen. Kunnen we niet een site beginnen tegen ('Moslim')terroristen om maar met iets kleins te beginnen? Kunnen we geen demonstraties houden om de wereld te laten zien dat de doorsnee Moslim helemaal geen koelbloedige terrorist is en wil meewerken om terrorisme te stoppen en eventueel uit te roeien? Wanneer komt er nou eens actie van onze kant? Ik wil het wel graag maar kan het niet alleen aan.''

In een andere discussie schreeuwt Siena haar woede uit:

,,Ik ben pissed om de aanslagen, om al die slachtoffers en leef mee met de nabestaanden, maar bovenal ben ik pissed omdat ze zogenaamd uit naam van mijn geloof, de islam, de aanslagen rechtvaardigen.''

Bij Evian op de site Maroc.nl lijkt de schok zo groot dat de discussiant besluit een 'topic' te openen met als titel 'Ik schaam me': ,,Ik schaam me... Ik schaam me om Marokkaan te zijn, ik schaam me om moslim te zijn. Ik schaam me om berber te zijn, ik schaam me om Arabier te zijn. Voor het eerst in mijn leven schaam ik me om mijn zwarte haren, mijn bruine ogen en mijn Arabische naam. Het is nu 15 maart 2004 en minder dan 24 uur geleden heb ik vernomen dat de aanslagen in Spanje het werk zijn van moslims. Vanochtend las ik in de Volkskrant dat de opgepakte mannen van Marokkaanse afkomst zijn. En in de middag hoorde ik op een Arabische radiozender dat minstens twee van de drie opgepakte Marokkanen berbers zijn. Op mijn kamer schreeuw ik het uit mijn longen dat het geen berbers zijn, dat het geen Marokkanen zijn en zelfs dat het geen moslims zijn. Ik schreeuw, maar weet dat niemand mij hoort.''

De tragiek van deze schreeuw is niet zozeer dat hij niet gehoord wordt, maar dat hij geen klankbord ontmoet. Alsof iedere reactie niet alleen een bres zou kunnen slaan in het eigen zelfvertrouwen, maar vooral het begin zou kunnen vormen van een schuldbekentenis: als ik het probleem in zijn volle omvang onderken, riskeer ik het met dit probleem geassocieerd te worden. De verwarring is dan groot en de mix van schaamte en argwaan noodt tot risicomijdende passiviteit.

Iedere mogelijke actie wordt gezien als het afleggen van rekenschap ten overstaan van hoofdschuddende niet-moslims of autochtonen. Maar vragen om een moslims weerwoord is niet hetzelfde als eisen dat onschuldigen zichzelf vrijpleiten van misdaden die anderen hebben begaan. Het gaat om actieve participatie in de strijd tegen blind geweld, een bewuste daad van verzet tegen de duistere krachten die het huis van de islam hebben gekraakt.

Toch geven vooraanstaande moslims niet thuis na het drama van Madrid. Of ze kiezen weer, zoals Driss El Boujoufi van de Marokkaanse moskeekoepel Ummon, voor het vertrouwde minimalisme: 'We zullen opnieuw moeten benadrukken dat de islam geweld verwerpt. Voor ons zijn die daders geen moslims.' Anderen die na 11 september zo prompt reageerden, zwijgen nu in alle talen of kijken de andere kant uit. De urgentie ontgaat hen. Abdullah Haselhoef die met zijn nieuwsbrief meestal gretig op de actualiteit ingaat, stuurt zijn jongste exemplaar op 13 maart, twee dagen na de aanslagen. Het onderwerp? Echtscheiding en het recht van het kind. De moslimse publicisten worden plots doorzichtig of doen hun traditionele beklag over hun favoriete zwarte schaap Ayaan Hirsi Ali. En als een tv-camera in de buurt van Ahmed Aboutaleb komt, dan kan de Amsterdamse wethouder zijn irritatie amper verbergen: 'Ik laat me niets aanpraten, ook niet door u. Dit zegt kennelijk iets over het zij/wij gevoel in Nederland.' Plots wil Aboutaleb niet meer als moslim of Marokkaan aangesproken worden. Hij kiest zijn eigen agenda wel. Zoals bij die natuurramp in zijn geboortestreek.

En intussen blijft die schreeuw hangen en spookt dezelfde vraag in vele verwarde hoofden: waar blijft het moslimse antwoord?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden