Waar blijft die brief van de IND?

Rodaan Al Galidi, Petina Gappah, Neel Mukherjee en György Dragomán treden over anderhalve week op op het internationale literatuurfestival Winternachten in Den Haag. Op het festival ook een optreden van Adonis, lievelingsdichter van Ahmed Aboutaleb, die het voorwoord schreef bij zijn net vertaalde gedichten.

"Misschien zal mij gevraagd worden of dit mijn verhaal is. Dan zeg ik: nee. Maar als mij gevraagd wordt: is dit ook jouw verhaal? zeg ik volmondig: ja." Zo begint Rodaan al Galidi het verslag van zijn 'carrière' als asielzoeker 'Hoe ik talent voor het leven kreeg'. Geen autobiografie dus, maar zeker ook geen roman.

Het is natuurlijk geen toeval dat dit boek juist nu verschijnt, nu de kwestie van de asielzoekers een hoogtepunt bereikt, maar Al Galidi legt ook uit dat hij er al die tijd moeilijk over kon schrijven. Waarom eigenlijk? vraag je je af, want 'Hoe ik talent voor het leven kreeg' is in wezen een moedgevend boek over het bestaan in een klein Nederlands universum, het azc. Al jaren is Al Galidi een gewaardeerd schrijver en dichter in het Nederlands, dat hij tijdens zijn periode als asielzoeker glanzend onder de knie kreeg; hij ontving zelfs een aantal literaire prijzen voor zijn werk, waaronder die van de Europese Unie. Het hilarische was dat hij in diezelfde tijd voor zijn inburgeringscursus zakte, wat die cursus meer schaadde dan hemzelf overigens. Bleef Nederland dan toch zo vreemd voor hem? Ik geloof het niet, maar hij kijkt er op een enigszins surrealistische manier tegenaan, in al zijn romans, verhalen en gedichten, maar ook in dit verslag van het leven van een asielzoeker.

Rodaan geeft ons een rijk beeld van binnenuit, van een eigen wereldje met mensen uit alle hoeken en gaten die jaren wachten tot ze een verblijfsvergunning krijgen of niet. Een tragisch verhaal soms, van asielzoekers die wegkwijnen of zelfmoord plegen, maar vooral toch een levensecht, energiek verhaal van overlevers, mensen die elke dag naar de post lopen om te zien of er een brief van de IND is gekomen, maar die verder een bonte schare karakters vormen: Baback die doet of hij drie personen is, de dikke analfabete keukenprinses Fatima, de verleidelijke Russische Jelena, Moesjtaak die met een kaart van Rome de stad in gaat omdat hij voor toerist en niet voor asielzoeker wil worden aangezien. Zoveel hoofden zoveel zinnen, ook in zo'n azc. Daar tegenover staat het Nederlandse apparaat dat orde probeert te scheppen, streng maar rechtvaardig. "Een criminele Nederlander volgt meer regels dan een advocaat in Irak", schrijft Al Galidi ergens.

Wat we niet aan de weet komen is waarom al die mensen gevlucht zijn, wel hoe ze Nederland beleven: als een bureaucratie die ze enerzijds tegenhoudt, anderzijds kansen biedt. Maar vooral biedt het uitzicht op de problematiek van het lange wachten, alles wat mensen verzinnen om de tijd door te komen, zich aan te stellen, oprecht te blijven, te vluchten.

Rodaans boek leerde mij, meer dan wat ook, niet de modale maar juist de verscheiden asielzoeker kennen. Het zou verplichte kost voor Nederlanders moeten zijn om in de nieuwe multiculturele samenleving in te burgeren.

Rodaan Al Galidi: Hoe ik talent voor het leven kreeg Jürgen Maas; 472 blz. euro 24,95

(Roman verschijnt 16/1)

Rijk beeld van leven in het azc, verplichte kost voor autochtonen

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden