Reportage

Waar blijft de Wereldbank, zingen ze op Sint-Maarten

Christina Hodge, de officieuze 'burgemeester' van Dutch Quarter. Beeld Sinaya Wolfert

Tijdens de wederopbouw van het in 2017 door orkaan Irma getroffen Sint-Maarten, volgt Trouw Christina Hodge, de wijkoudste van Dutch Quarter. Heel langzaam krabbelt haar buurt op.

Ze komt net uit de kerk. In een zwierige japon met stroken schrijdt Christina Hodge als een blauwe engel over haar erf. Haar barretje, Christina's Snack, ligt nog steeds tegen de vlakte, waardoor ze alleen haar keuken en slaapkamer over heeft. Maar Hodge klaagt niet. Heeft ze nooit gedaan trouwens, ook niet in de weken vlak nadat de verwoestende orkaan over het eiland trok. En naar de kerk is ze altijd blijven gaan, zegt ze, juist ook toen haar wijk anderhalf jaar geleden op een slagveld leek.

Het is de derde keer dat Hodge in Trouw haar verhaal doet. De eerste ontmoeting vond plaats in september 2017 op het grasveld beneden aan de heuvel, daags na de orkaan toen een konvooi van Nederlandse militairen voedsel en water kwam brengen. Een lange rij radeloze buurtbewoners dreigde de colonne eigenhandig te ontladen, maar gelukkig was Hodge daar, de officieuze 'burgemeester' van Sint-Maartens armste wijk. Zij persoonlijk kon er voor zorgen dat iedereen weer achter het rood-witte lint kroop en de blikken knakworst, pakjes cup-a-soup en de literpakken melk van AH ordentelijk konden worden uitgedeeld.

Drie maanden later vertelde ze in de kolommen van deze krant opnieuw haar verhaal over de wijk, waar bewoners voor het grootste deel nog onder plastic woonden en waar amper elektriciteit was. Dutch Quarter is de wijk van 'de laatste klasse', zei ze. Haar mensen krijgen altijd alles het laatst. Daarom ook moest ze rond Kerstmis 2017 nog steeds voedselbonnen ronddelen, terwijl aan de andere kant van de heuvel de supermarkten al weer vol lagen.

Weer ruim een jaar later staat er nu pal tegenover haar huis opeens een bord met de tekst 'Samen met de EU werken we aan de opbouw van Dutch Quarter'. Maar daar heeft ze nog niet veel van gemerkt. "Ik denk dat 80 procent van de woningen inmiddels weer een dak heeft, maar niet dankzij de Europese Unie of de overheid hier. We zijn geholpen door niet-gouvernementele organisaties als het Rode Kruis en zijn zelf aan het werk gegaan. Maar van de 550 miljoen euro die de Wereldbank voor de opbouw van het eiland beheert, hebben we nog niets gezien. Weet je dat we daarover inmiddels een liedje hebben?" Ze recht haar rug en draagt voor: "We are waiting for the Wóóórldbank!" En dan klinkt gelukkig een schaterlach.

Trage procedures

Toch heeft ze hier de kern te pakken. De Nederlandse Rekenkamer bracht in december vorig jaar een kritisch rapport uit met de conclusie dat er met het door Nederland beschikbaar gestelde geld amper iets gebeurt. Het wacht op ingediende projecten, maar de procedures zijn zo traag en veeleisend dat er in werkelijkheid niets gebeurt. Staatssecretaris Raymond Knops heeft moeite dit uit te leggen.

Vanwege de corruptie en het incompetente bestuur op het eiland, heeft hij bij de verdeling van zo'n groot bedrag de Wereldbank moeten inschakelen om transparantie en controle te creëren. Maar de regering van Sint-Maarten lijkt daar gewoonweg niet aan te kunnen voldoen. Wie had gedacht dat Knops van dat hulpgeld in de maanden na de orkaan prefab-huizen zou invliegen - zoals Nederland na de Tweede Wereldoorlog haar tijdelijke 'Zweedse bungalows' kreeg - komt bedrogen uit. De staatssecretaris kan na anderhalf jaar niet één voorbeeldproject noemen. Pas deze maand bereikte hij overeenstemming over het herstel van de beschadigde terminal op de luchthaven.

Een Rode Kruis-medewerker leert bewoners hoe zij daken stevig moeten bevestigen. Beeld Rode Kruis

Autonomie

Veel kan Knops daar overigens niet aan doen. Sint-Maarten is sinds de opdeling van de Antillen op 10 oktober 2010 een 'autonoom land' en dat zit een adequate wederopbouw in de weg. Nederlandse hoge ambtenaren zeggen dat autonomie van Sint-Maarten achteraf een illusie is gebleken. De nieuwe minister-president Leona Marlin-Romeo is adequaat en welwillend (net als een of twee van haar ministers), maar de Staten, het parlement, kunnen die autonomie niet aan en werken de wederopbouw consequent tegen.

Dat komt weer omdat de politiek van Sint-Maarten is verweven met de te behalen persoonlijke voordelen. De dienst op het eiland wordt uitgemaakt door een kliek van duizend personen: families die hier al generaties wonen en vooral goed voor zichzelf zorgen. Zij zitten in zaken, of in de politiek. Maar nog beter is het in hun ogen deze functies te combineren. Via de politiek halen ze voordelige zaken binnen. Overheidsprojecten waar niets aan te verdienen valt, zijn in hun ogen niet interessant.

Ondanks het uitblijven van overheidsinitiatief, lijkt Sint-Maarten zich langzaam maar zeker te verheffen. Op de weg van het vliegveld naar Simpson Bay, de nautische hotspot van het eiland, lagen anderhalf jaar geleden de luxe jachten weggeblazen op de kant. Nu is er her en der nog een verdwaalde kiel te zien op een plek waar die niet thuishoort, maar aan steigers meren naar het schijnt nog grotere jachten af.

De toeristen stromen weer toe en bevolken de terrassen en de eettentjes. Die waren door Irma compleet weggevaagd, maar zijn door de particuliere eigenaren weer hersteld, soms met hulp van wat uitgekeerde verzekeringspenningen. Denk niet dat er nu iets 'orkaanbestendigs' is neergezet. Op precies dezelfde manier als vóór Irma zijn met houten wanden en golfplaten daken weer horeca-paleisjes getimmerd. Eén storm en ze liggen weer om. Behalve die ene zeecontainer dan: de eigenaar heeft er met een snijbrander ramen in gemaakt. Hij noemt zijn schepsel 'Little Jerusalem' en heeft daarmee een restaurant. De grote hotelcomplexen pakken het grondiger aan. Die grijpen de schadeafhandeling van Irma aan voor een complete renovatie en kwaliteitsverbetering, maar dat duurt nog even.

Volgens Hodge hebben vooral de acht niet-gouvernementele organisaties op het eiland het verschil gemaakt door in projecten met de bewoners de daken van de bestaande huizen te verbeteren. Vanuit het vliegtuig zijn nog steeds de blauwe dekzeilen van het Rode Kruis te zien (er zijn er in totaal 11.828 uitgedeeld) die de huizen na Irma weer waterdicht moesten maken, maar steeds vaker maken die plaats voor een duurzame oplossing.

sint-maarten kaartje Beeld Louman&Friso

Fanny de Swarte van het Nederlandse Rode Kruis bestiert de vestiging bij Simpson Bay, waar midden in een zaaltje de nok van een dak staat opgesteld. Vrouwen als Hodge nodigen mensen uit de buurten uit om in de ruimte van De Swarte een workshop bij te wonen. Hun schade moet substantieel zijn en hun inkomen gering. "We leren de mensen vooral dat hun dak niet met spijkers moet worden vastgezet", zegt De Swarte, "maar met speciale lange schroeven met afsluitringen die op een bepaalde afstand van elkaar moeten staan. Het dak moet weer met metalen beugels aan de dragers worden verankerd en de dragers weer aan de wanden of muren."

Op deze manier worden de bestaande woningen met niet al te veel kosten een stuk orkaanbestendiger. Inmiddels heeft het team van De Swarte er 34 workshops opzitten, waar telkens twintig huishoudens aan mee doen. "Dat lijken kleine aantallen, maar we gaan ervan uit dat de deelnemers hun kennis op de buurtgenoten overdragen, en dan zet je telkens grote stappen."

Meer dan driehonderd deelnemers hebben ook een voucher van het Rode Kruis ontvangen die afhankelijk van de schade die tijdens huisbezoeken is vastgesteld, kan oplopen tot duizenden dollars. De Swarte: "Daarmee kunnen de bewoners bij de lokale bouwmarkt materialen kopen waarmee ze zelf hun orkaanbestendige dak kunnen bouwen. Later wordt de kwaliteit weer door mensen van het Rode Kruis gecontroleerd."

Dit lijkt een ideale oplossing, en dat is het misschien ook. "Maar we moeten ons wel beseffen dat Sint-Maarten niet het enige eiland is dat door Irma is getroffen. In totaal gaat het om een gebied dat is te vergelijken met de strook van Denemarken tot Portugal en waarin 1,25 miljoen mensen deze hulp nodig hebben. In dat héle gebied is er grote vraag naar materiaal en personeel. En dat is niet altijd voorhanden."

Apathie

Hodge kaart in al haar optimisme ook een ander probleem aan: het ieder-voor-zich-gevoel. "Dat is toch een groot verschil in vergelijking met orkaan Luis in 1995", zegt ze. "Toen hielpen we elkaar. Maar ik zie nu te veel apathie. Ja, de Spanjaarden (de mensen met Zuid-Amerikaanse roots, red.) steunen elkaar, maar de overige bevolkingsgroepen wachten lijdzaam totdat zij hulp krijgen aangeboden. En ze vragen geld als je hún hulp vraagt. Ik had laatst wat handen nodig, maar ik moest daar 100 dollar per dag voor betalen. Wie kan dat opbrengen?" Dus woont Hodge nog in haar keuken, en ziet ze dagelijks nog de restanten van haar bar. Ze heeft iedereen geholpen, niemand helpt haar. De Wereldbank misschien? Een schaterlach, en ze zingt weer.

Lees ook:

Een flinke brand zou helpen, bij de giftige afvalberg van Sint-Maarten

Waar ruikt dit naar? Even de ogen dicht voor een analyse. Onmiskenbaar olie en benzine, zoals die op de betonnen vloer van een garage achterblijft, en dat jarenlang. Maar er is ook iets weeïgs, iets zoets. De 43 meter hoge vuilnisbelt van Sint-Maarten lijkt van popcorn, en dat onder een zon die het opwarmt tot 45 graden.

Hoe Irma de ‘laatste’ klasse trof op Sint-Maarten

De bewoners van Dutch Quarter krijgen alles als laatste, zei de ‘officieuze burgemeester’ Christina Hodge in 2017. Veel van haar buurtgenoten in de Sint-Maartense wijk zijn het wachten op hulp zat.

2000 blikken knakworst voor Dutch Quarter, Sint-Maarten

Terwijl de donaties bij de inzamelingsactie in Nederland binnenstroomden zochten hulpverleners op Sint-Maarten hun weg in de verwoeste buurten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden