Waar blijft de webcriticus?

De vrijheid op het internet is onbeperkt. Toch wil het daar maar niet vlotten met de serieuze literatuurkritiek, constateert literatuurwetenschapper Jos Joosten.

Jos Joosten

Dat internet de redding is van de literaire kritiek is een veelgehoord cliché. En wie als Nederlander deze gemeenplaats laat vallen, bevindt zich ook nog eens in goed gezelschap. In de vakliteratuur uit het Engelse en vooral Duitse taalgebied ontbreken nooit die paar zinnen gewijd aan de onbegrensde perspectieven die het web de literatuurcriticus biedt. Dat biedt natuurlijk hoop in een tijd dat de traditionele, vanzelfsprekende hoge status van de literaire cultuur onder vuur ligt, gerenommeerde boekenbijlagen dunner worden (of zonder veel omhaal helemaal verdwijnen, zoals in de VS), selecties daardoor strenger worden en de recensies zelf ook korter. Het web heeft al die beperkingen niet en de literaire internetgemeenschap wordt als vanzelf als het dappere Gallische dorpje van Asterix, dat zich verzet tegen de overmacht van traditionele, gedrukte media.

Maar er zijn wel twee problemen.

Anders dan in Asterix’ wereld zijn de omringende Romeinen geen kwaadwillende boosdoeners. Integendeel. Als er al geluiden vanuit de gesettelde wereld komen, dan zijn die eerder positief dan defensief. Zo roemde NRC-recensente Elsbeth Etty de voordelen van literatuurkritiek op internet: „Ik zie het juist als een verrijking van het debat. In de krant heb je toch altijd te maken met beperkte ruimte, waardoor je als journalist altijd een selectie moet maken, terwijl je op internet alles kunt bespreken.” En deze welwillende grondhouding is vaak de teneur als vanuit traditionele kringen aandacht is voor internet.

Een groter probleem is dat de literaire sites geen toverdrank hebben om zich serieus te meten met de traditionele papieren media. Waar het wereldwijde web open lijkt te liggen voor de (aspirant)criticus, biedt de harde werkelijkheid in Nederland weinig perspectief. Uit onderzoek dat ik gedaan heb naar literatuurkritiek op internet in Nederland blijkt dat internet op geen enkele wijze partij – laat staan bedreiging – is voor de kritiek in de traditionele papieren media. Niet voor lezersaantallen, niet voor de status van de critici in kwestie of hun rol in het literaire debat.

Dat de vrijheid van de individuele criticus ongelimiteerd is op internet, is het unieke van het medium. Je hebt geen problemen met het vinden (of maken én verspreiden) van een blad dat je stukken wil plaatsen. Iedereen kan in een halve minuut zijn eigen kritiekensite starten.

Maar interessant is pas de vraag hoeveel lezers werkelijk zitten te wachten op deze ongelimiteerde uitlatingen?

Waarschijnlijk trekken de online boekbesprekingen op boekhandelsites als amazon.com of bol.com een aanzienlijk aantal lezers; als het commercieel niet interessant is, zouden deze boekondernemers deze service niet in de lucht houden. Maar hoe liggen die lezersaantallen bij de sites met duidelijker literaire aspiraties?

Veel sites doen niet geheimzinnig over bezoekersaantallen, vaak zijn ze via een teller publiek te volgen. Maar de verhouding tussen ’hits’, ’pageviews’, en ’unieke bezoekers’ maakt het tot een complexer verhaal. ’Unieke bezoekers’ komen het dichtst bij wat je bij papieren tijdschriften de abonnees zou noemen – waarbij de vraag of zij hun blad drie keer helemaal lezen of meteen in de oudpapierbak gooien doorgaans ook onbeantwoord blijft.

De ’abonneetallen’ van recensiesites als ’Poëzierapport’, ’Recensieweb’ of ’Boekgrrls’ variëren, met een kleine slag om de arm, van enkele honderden tot hooguit 2500 (boekgrrls). Maar die paar duizend zijn eerder een uitzondering. Het aantal lezers ligt nog altijd eerder in de buurt van dat van – noodlijdende – literaire tijdschriften dan van boekenbijlagen van kranten of opiniebladen.

Abonnees van NRC Handelsblad, Trouw en de Volkskrant melden volgens interne lezersonderzoeken dat ze de boekenbijlagen van die kranten goed lezen; wekelijks zouden die bijlagen per titel tot wel 100.000 lezers hebben. Zelfs als we een zeer ruime marge aannemen voor mogelijke sociaal-wenselijke, té positieve antwoorden, dan overtreft dit aantal nog altijd zeer ruimschoots het dagelijks (of zelfs wekelijks) bezoek aan boekgrrls.nl of 8weekly.

De Nederlandse literaire sites bevinden zich ook op een andere manier in een isolement. Er is een belangrijk verschil met de opkomst van andere nieuwe media in de vorige eeuw. Neem de rol van de prominente radiocriticus P. H. Ritter jr., in de eerste helft van de twintigste eeuw, of H. A. Gomperts met zijn literaire televisie-uitzendingen in de jaren zestig, beide overigens voor de Avro. Het betreft hier personen die de stap naar het nieuwe medium zetten vanuit een gevestigde positie in de traditionele literaire wereld. Daarbij speelde de noodzaak om het eigen, verzuilde geluid te laten horen in de nieuwe media een rol; een noodzaak die nu ontbreekt.

Voorbeelden van een algehele overstap van iemand met een serieuze reputatie, die naast zijn of haar gevestigde functie als ’papieren’ letterkundige een internetpraktijk begint, zijn er vooralsnog niet. Critici als Arie Storm en Max Pam plaatsen hun recensies wel op hun eigen website, maar steevast pas ná publicatie in een papieren medium. In haar huidige gedaante lijkt de internetkritiek gedoemd ook financieel een zaak voor amateurs te blijven. De totale vrijheid maakt weliswaar dat je zonder financiële middelen je site kunt beginnen, maar het levert ook niks op.

Een andere kwestie is hoe serieus je site wordt genomen door de gevestigde media. Ook wat dat betreft staan de internetters nog geïsoleerd. Via het digitale krantenarchief Lexisnexis is eenvoudig na te gaan in hoeverre de papieren dag- en weekbladen aandacht besteden aan de literaire websites. Kranten en weekbladen noemen ze slechts zeer mondjesmaat. Worden de websites doodgezwegen? Vinden de ’papieren’ journalisten de webcritici ondermaats, of kijken ze domweg niet op internet? Zeker is dat de literaire websites nog nooit als serieuze katalysator van een literair debat gefunctioneerd hebben. Laat staan dat enige polemiek op basis van gelijkwaardigheid is uitgevochten waarbij beide podia gebruikt werden.

Het uitgroeien van internetkritiek tot een volwaardig literair medium stuit dus nog op serieuze barrières. De lezerskring is te beperkt, de criticus te weinig professioneel geoutilleerd en de wisselwerking met de gevestigde kritiek is afwezig. Internetkritiek ziet zich geconfronteerd met een paradox: wil zij concessies doen op deze gebieden – goede commerciële basisvoorwaarden, professionele redactionele infrastructuur en erkenning door de gevestigde literaire wereld – dan wordt onvermijdelijk getornd aan juist datgene wat algemeen beschouwd wordt als de belangrijkste eigenheden van internet: onbeperkte toegankelijkheid voor lezers, totale vrijheid voor elke individuele recensent en totale onafhankelijkheid van de klassieke structuren.

Is er dan geen perspectief voor de literaire kritiek op internet? Dat is ondenkbaar. Een eerste wijziging betreft het geld. Wanneer het web voor critici ook financieel aantrekkelijk wordt, dienen zich vanzelf meer en betere kandidaten aan. Hier kan het Fonds voor de Letteren een rol spelen.

Ook zouden webcritici zich verder moeten ontwikkelen. Ze schrijven helemaal niet altijd slecht en zeker niet altijd slechter dan wat je in de boekenbijlages soms tegenkomt. Maar de mogelijkheden van het web zijn oneindig groter dan die van dag- of weekblad. Een recensie kan links krijgen naar vergelijkbaar werk, muziek, films of klassieke teksten die een besproken auteur gebruikt, interviews met de schrijver et cetera. Te veel lijken kritieken op websites op dit moment nog op digitale krantenartikelen. Te weinig buiten die sites de specifieke mogelijkheden van het medium uit.

Ten slotte is er een heel cynisch scenario denkbaar dat de redding van internetkritiek betekenen kan. Wanneer, net als in de VS, bij ons de boekenbijlagen verder onder druk komen te staan, kan de praktijk overwaaien die bij sommige wetenschappelijke tijdschriften al heerst: alle recensies op het internet plaatsen. Noodgedwongen zullen dan de professionele boekbesprekers hun activiteiten op het web ontplooien en wordt de gewenste literaire professionalisering economisch afgedwongen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden