Waar blijft de strijdbaarheid van het COC?

Doet het er tegenwoordig nog iets toe of je homo of hetero bent? En zijn er na de introductie van de partnerschapsregistratie nog actiepunten voor de homobeweging? Dit zijn wat kernvragen uit het boekje 'Roze tijden'.

In een lezingencyclus die de SAD/Schorerstichting vorig jaar organiseerde kwamen diverse bobo's opdraven. Die lezingen van o.a. oud-rechter en D66-Kamerlid Boris Dittrich, Novib-directeur Sylvia Borren en schrijver en programmamaker Stephan Sanders zijn nu gebundeld.

Anja Meulenbelt verricht de aftrap met een stuk over identiteiten. Hartstochtelijke vriendinschappen waren in de vorige eeuw in de gegoede kringen gebruikelijk, zonder schaamte of gedachtes dat die hartstocht verkeerd zou kunnen zijn. Met de uitvinding van het begrip lesbienne zijn we volgens Meulenbelt onze onschuld kwijtgeraakt.

In de tijd van de radicale vrouwenbeweging was de lesbo-identiteit nodig om zichtbaarheid te bieden. Tegelijkertijd ontstonden er kampen met weinig tolerantie voor alle varianten tussen hetero en lesbisch. Biseksuelen werden verafschuwd en ook de Creools-Surinaamse mati-vriendinnen (die zowel met vrouwen als met mannen relaties hebben) leken onzichtbaar.

Maar ook de zogenaamde oud-lesbische vrouwen en feministes die met de vijand heulden, deugden volgens de hardliners van geen kant. “Alle vrouwen zijn lesbisch, behalve zij die het nog niet weten”, luidde de strijdkreet. Meulenbelt zelf werd verfoeid, toen zij het weer met een meneer aanlegde: allebei de kampen wilden eigenlijk horen dat ze altijd gewoon hetero was geweest, “om hun wereldbeeld te redden”. Twintig jaar later is de tolerantie behoorlijk toegenomen, Meulenbelt noemt dat terecht een 'verworven luxe'.

In die eerste heftige tijd was er verwarring over de twee definities van identiteit, reconstrueert Meulenbelt. Ten eerste is er de vraag hoe je jezelf wilt benoemen, ten tweede zijn er de politieke consequenties van een groepsidentiteit. En nog steeds is er die tweedeling: “Ik zou er het liefst van af willen, maar dat is een luxe positie. Als ik me niet benoem, word ik automatisch gezien als hetero. Als ik zeg dat het er niet toe doet, ontken ik dat het er voor velen wel toe doet.” Meulenbelt concludeert: “Dus toch, om politieke redenen: een groepsidentiteit.”

Ook Stephan Sanders en Sylvia Borren onderschrijven het belang van het onderscheid tussen privé- en groepsidentiteit. Voor een veertiger die in een tolerante omgeving woont en werkt, lijkt het stellen van de vraag “wat ben je en hoe benoem je jezelf?” achterhaald en soms zelfs onwenselijk. Maar voor de allochtone jeugd en voor homo's in de Tweede en Derde Wereld is de strijd voor acceptatie en actief aanbieden van een lesbische en homo-identiteit nog van levensbelang.

Sanders, zelf gekleurd en homo, verhaalt over zijn dubbele coming out. Als homo begin je als onzichtbaar spook, als zwarte ben je té zichtbaar, alleen maar zwart, alleen maar huid. In allebei de gevallen gereduceerd. En net zoals de homowereld intolerant was over bi-zijn, kunnen zwarten intolerant zijn over een brother of sister die homo wordt en daarmee een verrader, geen 'echte zwarte' meer is.

Het recht om in vrijheid vorm te geven aan een persoonlijke seksuele identiteit bestaat buiten Nederland amper, betoogt Novib-directeur Borren. De strijd om dit recht is deel van de strijd om een menswaardig bestaan. Een verademing om dit te horen te midden van al die stemmen die roepen dat de seksuele vrijheid van vrouwen en homo's van ondergeschikt belang is, omdat de strijd tegen honger, dorst en oorlog in de eerste plaats komt.

Waarom kan de Nederlandse lesbische en homobeweging niet meer solidariteit tonen met gevoelsgenoten elders, vraagt Borren zich vervolgens af. Blijven mensen alleen lid van het COC tijdens hun eigen coming out? Ook Kamerlid Dittrich mist een homolobby. “Als controleur van de overheid, als aanjager van het debat en als waarnemer van misstanden. . . Omdat gelijkberechtiging op essentiële terreinen nog niet bereikt is.”

Maar ook veel (ex-)leden van het COC missen een strijdbare vereniging die een debat aanstuurt in plaats van de Gay krant te volgen. Het lijkt wel of het COC er de voorkeur aan geeft dat de media alleen bij collega (!) Henk Krol aankloppen. Net zoals het lijkt of na jarenlange strijd voor individualisering het COC de bakens heeft verzet en tevreden is met het tweederangs 'homohuwelijk'.

Tot slot twee minpunten. Jammer dat de lezing van Dittrich zo liefdeloos in de bundel is gekwakt. Het verhaal dat hij een jaar geleden afstak, is ruimschoots ingehaald door de actualiteit. Partnerschapsregistratie is inmiddels een feit en ook homo-adoptie komt in zicht. Bij elke boekuitgave dient er geactualiseerd te worden. De bijdrage van psycholoog Jan Schippers overtuigt ook niet. Zijn uitgangspunt dat er een enorme kloof bestaat tussen homostudies en het biologisch onderzoek naar oorzaken van homoseksualiteit, is beslist een beschouwing waard. Maar juist voor het beoordelen van dergelijk onderzoek (door meestal heteromannen) is het beter een bioloog in te schakelen die bekend is met de homostudies-materie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden