Waar Bataven en Romeinen leefden

De Meierij van Den Bosch is een prachtig stukje (Noord-) Brabant. Deze route voert door het dal van de Dommel en langs de hoger gelegen 'donken' met kasteelachtige huizen. De tocht begint bij NS-station Den Bosch en voert over de stadswallen naar Het Bossche Broek. Het is 12 km naar het Marktplein van St. Michielgestel (rood-wit gemarkeerd) of 15 km via de Essche Stroom (geel). Van St. Michielsgestel (bushalte) loopt een gele route van 8 km terug naar Den Bosch. Informatie bij de VVV Den Bosch, tel. 073-123071.

Vijfhonderd meter uit de schaduw van de St. Jan maken de straatstenen plaats voor graspollen. Het is een abrupte overgang - van de middeleeuwse stad naar het moerasland, van vroomheid in steen naar romantiek in landschap. En toch is het allebei 's-Hertogenbosch. Binnenstad en boerenland.

Den Bosch is de laatste eeuw alle kanten opgegroeid, behalve pal naar het zuiden in Het Bossche Broek. Vanaf een gordel van oude stadsmuren (Parklaan en Zuidwal) is te zien hoe het malse groen zich daar uitstrekt tot aan de horizon die snelweg heet, de A2. Ter hoogte van de Schroef van Archimedes, een fontein die meer opvalt door vernuft dan door kracht, kruist een pad de Stadsgracht en voert de polder in. Het is een belangrijk vogelgebied in de vallei van de Dommel, laag en nat: vandaar de naam Bossche Broek.

Grutto's overstemmen het geluid dat van de snelweg overwaait; het lijkt ze niet te deren. Ze kijken pas verstoord op als een paar jongelui hun auto met loeiende motor en gillende radio over het doodlopende polderwegje sturen. De smalle asfaltstrook is er niet op berekend, fietsers en wandelaars hebben op een warme zaterdag al moeite genoeg om elkaar hier de ruimte te geven.

Het motorisch geweld is overigens maar een peuleschil vergeleken met het wapengekletter dat hier in het verleden plaatsvond. Het Bossche Broek vormde door de eeuwen heen een belangrijke schakel in de verdediging van Den Bosch. Maarten van Rossum, prins Maurits, stadhouder Frederik Hendrik en Fransozen hebben er voor de wallen gelegen - met wisselend succes. De Pettelaarschans wordt nu omringd door spetterende surfers op de Zuiderplas, maar was heel lang een belangrijk bolwerk in de defensie van de stad.

Het unieke zicht op Den Bosch wordt langzaam uitgeveegd. De laatste beelden verdwijnen onder de zoevende klanken van de A2. Een gekanaliseerde stroom neemt de plaats in, de uit donker Brabant kabbelende Dommel. Het moet eigenlijk winderig zijn, schreef Anton van Duinkerken in zijn Brabantse herinneringen. “Het moet begin september zijn. In de heesters langs de weg moeten kruisspinnen midden in hun webben zitten, die bepareld zijn van morgendauw. Over de natte weiden langs de Dommelboorden moeten grote wattige wolken drijven. Het moet nuchter, klaar weer zijn.”

Het voorjaar in de voetsporen van de dichter-schrijver, die op zijn negende in St. Michielsgestel op kostschool De Ruwenberg zat, brengt andere genoegens. Een onverharde bomenlaan gaat bij Oud-Herlaar linksaf en voert over de Patersberg naar een door bos omzoomd aandoenlijk voetbalveld, het 'stadion' van de V.V. Pleinse Boys. Een handwijzer met de namen van Den Bosch, Bennekom en Valkenswaard erop doet vermoeden dat hier Oudenrijnse fileproblemen kunnen voorkomen, maar de paal reguleert het wandelverkeer over LAW-paden.

Via de Houwsestraat leidt de route terug in de richting van de Dommel, langs kasteelachtige huizen die in de zestiende eeuw bevolkt werden door adellijk volk. Het was er hoog en droog op deze 'donken' (boven de beekklei uitstekende zandbulten) en de omringende Meierij wemelde van het wild en het gevogelte. Het ontbreekt er nog steeds niet aan landelijkheid, maar veel slotjes zijn door de tand des tijds aangetast. Zoals Haanwijk, een statig particulier bezit. En Nieuw Herlaer, dat zijn pronk heeft moeten laten varen en mede daardoor misschien bij een handige knutselaar wilde fantasieën oproept: het kasteeltje is een kostschool geweest en restaurant, maar het gilt om herstel - en dus om scheppen geld.

De Dommel is hier wel erg hardhandig van z'n kronkels beroofd. Dat is prettig voor de sportvissers, die er mannetje aan mannetje zitten, in opperste trance wachtend op een bijtgrage beekbewoner. En de kanalisatie heeft een wandelpad opgeleverd, vanaf Halder langs de stroom. Het is een rustig paadje dat overigens niet echt lekker loopt, maar wel een mooi uitzicht geeft op Van Duinkerkens jongensinternaat De Ruwenberg, sinds de Tweede Wereldoorlog beter bekend als het gijzelaarskamp van St. Michielsgestel.

Een minstens zo aardig alternatief, een kilometer of drie langer, loopt van Halder langs de Essche Stroom (gele markering). Het is een van de vele zijbeken van de Dommel, een stroompje waar in het begin van onze jaartelling al aardig wat leven in de brouwerij was. Archeologen hebben bij Halder een pottenbakkersoven uit die tijd aangetroffen, een stel waterputten, glas, aardewerk en een graf. Scharrelend langs het water dwalen de gedachten af naar een periode waarin Bataven en Romeinen een erfenis achterlieten die we nu met open mond in het Noordbrabants Museum bekijken. En stel dat er nog meer zilveren Romeinse munten uit de Essche Stroom te voorschijn komen als die 4778 die er dertig jaar geleden werden gevonden!

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden