Opinie

Waanzinnige maskerade bij Marie Chouinard

Hoe schijn kan bedriegen! In de Amsterdamse Stadsschouwburg halen Lucie Mongrain, Carole Prieur en Elise Vanderbrogt, drie lange blonde gratiën uit het gezelschap van de Canadese Marie Chouinard, het applaus alsof ze de fooi van hun vakantie horeca-baantje opstrijken. Uit niets blijkt dat zij elkaar zojuist twee uur lang in elf solo's van hun leidster, de Canadese body-artist Chouinard wedijverden in beeldschoon geschift zijn.

Nu eens was de een het naaktmodel voor de duivelse temptaties waaraan Jeroen Bosch de heilige Antonius blootstelde; dan weer stapte de ander uit een Salvador Dali-tafereel. Minstens zo suggestief waren hun kronkelende heupen, schokkende torso's of beschilderde borsten waarmee zij een geile faun, een aan de lente gewijde maagd of de hartslag van een Butoh-danseres vorm gaven.

Met het schokkende gehalte van de elf solo's die body-artieste Marie Chouinard tussen 1978 en 1988 op zichzelf creëerde en waarmee zij wereldfaam verwierf als enfant terrible van de Canadese dans, blijken haar jeugdige opvolgsters weinig moeite te hebben. Ook zij zijn performsters die met een opperste aan lichaamsbeheersing tegen het karikaturale aanschurken.

Dat we tien à twintig jaar na de eerste verwondering over Chouinards pleidooi voor wildplassen, masturbatie en andere sexuele openhartigheid op het podium niet meer zo gauw te schokken zijn, doet aan haar fakkeloverdracht niets af. Na elke solo keek ik opnieuw uit tot welke waanzinnige maskerade de volgende graai in de grabbelton van twintigste-eeuwse dans zou leiden. Altijd gaan de gedaanteverwisselingen via fallussen, geweien, stekels, skeletten, strikken en veel lichaamsverf over 'space, time and beyond'. Nu eens trilt het lichaam als een snaar, dan weer veert een vrouw in het klokgebeier dat haar niet meer kan laten stoppen. In een volgend beeld doopt een vrouw haar haren in een teil, besprenkelt de vloer en een skelet en kauwt op een rode paprika, terwijl zij de kaken van dat geraamte laat meeklapperen. Dan weer zwiept zij als een ufo, die per ongeluk op aarde terecht kwam, met een lange plastic navelstreng uit haar achterhoofd.

En wat te associëren bij Chouinards prikkelende verwerking van de beroemde slotscene van Nyinsky's 'A l'apres-midi d'une faune'? Haar faun heeft opgezwollen stekeldijen, breekt een gekromde hoorn van zijn asymmetrische gewei, plakt deze als fallus op het kruis en dribbelt daarmee provocatief tussen stralen licht. De klassieke masturbatie van dansfaun Vaslav Nyinsky (waarvan hij zelf beweerde dat het door zijn prikkelige kostuum kwam) is hier even suggestief als de behekste beatdanseres of de krijsende vlinder die later voorbij komen. Zijn het knipogen van Chouinard naar Anna Pavlova en Tamara Karsavina, de allereerste stervende zwaan en vuurvogel? Het lichaam is voor deze body-artieste geen tempel, kerker of zak van huid vol botten en bloed, maar een illustratieve gids over Traumdeutung.

Die dromen spelen zich in subtiel schemerduister vol vlijmscherpe lichtstralen of oplichtende vlakken af. Deze verbeeldingsdrang over het vergankelijke lichaam gaat voorbij aan zin of waanzin. Exhibitionisme ligt voortdurend op de loer, maar kan niet uit de bocht vliegen door de strakke beteugeling in erotisch verantwoorde esthetiek. Vooral die dressuurkunst maakte van deze slotvoorstelling van Julidans Festival een soort fantoom over dansextremisme als beeldende kunst. Hoogtepunten uit de twintigste eeuw zoals Les Ballets Russe, Butoh, Bausch : Chouinard speelt er als een behekste madonna mee. Mijn hart werd er pas door geraakt toen haar drie opvolgsters hun maskers aflegden en in simpele overhemden en met schoongeschrobde ledematen hun fooi kwamen innen. Wat moet het heerlijk zijn om het lichaam zo te laten liegen!

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden