Waait wel over, dacht Zapatero

Spanje verkeert al vijf jaar in een economische crisis en een oplossing is er nog altijd niet. 'Politici steken hun kop in het zand en hopen dat de crisis voorbij gaat.' Een reconstructie.

'Het gevaar van een schuldencrisis in Spanje, en in de eurozone, is verdwenen. Spanje heeft cruciale beslissingen genomen om de crisis tegen te gaan." De socialistische premier José Zapatero klopte zichzelf in het voorjaar van 2010 nog net niet op de borst. Maar opgelucht was hij wel.

Zijn minderheidsregering had net voor 15 miljard euro aan bezuinigingen door het parlement geloodst. De steun kwam van de Catalaanse partij CiU die stelde dat Spanje anders "in een nog dieper gat zou vallen". De financiële markten leken even gekalmeerd.

Ondanks zijn steun had de partijleider van de CiU geen goed woord over voor Zapatero. Hij zag graag zo snel mogelijk nieuwe verkiezingen, zodat Spanje geregeerd zou worden door iemand die wel 'capabel' en 'competent' genoeg was om de crisis aan te pakken.

Want met die crisisaanpak was het tot dusver niet goed gesteld. De aangekondigde bezuinigingen, en de hervormingen van onder andere de arbeidsmarkt en de pensioenen, waren niet Zapatero's eigen idee.

Hij moest, gedwongen door de financiële markten die Spanje alleen maar geld wilden lenen in ruil voor hoge rentes. Toen al. En door de Europese Commissie, die, ook toen al, beducht was voor een 'Grieks besmettingsgevaar'.

Tot 2007 kende Spanje jaren van ongekende economische groei. Goedkoop krediet door de invoering van de euro en een nieuwe wet op grond (in het leven geroepen door de Partido Popular) werkte een vastgoedzeepbel in de hand. Overal mocht gebouwd worden en overal werd gebouwd.

Er verrezen nieuwbouwwoningen, kunstpaleizen en vliegvelden. Spanje raakte verslaafd aan baksteen. Gemeenten, provincies en regio's werden rijker en rijker dankzij de verkoop van grond en het innen van belastingen. Huizenprijzen stegen tussen 1995 en 2007 met 155 procent, volgens cijfers van de Europese Commissie. Iedereen kon een hypotheek krijgen.

Banken, met name de spaarbanken, de cajas de ahorros, verstrekten leningen aan wie maar wilde. De Spaanse economie groeide bijna het hardst van alle landen in de eurozone. Er werd gesproken van 'het Spaanse wonder'.

Haarscheurtjes kwamen er in 2007. Prijzen stegen niet meer zo hard. Projectontwikkelaars raakten in de problemen. In 2008 kwam de echte klap. De Amerikaanse investeringsbank Lehman Brothers viel. De 'subprime crisis', vernoemd naar hypotheken die verstrekt werden aan mensen met te grote schulden, sloeg over naar Europese banken, waarvan er enkele met overheidsgeld gered moeten worden.

Spaanse banken mochten van toezichthouder Banco de España nooit in 'die rommel' beleggen en waren verplicht om in goede tijden extra reserves op te bouwen voor slechte tijden. De Banco de España werd hiervoor geroemd. Centrale bankpresident Ordóñez zei dat het weinige risico dat de Spaanse banken hebben genomen "verklaart waarom wij aan de crisis ontsnappen".

Ondanks een alarmerend artikel in The Financial Times over de uiteengespatte vastgoedzeepbel, dat werd overgenomen door alle grote Spaanse media, reageerden politici rustig. "Bevinden we ons in een zorgwekkende situatie? Ik denk het niet, want families hebben een stevig inkomen en het banenperspectief is goed", zei Pedro Solbes, minister van financiën onder de PSOE-regering daags voor de crisis.

Buitenlanders die al lang in Spanje wonen noemen deze houding typisch Spaans. "Het is de Spaanse mentaliteit. Ze zijn te trots om hun verlies te nemen. Politici steken hun kop in het zand in de hoop dat de crisis vanzelf voorbij gaat", zegt Humphrey White. Hij is hoofd investeringen bij het Spaanse kantoor van het internationale vastgoed-adviesbureau Knight Frank en woont al twintig jaar in Madrid.

Spanje juichte te vroeg, zag de ernst van de situatie niet in, of wilde die niet inzien. 2009 werd een slecht jaar. In de bouw was geen werk meer, aannemers gingen failliet en het aantal werklozen steeg tot drie miljoen. Minister van financiën Solbes waarschuwde dat het begrotingstekort wel eens boven de door Brussel toegestane 3 procent kon komen. Andere politici bleven mooi weer spelen.

In dat voorjaar wordt Solbes vervangen door Elena Salgado. Reden voor de vervanging van deze minster (en met hem vijf anderen) is dat Zapatero een krachtiger regering wil. "Politieke ontwikkelingen en de economische situatie vragen om een verandering om de toekomst met een nieuwe drive en meer kracht tegemoet te treden", aldus de socialistische premier.

Zapatero komt van alle kanten onder druk te staan om te bezuinigen en ingrijpende hervormingen door te voeren. Centrale-bankpresident Ordóñez spreekt zich openlijk uit voor een lagere ontslagvergoeding. Werkgeversorganisatie CEOE eist soepeler ontslagrecht en eist een snellere uitvoering van arbeidstijdverkorting of tijdelijke schorsing voor bedrijven die in financiële nood zitten.

Zapatero zegt nee. Bang om stemmen te verliezen. Hij wil geen ruzie met de vakbonden. De banden tussen de PSOE en de bonden zijn nauw. De premier heeft ooit gezegd dat zijn UGT-vakbondslidmaatschap op zijn nachtkastje ligt. Voor de impopulaire beslissingen die hij later moest nemen, kon hij wijzen naar Brussel. Hun schuld.

Bovendien gaat de socialistische premier er vanuit dat de crisis wel weer overwaait. Hoop is vooral gericht op landen buiten Spanje. Zodra Europa weer economische groei kent, komt het vanzelf goed.

In dat opzicht is er met de komst van een nieuwe premier nu weinig veranderd. Ook Mariano Rajoy van de PP wijst voor de schuldvraag graag naar anderen. Het zijn de financiële markten, de Europese Centrale Bank die de kredietkraan niet opendraait, spanningen om Griekenland of het ontbreken van een bankenunie of euro-obligaties. En ook hij hoopt vooral op 'wonderen' buiten Spanje.

Voorjaar 2010 is het geduld in Brussel op. Spanje is het zorgenkind van Europa geworden en de crisis daar moet gestopt worden. Spanje is 'too big to bail, too big to fail'. De vierde economie van de eurozone is te groot om gered te worden maar ook te groot om te vallen. Premier Zapatero wordt op het matje geroepen.

Terug in Spanje voert hij ruim twee uur overleg met oppositieleider Mariano Rajoy (PP). Achttien maanden daarvoor spraken ze elkaar voor het laatst. Van samenwerking tussen de partijen is traditiegetrouw geen sprake. De PP verwerpt elk plan van de socialisten en distantieert zich van de crisisaanpak van de PP.

Zapatero en Rajoy komen overeen dat Spanje zal bijdragen aan een noodkrediet voor Griekenland. Daarnaast moeten fusies tussen de spaarbanken 'bespoedigd' worden. Deze banken, de cajas, verkeren in grote financiële problemen door het instorten van de vastgoedsector en moeten fuseren en daarmee sterker worden.

Het echte probleem, al die problematische vastgoedleningen op de bankbalansen, wordt niet aangepakt. En nog altijd keren bestuurders van de cajas zichzelf royale bonussen en pensioenen uit. Opnieuw wordt de aanpak van problemen vooruitgeschoven. Spanje lijkt zich er soms oprecht niet van bewust dat een oplossing in het land zelf ligt. Hoe pijnlijk sommige maatregelen ook zijn.

Kleine stappen worden gezet. Spanje bezuinigt voor een extra 15 miljard euro. De arbeidsmarkt wordt hervormd. De zeventien autonome regio's krijgen strengere regels aangaande hun begrotingstekorten opgelegd. Economen opperen verhoging van de pensioenleeftijd maar dat is een brug te ver voor de regerende socialisten.

Geld van 'plan E' dat werkgelegenheid moet stimuleren, wordt gebruikt voor prestigieuze projecten van regionale overheden die amper banen creëren. De btw wordt tijdelijk verhoogd. Zapatero is zeer tevreden over zijn hervormingspakket, maar maatregelen blijken of ontoereikend of worden later weer ingetrokken.

Het ongeduld van Spanjaarden raakt ondertussen op. Vakbonden organiseren demonstraties en ambtenaren leggen het werk soms neer uit woede over de bezuinigingen. Duitsland krijgt steeds vaker de schuld van de aanhoudende crisis. Hoewel Spanjaarden, zo blijkt uit de Eurobarometer, nog altijd blij zijn met de Europese Unie, daalt hun vertrouwen in de unie wel naarmate de crisis aanhoudt.

Mensen zonder baan werken vaak zwart bij en de familie geldt nog altijd als sociaal vangnet. Toch zijn met name jongeren de politieke en economische situatie in hun land zat. Vlak voor de regionale verkiezingen in mei 2011 bezetten zij de pleinen in Spanje. De '15 M-beweging' mag zich voorloper noemen van de wereldwijde protestbeweging occupy.

Buiten Spanje zijn er niet alleen grote zorgen over de banken maar ook over de hoge begrotingstekorten en schulden van de zeventien autonome regio's. Zo wordt Castilla-La Mancha al 'klein Griekenland' genoemd. Zoals in Spanje altijd alles goed komt, zegt minister van financiën Elena Salgado nu ook: "De regio's hebben de eerste maanden van dit jaar inderdaad te veel uitgegeven maar zij zullen hun doelen voor het einde van dit jaar halen."

In een interview zegt zij: "De hele wereld weet dat de Spaanse financiële sector solvent is. Van paniek over Spanje is geen sprake". Ze heeft het mis. PSOE-ministers kunnen niet langer volhouden dat de oplopende rente en de paniek op de beurs de schuld is van 'speculanten'.

Zapatero beseft dat het hem waarschijnlijk niet gaat lukken om een begroting voor 2012 rond te krijgen. De Baskische en Catalaanse partijen zullen zijn minderheidsregering waarschijnlijk niet meer steunen. 'Uit algemeen belang' kondigt hij vlak voor het zomerreces vervroegde verkiezingen aan. Het opstellen van de begroting komt te liggen bij 'een volgende stabiele regering'.

Mariano Rajoy van de Partido Popular ruikt zijn kans na zeven jaar in de oppositie waar hij zich vooral heeft uitgesproken tegen de plannen van de socialisten. Hij heeft grootse plannen voor Spanje, maar onthult geen enkel detail. Kiezers zijn zo klaar met de socialisten dat ze hier niet eens om vragen. Alles beter dan de PSOE.

De conservatieve PP wint met een absolute meerderheid. Luis de Guindos wordt de nieuwe minister van economie. De man die tussen 2006 en 2008 hoofd was van Lehman Brothers Spanje en Portugal, moet Spanje uit de crisis gaan leiden.

Eind december treedt de nieuwe regering van Mariano Rajoy aan. Er is hoop. Hoop die ruw verstoord wordt door communicatieproblemen binnen de regering. Twee economen op één kussen daar slaapt de duivel tussen. Economieminister De Guindos en zijn collega minister van financiën Montoro zijn het openlijk over van alles oneens.

Rajoy lijkt na de verkiezingen van het toneel verdwenen en laat alles over ander zijn vicepremier. De hoop van veel economen op een goed en duidelijke plan om de crisis te lijf te gaan, slaat om naar de vrees dat elk plan ontbreekt. Hoewel improviseren een groot talent is van Spaanse politici, vraagt de huidige crisis vooral om een langetermijnvisie. Die is er niet.

De begroting voor 2012 wordt pas in april gepresenteerd. Rajoy wist dat er voor miljarden (bijna 35 miljard euro) bezuinigd moest worden en wilde met deze boodschap wachten tot na de verkiezingen in de zuidelijke regio Andalusië. Het begrotingstekort blijkt niet 6 procent van het bbp te zijn, zoals de socialisten zeiden maar 8,9 procent. Een lastige erfenis.

Tot nu toe wordt de situatie onder Rajoy slechter in plaats van beter. Scholen in Valencia hadden deze winter geen verwarming omdat de feitelijke failliete regio de rekeningen niet meer kan betalen. Het aantal werklozen is de 5 miljoen gepasseerd (nu 24,4 procent) en loopt op naar de zes miljoen. Bankia, een fusie van zeven spaarbanken, bleek aan 4,5 miljard staatssteun niet genoeg te hebben. Of er 19 miljard bij kan.

Centrale bank Banco de España wordt nu falend toezicht verweten. Ordóñez verwierp deze kritiek, want als banken valse cijfers aanleveren kan hij daar ook niets aan doen. 'Weggepest' door de PP-regering trad Ordóñez onlangs een maand eerder af dan gepland.

Nu de boekhouding van andere banken door specialisten van buitenaf wordt doorgelicht komt er wellicht nog meer ellende naar boven. Spanje kan, als het moet, 100 miljard euro lenen van Europa voor de banken. Al zijn de voorwaarden niet duidelijk.

Beleggers lijken het vertrouwen in Spanje ondanks deze steun te hebben opgegeven. Het IMF en Brussel vragen weer om meer hervormingen, maar Rajoy heeft weinig middelen tot zijn beschikking. Hij zou bijvoorbeeld de btw kunnen verhogen, maar dat betekent een verkiezingsbelofte breken. Een volledig verzoek om hulp indienen zou Rajoy zien als politieke zelfmoord.

Net als zijn politieke voorganger zal hij uiteindelijk echter moeten buigen voor de wil van Brussel en de markten. Met de huidige rentestanden betaalt Spanje te veel. Hoe meer rente het betaalt, hoe harder het moet bezuinigingen en hoe minder geld er over blijft om de economie te stimuleren. Improviseren kan niet meer. Er moet duidelijkheid komen. Een plan.

Gek genoeg is er van een massale volksopstand nog altijd geen sprake. "We moeten toch wel gered worden, het wachten is op het moment", aldus een ondernemer in Madrid. Twee vrienden, de een werkt in de liften-brache, de ander in de brandpreventie van gebouwen, willen niet meer over de politiek praten. "Wij zijn er klaar mee. Er valt niets meer over te zeggen."

Spaanse economen kunnen alleen nog maar hun hoofd schudden. Zij bevestigen dat als Spanje drie jaar geleden hard had ingegrepen het er nu niet zo slecht had voorgestaan. Een groep vooraanstaande Spaanse economen riep onlangs in de krant El País op tot nieuwe verkiezingen.

Zij willen een regering die de steun heeft van alle grote partijen, met ministers die uitgebreide kennis hebben van hun portefeuille. Ministers die hervormingen 'niet alleen aankondigen maar ook uitvoeren'. Voordat het te laat is.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden