WA-verzekering

‘Niet rennen, fluisteren en nergens aankomen,’ herhaalt Jorrit zachtjes. Nu onze zoon vier is, durven mijn vrouw en ik hem voor het eerst mee te nemen naar een museum, het British Museum in Londen.

Hij gedraagt zich keurig. Rustig hobbelt hij met ons mee, kijkt aandachtig naar schilderijen en fluistert af een toe een vraag.

Hij verveelt zich al snel. ‘Laten we doorlopen,’ stel ik aan hem voor, ‘verderop zijn beelden. Laat mama nog maar even naar die saaie schilderijen kijken.’ Hij twijfelt even, maar hij kiest toch voor het avontuur. Rustig lopen we door tot we in een ruimte vol beelden komen. Beelden van de Acropolis, weet ik. Een wel erg jonge suppoost zit in een hoekje voor zich uit te staren, zich onbewust van de duizenden jaren beschaving die hij in de gaten moet houden.

Zou mijn WA-verzekering de schade dekken als mijn zoon een beeld omverduwt, vraag ik me af. ‘Kijk Jorrit,’ fluister ik, ‘beelden van meer dan tweeduizend jaar oud, uit Griekenland, waar we vorig jaar op vakantie waren.’

- ‘Ik heb geen beelden gezien toe we daar waren,’ antwoordt hij slim.

- ‘Omdat ze allemaal hier staan,’ zeg ik. Hem uitleggen dat ze eigenlijk gejat zijn door de Engelsen en in een Grieks in plaats van een Londens museum horen, komt nog wel een keer.

We staan voor een klein beeld van een discuswerper, waarvan de onderarm met discus los naast het beeld ligt. Nergens aankomen kost Jorrit zichtbaar moeite.

‘Zullen we een grapje met mama uithalen?’ fluister ik tegen Jorrit terwijl ik naar het de arm wijs. Geestdriftig knikt hij ja. ‘Jij moet naar mama teruglopen, zeggen dat je per ongeluk iets kapot hebt gemaakt en haar naar dit beeld trekken.’ Hij glundert en gaat op pad. Ik stel me verdekt op in de volgende zaal en heb me nauwelijks gepositioneerd of daar sleept Jorrit mijn vrouw naar de ontarmde discuswerper. Jammer dat ik haar gezicht niet kan zien. Als ze de onderarm ziet, slaat ze haar handen voor haar gezicht en zegt iets tegen Jorrit die doodstil blijft staan. Ik loop grijnzend in hun richting en zie mijn vrouw naar de suppoost lopen. Ze wisselt een paar zinnen met hem en hij loopt met haar mee richting de duizenden jaren oude practical joke. Jorrit staat nog steeds doodstil met zijn handen op zijn rug en kijkt naar het plafond. Ik zal misschien ook dat werkstudentje moeten uitleggen dat die arm er al honderd jaar zo ligt, denk ik. De jeugdige suppoost werpt een blik op het beeld en voor ik het groepje heb kunnen bereiken, snelt hij de zaal uit. Als ik Jorrit en mijn vrouw bereik, tik ik haar op haar schouder.

- ‘Grapje van Jorrit,’ zeg ik in het verschrikte gezicht van mijn vrouw.

- ‘Leuke grap,’ antwoordt ze kwaad. ‘Nou, die suppoost is de directeur halen. Dekt jouw WA-verzekering restauraties van zevenentwintighonderd jaar oude beelden? Waar was jij trouwens toen hij dit deed?’

- ‘Die onderarm ligt daar al, eh, jaren.’

- ‘Volgens die suppoost zat hij er net nog aan.’

- ‘Dat is een broekie die nog nooit goed heeft gekeken. De directeur zal zo wel opheldering geven. Het was een grapje.’

- ‘Wat een suffe grap. Nou, jij kan er niets aan doen hoor Jorrit, Papa wilde grappig zijn.’ Jorrit houdt zich intussen verbazend goed groot.

Dan komen de suppoost en een strak in het pak zittende dertiger er aan. De laatste bekijkt de arm overdreven aandachtig en stelt zich voor als de Managing Director van het museum.

- ‘Never happened before,’ zegt hij hoofdschuddend en vraagt of ik meekom naar zijn kantoor.

- ‘It’s a joke,’ probeer ik nog.

-‘This is certainly no joke,’ antwoordt hij.

Intussen zijn wij de belangrijkste bezienswaardigheid van het museum geworden. De kring om ons heen is intussen drie rijen dik.

-‘How long have you been Managing Director of this museum?’ vraag ik.

-‘That’s of no importance at all,’ antwoordt hij beledigd.

Ook dat nog: een carrièreambtenaar die wel even een museum managet zonder een idee te hebben van wat erin staat.

Voor Jorrit begint alle belangstelling en de streng kijkende directeur nu vervelend te worden. ‘Gaan jullie maar naar buiten,’ zeg ik tegen Jorrit en mijn vrouw, ‘dan zal ik deze meneer even wat lesjes kunstgeschiedenis geven. En dan zal ik hem meteen even uitleggen dat deze beelden eigenlijk in een Grieks museum horen.’ Ik geef Jorrit een aai over zijn bol en loop met de veel te jonge directeur mee. De menigte wijkt voor ons en kijkt mij beschuldigend aan.

-‘Would you please follow me, the police will arrive any moment.’

Hopelijk zijn de agenten ouder dan jij, denk ik.

Dan begint de directeur te lachen.

-‘You knew!’, roep ik opgelucht.

- ‘Of course. Good joke, old chap.’

- ‘Niet hardop praten in een museum papa,’ zegt Jorrit terwijl hij en zijn moeder op me af komen lopen.

- ‘Dus die suppoost wist het wel,’ zeg ik.

Ze kijkt me lachend aan en zegt: ‘Hèhè. Die arm lag er al af toen ik hier twintig jaar geleden op schoolreis was.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden