VWO TEKENEN

Charlotte Dijkstra vond dat het prima ging, het VWO-examen kunstbeschouwing/kunstgeschiedenis van vanmorgen. Dat is het theorie-deel van tekenen.

Ivo te Ronde niet. “Als je 't geléérd had kon je 't wel maken, ja”, zegt hij zuinigjes.

En, had hij het geleerd?

Nouououou, zegt hij.

Nee, dan Charlotte. Die vindt tekenen zo ongeveer het enige examenvak dat echt voor haar leeft. Haar werktafel was vanmorgen helemaal bezaaid met papier, zegt ze. De opgaven, en de twee grote vellen met plaatjes lagen uitgespreid. Want zo gaat dat, bij kunstbeschouwing: de vragen gaan over de plaatjes.

“Goede sier” was het examenthema van dit jaar. Over wandschilderingen in Pompeï ging het, over het Wenen van de eeuwwisseling, over Vuillard en Matisse, over Adolf Loos en over stoelen.

“Ik vond het niet moeilijk in die zin...”, zegt Charlotte, “...dat de vragen helder waren. Ze sloten goed aan op het boek. Maar het probleem is: je kan wel dat hele boek uit je hoofd leren, maar dat geeft je geen garantie dat je je examen goed maakt. Je moet toch ook goed kijken. Dat is soms wel shit.”

De enige moeilijke vraag vond ze nummer 22. Over Matisse, ging die. De vraag hoorde bij een schilderij uit 1937. 'De kleur is voor Matisse autonoom. Leg uit op welke wijze hij de kleur heeft toegepast in het schilderij. Noem daarbij drie aspecten.'

“Dat wist ik niet”, zegt Charlotte. “Ik heb een beetje in het rond lopen zwammen.” Jessica Glasmacher vond 22 helemaal niet zo moeilijk. “Dat Matisse geen contourlijnen gebruikt, heb ik gezet.”

Maar het leuke van tekenen is niet dit schriftelijke examen kunstbeschouwing, maar het praktijkdeel. De afgelopen maanden werkten de kandidaten 28 uur aan een eigen werkstuk. Dat moest ook iets te maken hebben met “goede sier”, maar je moest daar wel een eigen invulling voor verzinnen.

Charlottes werk is het grootste van allemaal. Op het achterpaneel van een kast schilderde ze zes blote, licht mollige dames op de rug, op een blauwe achtergrond. “Ik heb duidelijk willen maken dat 't geen zin heeft je beter voor te doen dan je bent, via kleding, permanentjes, sieraden, make-up. Naakt komt de waarheid naar voren. Maar die vrouwen schamen zich. Daarom zie je ze op de rug, zitten ze gebogen, voelen ze zich hopeloos lamlendig”, licht Charlotte toe. Zo schreef ze het ook op de schriftelijke toelichting die je voor zo'n praktijkexamen geacht wordt te maken. Die hangt naast de werkstukken.

Jessica Glasmacher koos een totaal andere aanpak. Ze ontwierp postzegels met het Gronings Museum erop. Voor de grap verkleinde ze die tot echt postzegelformaat. En frankeerde er een brief mee, die ze postte. Die kwam nog aan ook. Toen ze dat verhaal vertelde op de academie voor Industriële Vormgeving in Eindhoven werd ze meteen aangenomen.

Vervelend is ondertussen wel dat Leontien Broekhuizen, de docente, nog helemaal niks mag zeggen over de cijfers voor het praktijkwerk, terwijl het al weken klaar is. Iets zeggen, dat mag pas als ook het schriftelijk is nagekeken. Het is voor het eerst dat je op het Wagenings eindexamen tekenen kunt doen, maar ze is gepast onder de indruk. “Niet alleen Charlotte hoor. Bij de hele groep is het niveau hoog.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden