Opinie

VVD is niet uit op almacht

De nieuwe Kamervoorzitter Anouchka van Miltenburg. Beeld anp
De nieuwe Kamervoorzitter Anouchka van Miltenburg.Beeld anp

Een liberaal overwicht in politieke functies is niet aannemelijk. Het ledenbestand is ook te klein om zo'n greep naar de macht te doen.

Dat de minister-president en de voorzitters van de beide Kamers der Staten-Generaal VVD'er zijn, is geen voorbode van overname op grote schaal door VVD'ers van CDA-bestuurdersposities. De ophef over de verkiezing van een VVD'er tot voorzitter van de Tweede Kamer terwijl de voorzitter van de Eerste Kamer ook tot die partij behoort, is te wijten aan een tekort aan kennis van de parlementaire geschiedenis.

In 1973 behoorden de voorzitters van beide Kamers en de minister-president enige tijd alledrie tot de PvdA, en van september 1989 tot juni 1991 waren deze drie functionarissen en de vicepresident van de Raad van State allevier van CDA-huize. Het was de tijd waarin een CDA-Tweede Kamerlid tegenover een buitenlander de positie van zijn partij samenvatte met: "We rule this country."

Vele jaren waren de posities van Kamervoorzitter en vicepresident van de Raad van State hecht in handen van PvdA en CDA (daarvoor de confessionele partijen). Pas in 1997 werd die gezamenlijke heerschappij doorbroken, toen ik tot voorzitter van de Eerste Kamer werd gekozen; 95 jaar na het overlijden van de laatste liberale voorzitter. De laatste liberale vice-president van de Raad van State trad 84 jaar geleden af en de huidige vice-president (CDA) hoeft bij leven en welzijn pas over zes jaar af te treden.

De functies van voorzitters van de beide Kamers en vice-president ontleenden politiek belang aan de vertrouwelijke adviezen die zij bij kabinetsformaties aan de koningin gaven. Dat aspect is, zolang de Tweede Kamer vasthoudt aan de nieuwe procedure, vervallen. Om werkelijk een dominante invloed op het bestuur uit te oefenen, is meer nodig dan het bovenpartijdig voorzitterschap van de Kamers.

Daadwerkelijke invloed vereist vertegenwoordiging in de haarvaten van het bestuur. Een avondblad maakte onlangs ophef over de voordracht voor een secretaris-generaal op Justitie die VVD-lid was. Op het ministerie Buitenlandse Zaken van VVD'er Rosenthal zouden ook al VVD'ers zijn benoemd tot secretaris-generaal en directeur-generaal. Geen van beide is echter lid van de VVD. Dat meer ambtenaren dan voorheen VVD stemmen lijkt mij, gelet op de verkiezingswinst van deze partij, onvermijdelijk. Maar op een partij stemmen, is iets anders dan lid van die partij zijn. Er zijn weinig dingen vluchtiger dan de kiezersgunst en tot het grote contingent strategische kiezers zullen ook wel ambtenaren behoren. Het loopt dus nog niet zo'n vaart met de benoeming van VVD'ers in het ambtenarenapparaat. Wel is de VVD het aan haar aanhang verplicht bij benoemingen goed te letten op evenwichtige spreiding over partijen. Evenwichtig houdt: in minder eenzijdige boventalligheid van PvdA en CDA, maar ook geen liberaal overwicht. Een overwicht is op korte termijn trouwens niet bereikbaar.

Bij de benoeming van burgemeesters en commissarissen van de koningin is de mogelijkheid om partijgenoten te pousseren beperkt. Gemeenteraden en Provinciale Staten stellen een voordracht op, die sinds het coalitieakkoord van 2007 bindend is. De regering mag een voordracht alleen weigeren om zwaarwegende redenen. De politieke kleur van de kandidaat is dat niet. Het zijn dus - in mijn ogen in strijd met de Grondwet - de gemeenteraden en de staten die beslissen.

Er is nog een reden waarom een greep naar de macht door de VVD niet aannemelijk is: het ledenbestand is daarvoor te klein. Ik heb als partijvoorzitter in de jaren zeventig mogen beleven dat de partij meer dan honderdduizend leden had met ongeveer 1,5 miljoen kiezers in 1977 en 1981. Nu heeft de VVD minder dan 40.000 leden bij een kiezersaantal van ruim 2,5 miljoen. De kans dat op een belangrijke post een benoeming plaatsvindt van een VVD-kiezer is dus heel wat groter dan benoeming van een VVD-lid.

Omdat ik partijman ben en vind dat partij kiezen een deugd is, juich ik een grote toestroom van VVD-kiezers naar deze partij toe. Een partijlid steunt financieel en desgewenst door actieve participatie de partij van zijn of haar keuze. De realiteit gebiedt van die toestroom op de korte termijn niet veel te verwachten. Bovendien zijn het vanouds de zelfstandigen en niet zozeer de ambtenaren die de VVD actief steunen.

Het belangrijkste is echter dat het liberalen eigen is om naar evenwichtigheid te streven. Een streven het land met uitsluiting van anderen te besturen - to rule this country - is hun vreemd. Voor CDA'ers zal het wennen zijn om voor de tweede maal in achttien jaar naast de macht te grijpen. Sommige CDA-ministers voelen zich bezwaard beleid te moeten uitvoeren dat niet meer mede door hun partij wordt gesteund. Een lot dat vroeger zonder geweeklaag door liberale en sociaal-democratische bewindslieden werd gedragen als de verkiezingsuitslag meebracht dat het CDA van coalitiepartner wisselde.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden