VVD is de grootste partij, maar ook erg kwetsbaar

Gezien de omvang van haar potentiële achterban is de VVD vrij klein. Ook is de partij haar monopoliepositie op rechts kwijt.

De verkiezingen van juni 2010 halen moeiteloos de geschiedenisboeken. Het CDA leed een ongekende nederlaag. De PVV deed electoraal betere zaken dan verwacht. De VVD werd met 31 zetels de grootste partij en legde aldus de basis voor een liberaal minister-presidentschap.

Na een opmerkelijk formatieproces trad een coalitie aan waarvan de minderheids- of juist meerderheidsstatus nog altijd onderwerp van geleerd debat is. De term ’historische verkiezingen’ wordt te vaak gebruikt, maar is in dit geval een passende kwalificatie.

De schets van de verkiezingen van 2010 zal zeker ook in het teken staan van het populisme. Dat fenomeen houdt velen bezig, al was het maar om helder te krijgen waar het precies voor staat.

Is populisme een programma of ideologie? Een politieke stijl en manier van communiceren? Slechts de scheidslijn tussen goed volk en foute elite? Een strategische zet in de electorale strijd? Daar doorheen loopt als vanzelf de vraag of het verschijnsel een gevaar is voor de representatieve democratie of eventueel een heilzame werking heeft.

Vaak wordt bij populisme gedacht aan de PVV. Die koppeling kan echter tot misverstanden leiden, en tot onderschatting van de kracht van de partij van Wilders. Kiezers denken niet in termen van wel of niet populistisch. Zij hebben eerst en vooral aandacht voor inhoudelijke zaken. Vanuit dat perspectief is de PVV een partij als alle andere, niet die ene populistische partij die het opneemt tegen de rest. Kiezers maken zich zorgen om onder meer integratie, asielzoekers, de islam en over de schaduw die Europa over Nederland zou werpen. Voor die kiezers heeft de PVV een programma dat aanspreekt, meer dan dat van de concurrenten.

Vanuit electoraal perspectief is de PVV geen buitenbeentje, maar een speler als alle andere. En een belangrijke speler, met potentie tot verdere groei. De groep mensen die kan instemmen met opvattingen van de PVV is immers groter dan de kiezersaanhang van 2010.

Vooral de VVD moet zich dit aantrekken. Het is begrijpelijk dat de partij verheugd is met de status van grootste partij, maar de VVD is kwetsbaar. Het electorale verkeer tussen PVV en VVD is aanzienlijk. Dat de VVD het in juni 2010 zo goed deed, is in niet geringe mate het gevolg van de ineenstorting van het CDA. Alleen maar omdat een aanzienlijk aantal voormalige CDA’ers de stap naar de VVD zette, bleef verhuld dat een deel van voormalige VVD’ers de oversteek naar de PVV maakte. Eerder al, bij de raadsverkiezingen, leek het erop dat de VVD het relatief goed kon doen mede omdat de PVV als optie ontbrak. Kiezers sorteerden voor bij de liberalen, om in juni door te rijden naar Geert Wilders en de zijnen.

Meer in het algemeen is het al jaren de vraag waarom de VVD niet veel groter is dan feitelijk het geval is. De visvijver van de VVD bestaat uit mensen die kunnen worden gerekend tot de seculiere middenklasse. Vroeger was dat een veel kleiner segment van de Nederlandse bevolking dan in het begin van de 21ste eeuw. Maar zelfs nu een meerderheid van de kiezers tot de ’natuurlijke’ achterban van de partij behoort, slaagt de VVD er nauwelijks in om die steeds vollere vijver op effectieve wijze leeg te vissen. De VVD presteert vanuit electoraal perspectief structureel onder de maat. In een tijd dat de partij zo goed als het monopolie had aan de rechterkant van het politieke spectrum was dat minder een probleem dan nu. Met de komst van de PVV aan haar rechterkant en de ontwikkeling van het CDA als een gematigde of ronduit rechtse partij – al wil Verhagen het niet horen – kan ondermaats presteren grote gevolgen hebben. Ook rechtse kiezers hebben tegenwoordig wat te kiezen.

De normalisering van de PVV, onder meer door het geven van gedoogsteun aan het kabinet-Rutte, is mede door de VVD in de hand gewerkt. Vanuit politiek oogpunt is daar niets mis mee. De Nederlandse kiezer zag de PVV al eerder als een serieuze nieuweling.

Voor de VVD als aanvoerder van politiek rechts in Nederland zit hier een fors risico. Met de beweeglijkheid die het electoraat recentelijk bij herhaling heeft laten zien, kan het zo maar zijn dat bij volgende verkiezingen de VVD voorbijgestreefd wordt door de PVV. Als het CDA er, niet voor het eerst, in slaagt te herstellen en aan de linkerkant de PvdA het lek boven weet te krijgen, kan het zo maar zijn dat na de volgende verkiezingen de VVD de vierde partij van het land is. We halen Bredero maar weer eens van stal: ’Het kan verkeren’.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden