VVCS bezorgd over toevloed buitenlanders

GOUDA - De vakbond voor (semi)beroepsvoetballers VVCS maakt zich zorgen over het snel groeiend aantal buitenlandse spelers in de Nederlandse competitie. Feyenoorder Peter Bosz sprak die zorg zondag uit tijdens de vergadering betaald voetbal, waarbij het sectiebestuur aankondigde ook de laatste drempels te willen weg nemen voor de buitenlandse voetballers.

In de vergadering betaald voetbal zijn de spelers vertegenwoordigd door de centrale spelersraad (CSR). In geval van reglementswijzigingen heeft de CSR de mogelijkheid een veto uit te spreken. In het verleden wekte die machtspositie bij het sectiebestuur herhaaldelijk wrevel. Ook in de eigen spelerskring van de VVCS wordt thans echter betwijfeld of de CSR de vloed aan buitenlandse voetballers nog wel kan keren. Sectievoorzitter Jos Staatsen nam het protest van Peter Bosz min of meer voor kennisgeving aan. VVCS-beleidsmedewerker Louis Everards kan wel begrijpen dat Staatsen enigszins luchtig de bezwaren van Bosz aanhoorde. “De KNVB veronderstelt dat de wet gelijke behandeling zwaarder zal wegen dan de mogelijkheid van de CSR een reglementswijziging tegen te houden.”

Everards onderkent dat in het Nederlandse betaald voetbal in de loop der jaren een situatie is ontstaan die het mogelijk maakt dat ook tweede- en derderangs buitenlanders vette contracten in de wacht kunnen slepen. Tot in het begin van de jaren negentig fungeerde de stichting arbeidszaken betaald voetbal (SABV) als zeef voor het ook toen al ruime aanbod. Naast de spelers uit de landen van de EG - die automatisch toegang krijgen - worden bij de clubs ook al geruime tijd tientallen spelers per jaar uit Oost-Europa, Afrika en Zuid-Amerika aangeboden. De SABV bekeek voorheen de sportieve achtergrond van deze voetballers. Vaak werd het ministerie van sociale zaken inzake een werkvergunning negatief geadviseerd. In de praktijk bleken de mogelijkheden voor met name de topclubs echter doorgaans aanzienlijk ruimer dan voor de minder prominente clubs. Dit resulteerde in verzet bij de werkgevers (de clubs), die oorspronkelijk samen met de werknemers de SABV vorm gaven. Everards: “Van die SABV is uiteindelijk niets overgebleven. De clubs hebben dat orgaan weggeprocedeerd. Sociale zaken had op den duur genoeg van het gezeur. Het gevolg is dat nu alleen het aangeboden salaris nog een criterium is voor sociale zaken.”

In de praktijk betekent dit dat buitenlandse voetballers van buiten de Europese Gemeenschap direct aantrekkelijke contracten krijgen. Sociale Zaken heeft geoordeeld dat deze spelers hoe dan ook een verrijking voor het Nederlandse voetbal moeten zijn. Als zij dan zo goed zijn, zo stelt het ministerie vast, dan moeten zij meteen ook minimaal 150 procent gaan verdienen van het bedrag dat een gemiddelde voetballer verdient. Dit geldt voor de categorie spelers vanaf twintig jaar. De spelers onder die leeftijdsgrens moet een contract van 75 procent van het gemiddelde loon worden aangeboden. Voor de eredivisie betekent dit respectievelijk een basissalaris van circa drie ton en anderhalve ton.

De VVCS keert zich niet principieel tegen de buitenlanders. Als zij eenmaal een contract hebben, wil deze vakbond zich ook optimaal inzetten voor de nieuwelingen. Er bestaat echter enige begrijpelijke twijfel over de vraag of de buitenlanders die de meer dan gemiddeld betaalde arbeidsplaatsen innemen ook daadwerkelijk versterkingen zijn. Pikant is dat het de Feyenoorder Peter Bosz is die om bescherming van de Nederlandse broodvoetballer vraagt. In de eredivisie heeft uitgerekend Feyenoord de meeste buitenlanders onder contract: tien man.

Het aantal buitenlanders in de eredivisie is explosief gestegen. In het seizoen 1992-'93 waren het er 24 (6,3 %), aan de vooravond van het seizoen 1996-'97 zijn het er 71 (17,6 %).

Opvallend is dat het succes van de meeste buitenlanders in het Nederlandse voetbal beperkt blijft. Van de 24 spelers die vier jaar geleden in de eredivisie aan de start stonden, zijn er nog maar drie over: Obiku (Feyenoord, Nigeria), Nascimento (Roda JC, Portugal) en Stewart (Willem II/NAC, Verenigde Staten). In het seizoen 1993-'94 kwamen er in de eredivisie twintig buitenlanders bij. Van die groep spelen nu alleen Litmanen (Ajax, Finland), Babangida (Roda JC/Ajax, Nigeria) en Vukov (Volendam, Joegoslavië) nog in de eredivisie. Aan het begin van het seizoen 1994-'95 presenteerden zich veertien nieuwe buitenlanders. Van die groep is nu nog de helft actief in de eredivisie: Larsson (Feyenoord, Zweden), Michalevitsj (NEC, Wit-Rusland), Vampeta (PSV, Brazilië), Nilis (PSV, België), Petrovic (RKC/PSV, Joegoslavië), Iwan (Roda JC/Feyenoord, Polen) en Mise (Vitesse, Kroatië). Vorig seizoen kwamen 22 spelers uit het buitenland naar de eredivisie. Op enkele uitzonderingen na, ging het veelal om voetballers die niet of nauwelijks de basis bij hun clubs bereikten en gelet op hun forse salarissen moeilijk als 'een verrijking voor het Nederlandse voetbal' beschouwd konden worden. Het ging om deze 22 spelers: Demtsjenko (Ajax, Rusland), Santos (Ajax, Brazilië), Klioejev (Feyenoord, Rusland), Glaucio (Feyenoord, Brazilië), Aurelio Vidmar (Feyenoord, Australië), Klestsjenko (Go Ahead, Moldavië), Gregersen (FC Groningen, Denemarken), Tomasson (Heerenveen, Denemarken), Nygaard (Heerenveen, Denemarken), Arnold (NAC, Australië), Arikan (NAC, Turkije), Tony Vidmar (NAC, Australië), Sumiala (NEC, Finland), Gudjohnsen (PSV, IJsland), Canale (Roda JC, België), Kasperski (Roda JC, Polen), Petrov (FC Twente, Oekraïne), Augustsson (FC Twente, Zweden), Curovic (Vitesse, Joegoslavië), Samardzic (Volendam, Joegoslavië), Govedarica (Volendam, Joegoslavië) en Ceesay (Willem II, Gambia).

Samengevat zijn nog 13 van de 58 buitenlanders actief die tussen 1992 en 1995 een contract in de eredivisie kregen. Van de 22 die er vorig jaar bij kwamen is een kwart al weer weg en heeft van de rest minder dan de helft naam gemaakt in Nederland. Desondanks zijn er voor het nieuwe seizoen opnieuw 41 buitenlanders aan de eredivisie toegevoegd. De VVCS heeft voortdurend benadrukt geen anti-buitenlanders-beleid voor te staan, maar mede gelet op de ontwikkelingen van de laatste jaren, wijst Louis Everards op de situatie in andere landen. “In Engeland, Italië, Spanje en Frankrijk zijn compromissen gevonden ten aanzien van het aantal spelers van buiten de Unie.” In de hoogste afdelingen betekent dit maxima van drie spelers voor Engeland, Italië en Frankrijk en vier voor Spanje. In de Europese bekertoernooien geldt in het nieuwe seizoen overigens voor het eerst geen beperking meer ten aanzien van het aantal buitenlandse spelers. Deze nieuwe lijn staat de KNVB dus ook voor ogen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden