Vuur voor Nederlands Normandië is gedoofd

De oorlogsgeschiedenis leeft, net als het debat over vrijheid. Maar een nationaal Vrijheidsmuseum WO2 in Nijmegen lijkt er niet te mogen komen.

Jan Jacob van Dijk heft de handen omhoog tijdens de persconferentie in het Huis der Provincie in Arnhem. "Waarom alleen vragen over geld en niet over de inhoud", verzucht de Gelderse CDA-gedeputeerde van economische zaken. Hij vertelt dat Gedeputeerde Staten besloten hebben het vertrouwen uit te spreken in een nieuw Vrijheidsmuseum WO2 in een voormalige textielfabriek aan de Waaloever in Nijmegen. Inhoudelijk. Financieel nog niet.

Van Dijk spreekt erover, terwijl hij uitkijkt op de wereldberoemde Bridge Too Far over de Neder-Rijn in Arnhem. Daar staat ook het provinciehuis. De herdenking van '70 jaar operatie Market Garden' is net achter de rug. Het leek alsof half Nederland de veteranen van de Slag om Arnhem toejuichte. Nu leven er nog enkelen. Oorlogshistorie leeft, merkt Van Dijk. "Vrijheid is een belangrijke waarde in de westerse democratie. Maar weinig musea gaan daarover."

Nederlands zelfbenoemde Normandië - grofweg de streek tussen Eindhoven, Wageningen, Arnhem en Groesbeek - wint aan bekendheid. Overal vind je sporen van de Tweede Wereldoorlog: van de Duitse inval in 1940 en de Slag om de Grebbeberg, die nu wordt verfilmd, tot aan de capitulatie in Hotel De Wereld op 5 mei 1945 in Wageningen.

Het is ook de streek van Operatie Market Garden in september 1944, de geallieerde opmars die stokte met de Slag om Arnhem.

Centraal in die streek vol oorlogshistorie moet het Vrijheidsmuseum WO2 komen als een logisch centrum. Geen regionaal, maar een nationaal museum 'met internationale allure'. Provinciale Staten van Gelderland praten er vandaag over. De ambitie is hoog: Nijmegen moet niets minder worden dan de spil in de versnipperde oorlogsherdenkingswereld. Anders dan 83 andere oorlogsexposities vertelt dit museum straks het héle samenhangende oorlogsverhaal, is het plan.

Toch lijkt het museum er niet te mogen komen. Twee van de drie regionale oorlogsmusea die dit plan ooit opvatten, trokken zich terug. Tussen gemeenten ontstond wrevel. Het gaat om een investering van 29 miljoen euro in een museum waarvan lange tijd niemand precies wist, wat er te beleven zou zijn. Tot vorige maand het bedrijfsplan verscheen. De cijfers daarin domineren sindsdien het debat: minimaal 200.000 bezoekers, zonder keihard marktonderzoek, is dat wel realistisch?

Twee van de drie bedenkers van een centraal oorlogsmuseum hebben het antwoord al gegeven. Het Airborne Museum in Oosterbeek en Arnhem en het Oorlogsmuseum in Overloon zijn afgehaakt. Het Nationaal Bevrijdingsmuseum 1944-1945 in Groesbeek fuseert met het Vrijheidsmuseum WO2. De collectie verhuist naar Nijmegen. In Groesbeek herrijst een paviljoen - waarvoor nog 5 miljoen euro moet worden gevonden - over het oorlogsverhaal aan weerskanten van de grens.

Normandië

Alles leek vijf jaar geleden nog zo prachtig. De drie regionale musea ontwikkelden op aandringen van landelijke '40-'45-organisaties en het Rijk een plan voor meer regiosamenwerking op het gebied van oorlog, vrede en vrijheid. Ze namen Normandië als voorbeeld, waar museum Mémorial in Caen als hoofdmuseum dient rond de sitemusea op de D-Day-slagvelden. Nederland heeft zijn eigen Normandië, klonk het in 2010.

Maar nadat de provincie Gelderland, de gemeente Nijmegen en het V-Fonds voor vrede, vrijheid en veteranenzorg hun idee adopteerden en het nieuw museumbestuur stichtten, verdween bij de twee musea de drive. Ze moesten ook hun eigen museum runnen. Nijmegen deed voor een euro de oude Vasim-fabriek in de aanbieding, met Marshallgeld gebouwd op de plek waar de Amerikanen in 1944 de Waal overstaken. Stilaan werd het een Nijmeegs verhaal én stadsontwikkelingsproject.

Eric van den Dungen, directeur van Oorlogsmuseum Overloon, haakte definitief af na een presentatie door consultants van Berenschot in 2013. Het museumaspect werd steeds meer een bijzaak. "Ineens werd er een Boulevard van de Vrijheid gepresenteerd. We wisten van niets. In 2010 wilden wij wel een sitemuseum worden van Nijmegen. Maar we kregen uiteindelijk geen garantie voor steun als we in Overloon onder het minimum aantal bezoekers zouden komen."

Het nieuwe Vrijheidsmuseum WO2, dat juist de samenwerking in de '40-'45-sector nastreeft, zag ook het Airborne Museum in Oosterbeek afhaken. Dat museumbestuur staat open voor samenwerking, maar voelt zich niet verantwoordelijk voor de oprichting van een Vrijheidsmuseum WO2. Het Airborne Museum begroet sinds de eigen heropening in 2009, inclusief 'Experience' waarin de Slag om Arnhem kan worden ervaren, steeds meer bezoekers.

Het Airborne Museum had uitbreidingsplannen in Arnhem. Toen begin dit jaar een oorlogsexpositie werd aangekondigd in de gemeentelijke Eusebiustoren, reageerde het toenmalige bestuur van het Vrijheidsmuseum WO2 als door een wesp gestoken. Er was niet bestuurlijk overlegd. Maar Arnhem en het Airborne Museum gaan stug verder. Deze zomer maakte Arnhem bekend op de Rijnkade een informatiecentrum over 'de brug' te realiseren voor het Airborne Museum.

Vrees voor kannibalisme tussen musea is een slag in de lucht, schreven Berenschot-onderzoekers in 2013. Marktonderzoek naar realistische bezoekersaantallen zou volgens hen voorlopig zinloos zijn. Het Oorlogsmuseum in Overloon telde echter zijn knopen. Het is met een kleine 100.000 bezoekers per jaar één van de grootste oorlogsmusea van het land. "Er is al een museum in Nederland dat het hele verhaal over de Tweede Wereldoorlog vertelt", zegt Van den Dungen. "Overloon."

Waar Oosterbeek en Overloon van een afstandje toekijken, kiest Groesbeek (35.000 bezoekers per jaar) voor samengaan met het Vrijheidsmuseum WO2. In Groesbeek klinkt gemopper, mede in het licht van de herindelingsverkiezingen op 19 november. Waarom komt dat museum niet naar Groesbeek, oppert de Groesbeekse Volkspartij. Van Dijk heeft immers uitgesloten dat Gelderland miljoenen in een Groesbeeks paviljoen steekt.

Hoewel niemand het Vrijheidsmuseum WO2 als een educatief, economisch en historisch waardevol concept afvalt, moet de Commissaris van de koning Clemens Cornielje de burgemeestersneuzen met enige regelmaat weer in dezelfde richting duwen. Recent nog, toen burgemeester Herman Kaiser van Arnhem uit het bedrijfsplan van het Vrijheidsmuseum moest vernemen dat het Indische Herinneringscentrum overweegt te verkassen van Arnhem naar Nijmegen. B. en w. waren 'zeer verbolgen.'

Maar Peter de Haan, de nieuwe directeur van het Vrijheidsmuseum WO2, ziet de zon in de Waal schijnen. Hij heeft de wind mee, zeker nu het Nationaal Comité 4 en 5 Mei een week geleden het debat over Dodenherdenking en Bevrijdingsdag opende. Daarin zou de Tweede Wereldoorlog als het moreel ijkpunt en als bron van het huidige vrijheidsdebat, veel prominenter aan bod moeten komen. "Hier heb je ons plan, dacht ik toen ik het hoorde", vertelt De Haan.

Het Vrijheidsmuseum WO2 gaat geen bestaande musea kopiëren, maar probeert via storytelling met authentieke oorlogsvoorwerpen het complete oorlogsverhaal te vertellen, zegt hij. Niet alleen voor klassiek geïnteresseerd oorlogsmuseumpubliek. Het wordt een museum met veel beleving, debat en educatie. De Haan spreekt in hoog tempo over de plannen: er komen ruimtes waar bezoekers zelf de onvrijheid ervaren en het glazen Waal-balkon dat je uitdaagt de vrijheid te beleven.

Historische argwaan

Het Vrijheidsmuseum WO2 stelt een queeste van internationaal belang centraal: "How did we lose our freedom? How did we regain it? And what do we do to preserve it today?" Het zou een van de grote musea in de toeristische Liberation Route Europe van Zuid-Engeland via Normandië en via Gelderland naar Berlijn moeten worden. De Haan rekent daarom op 30 à 40 procent buitenlandse bezoekers. "Eerst gaan ze naar het Anne Frank Huis in Amsterdam; daarna rijden ze in een uurtje hierheen."

In de Gelderse politiek heerst historische argwaan over grootse museumplannen. Het Nationaal Historisch Museum in Arnhem kwam er nooit. Museumpark Orientalis in Heilig Landstichting lag vele jaren aan het Gelderse subsidie-infuus. De bezoekersaantallen die het Vrijheidsmuseum noemt, doen de wenkbrauwen fronsen. Er zijn 200.000 tot 225.000 bezoekers per jaar nodig, exclusief structurele subsidies, om het museum draaiend te houden.

De Haan wil geen nieuw marktonderzoek doen. "Als we geen 200.000 bezoekers halen, hebben we gefaald." Hij vraagt vertrouwen in dit nationale '40-'45-netwerk met een Vrijheidsmuseum WO2 als het hart. Gelderland reageert echter huiverig op het financiële plaatje. Eerst de financiën rond. Van Dijk wil pas meebetalen aan de stichting van het museum (6 miljoen euro en eventueel 1,25 miljoen meer) als aan een trits voorwaarden is voldaan. Zoals vertrouwen in het bestuur.

Een waagstuk lijkt bovendien de aanvraag van een blijvende Rijkssubsidie van 350.000 euro om het nieuwe Vrijheidsmuseum WO2 überhaupt te realiseren. Bij een nationaal museum, meent De Haan, hoort commitment van het Rijk. En dat ziet graag meer eenheid en samenwerking op '40-'45-gebied. Dat het Rijk juist de afgelopen jaren talloze subsidiekranen bij rijksmusea heeft dichtgedraaid, deert hem niet. "We vragen een overzichtelijk bedrag."

Er is immers een grote mecenas in '40-'45-land. Het V-fonds mag vanuit het loterijwezen miljoenen steken in projecten op het gebied van vrede, vrijheid en veteranenzorg. Zo maakte het V-fonds de aankoop en behoud van Hotel De Wereld in Wageningen mogelijk. De voorwaarde was dat Wageningse capitulatie- en 4-en-5-mei-organisties samengingen en meer samenwerking zochten. Zo'n nationale missie projecteert het V-fonds ook op het Vrijheidsmuseum WO2.

De regionale spanning die dat museum oproept en de financiële twijfels maken Van Dijk voorzichtig. Het slagveldtoerisme in Nederlands Normandië biedt allerlei kansen. Maar niemand strijdt vol passie voor het Vrijheidsmuseum WO2. De Haan krijgt acht maanden om de talloze gaten in de begroting te vullen. Van Dijk rammelt met de beurs, maar koopt tijd. Na de provinciale verkiezingen in maart mogen nieuwe politici de knoop doorhakken. Als het Rijk dat al niet heeft gedaan.

Top-5 Nederlandse '40-'45-musea

1.

Anne Frank Huis Amsterdam Noord-Holland. Onderduikadres van Anne Frank, postuum wereldberoemd door haar oorlogsdagboek.

1.195.456 bezoekers per jaar

2.

Herinnerings-centrum Kamp Westerbork Drenthe.

Bekend en berucht als groot doorgangskamp voor Joden naar Duitse gaskamers.

132.182 bezoekers

3.

Nationaal Oorlogs- en verzetsmuseum Overloon Noord-Brabant.

Richt zich op de geschiedenis van WO II. Grote materieelcollectie.

103.000 bezoekers

4.

Airborne Museum Oosterbeek Gelderland.

Herinnert aan de Slag om Arnhem in 1944. Infocentrum in Arnhem trekt ook nog eens ruim 10.000 bezoekers.

92.000 bezoekers

5.

Nationaal Monument Kamp Vught Noord-Brabant.

Herinnert aan het enige SS-concentratiekamp buiten Duitsland.

64.118 bezoekers

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden