Vuur en flonkering op zijn Chinees

AMSTERDAM - Een van de eerste signalen die voor het concertpubliek duidelijk maakten dat er in China iets bijzonders aan de hand was, kwam tijdens de wereldmuziekdagen van Gaudeamus in 1989 toen daar het heel bijzondere 'On Taoism' van Tan Dun een kleine sensatie verwekte. Drie seizoenen later gaf het Nieuw Ensemble enkele concerten met nieuwe muziek uit China, van onder anderen Mo Wuping, die een van de opmerkelijkste talenten naast Dun bleek te zijn.

RALPH DEGENS

Met de herhaling, van een groot deel van dat programma opende het Nieuw Ensemble zondagmiddag in het Amsterdamse Paradiso de reeks van drie concerten (en drie kameropera's) waarmee het Holland Festival dit jaar aandacht vraagt voor de verrassende omslag in het Chinese componeren sinds het einde van de Culturele Revolutie in 1976, een revolutie die voor het tonen van eigen artistiek initiatief even frustrerend is geweest als de periode van 'sociaal realisme' in de voormalige Sowjet-Unie.

Maandagavond zat de Deutsche Kammerphilharmonie uit Bremen op het grote podium van de Amsterdamse Beurs van Berlage in een helaas slecht bezette zaal klaar voor het tweede Holland-Festival-concert met nieuwe Chinese muziek. De leiding van de Chinese dirigent Muhai Tang heeft er ongetwijfeld garant voor gestaan dat eventuele 'typisch Chinese trekjes' in de gespeelde werken niet onopgemerkt voorbij zouden gaan. Maar aangezien de meeste van deze componisten (die allen in de jaren '50 werden geboren) na hun basisopleiding in China, in de Verenigde Staten, Frankrijk, of Duitsland hebben gestudeerd, bleef bij de meesten juist de westerse invloed niet onopgemerkt. Maar die is bij hen niet zo overheersend als bij de vele jonge Japanners die na de tweede wereldoorlog complete westerse stijlkopieën op muziekpapier hebben gezet.

Zo houdt de toepassing van vrije improvisatie in Chen Xiaoyongs 'Warp' verband met bepaalde impulsieve veranderingen in de Chinese spreektaal. 'Lumières de Guang Ling' van Chen Quigang is een heel langzaam, wentelend-verschuivend klankbeeld met subtiele kleurschakeringen en enkele plotselinge overgangen naar sterk geagiteerde passages; het zijn muzikale impressies van beelden die je je als luisteraar er ook bij kunt voorstellen maar die wel heel anders zullen zijn dan die van de componist.

Zo'n verschil in interpretatie komt het sterkst aan de orde bij becomponeerde teksten. In 'As a dream' heeft de vrouwelijke componist Chen Yi een gedicht uit de Song Dynastie (960-1279) als tekst gekozen. Heel fraai heeft zij met alleen een viool- en een cello-partij de zangstem als het ware omarmd met een klankenrijkdom die de 'liefdesdronken' sfeer van het gedicht aardig lijkt weer te geven, tot aan de laatste regel: “Het groen werd vet, het rood werd mager.” In het Chinees zal dat wel een heel diepe associatieve duiding hebben, maar in een Nederlandse vertaling . . .

Het werd wel heel expressief gezongen door de Chinese sopraan Lan Rao. Met een sterke uitstraling vertolkte zij ook de 'Li Sao Cantate' die door Zhou Long is gecomponeerd op vier stanza's van een beroemd, voorchristelijk Chinees gedicht. Het enige werk dat helemaal duidelijk aan zijn betiteling beantwoordde was 'Scintilliation II' van Julian Yu. Het Chinese karakter voor flonkering bestaat uit twee delen die vuur en plezier (of muziek) betekenen. Dat gaf dit werk voor een hele batterij metalen slagwerk duidelijk weer. Het klonk als een enorm versterkte, 18de eeuwse speeldoos.

Aan dit programmaonderdeel werd meegewerkt door de Nederlandse Circle Percussion-groep, Erika Waardenberg en Yoko Abe, die zich moeiteloos aanpasten aan het hoge uitvoeringspeil van de Deutsche Kammerphilharmonie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden