Vuile was door de gasfabriek

Als de wind van de verkeerde kant kwam, kon mevrouw Jager de was die buiten hing te drogen opnieuw doen: dan zat alles onder een laagje 'vettig, zwart stof'.

In 1964 kwamen zij en haar man aan het Boterdiep in Groningen wonen, op korte afstand van een fabriek waar kolengas werd geproduceerd. Ze begonnen er een lampenzaak die nog steeds bestaat. De vuiligheid op haar was moet afkomstig zijn geweest van het gasfabriekterrein, zegt mevrouw Jager, hoewel de activiteiten daar toen al op hun eind liepen.

Het bedrijf, in 1854 van start gegaan, stond vlakbij het stadshart, temidden van opslagloodsen en andere bijgebouwen. In grote luchtdichte ovens werd steenkool verhit, wat gas opleverde met een hoog koolmonoxidegehalte, maar daar maakte zich toen niemand druk om. Doel van de fabriek was de veiligheid op straat te vergroten: met gaslantaarns kon de openbare verlichting sterk worden verbeterd. Later kwamen er ook andere toepassingen: de aandrijving van motoren en - in de twintigste eeuw - geisers en fornuizen.

F. Rijkens, voormalig adjunct-directeur van het gemeentelijk energiebedrijf, woonde als jongen in de buurt van het complex. ,,Elke werkdag om twaalf uur hoorde je de toeter van de gasfabriek', vertelt hij. ,,Dan was het schafttijd. Mijn vader, die een kleermakerszaak had en de andere ondernemers in de omgeving stopten dan ook om te eten.'

In 1952 trad Rijkens in dienst van het gasbedrijf. Als technicus hield hij zich de eerste jaren bezig met het aanleggen en onderhouden van leidingen. ,,In die tijd moesten mensen nog muntjes kopen bij de kruidenier of bij het bedrijf, die deed je thuis in een meter en dan had je weer een paar kubieke meter gas.'

Aan het complex grensde onder meer een straatje met arbeiderswoninkjes, de Langestraat, die slechts door een houten schutting van het industrieterrein was afgeschermd. Op het terrein stonden diverse gashouders: metalen reservoirs waarin men het gas bewaarde en onder druk zette voordat het werd gedistribueerd. In 1901 werd op de zuidelijke punt een elektriciteitsbedrijf gebouwd. De naam gasfabriek veranderde toen in 'lichtfabrieken'.

Om het gebied kwam in 1913 een afscheidingsmuur waar tot dan toe nog resten van vestingwerken hadden gestaan. Boven die muur kon je de toppen van de kolenbergen zien uitsteken, zegt de 81-jarige Kornelis Meijer. Hij woonde niet ver van de fabriek. In de oorlog haalde zijn vader er 'voor een koopie' afgebrande kolen oftewel cokes. ,,Daar zaten veel slakken tussen, steenachtig spul dat een hoop rotzooi gaf in de kachel.'

Vanuit zijn huidige woning aan de Oosterhamrikkade keek Meijer dertig jaar uit op de muur rondom het terrein. Twee jaar geleden is die pas neergehaald. Maar de productie van het giftige kolengas was al in 1961 gestaakt. Hierna werd er in de binnenstad nog tot 1965 gas geproduceerd met aardgas en propaan en toen schakelde de hele stad over op puur aardgas.

De fabrieks- en kantoorgebouwen werden in de tweede helft van de jaren zestig geleidelijk afgebroken. Wat restte was een zwaar vervuild gebied dat tegenwoordig meestal in één adem wordt genoemd met twee aanpalende, desolate stukjes stad: het Circusterrein en het Bodenterrein. Op het Circusterrein sloegen tot voor kort circussen hun tent op en parkeerden kermisexploitanten hun wagens. Het Bodenterrein werd in 1940 in gebruik genomen door honderden bodenrijders, voor wie in het centrum niet meer genoeg plaats was. Rond 1970 vertrokken deze verladers en transporteurs naar een groot expeditiecentrum. Op het terrein werd daarna gebouwd door het Academisch Ziekenhuis en door de Rijksuniversiteit, maar voor een flink deel bleef het leeg.

Het 'CiBoGa-terrein' is de verzamelnaam voor deze in totaal veertien hectare grote, kale zone tussen de binnenstad en de Korreweg- en Oosterparkwijk. In feite is het een prachtlocatie: centraal gelegen en toch rustig, goed bereikbaar per auto en op loopafstand van het fraaie Noorderplantsoen. Maar de verontreinigde bodem zat de ruimtelijke ontwikkeling van het gebied jarenlang in de weg. Tot in 1995 verschillende betrokkenen kans zagen om sanering en nieuwbouw in één groot project onder te brengen.

Intussen is de bodem schoon en zijn de eerste stappen gezet voor een autoluwe, 'duurzame' wijk met 920 woningen die in een parkachtige omgeving komen te staan, gecombineerd met winkels en kantoren. De geplande huizen zijn onder meer bestemd voor mensen uit de omliggende wijken, die willen 'doorstromen' naar een duurdere woning.

Een paar gebouwen uit de industriële periode blijven staan, zoals een regelstationnetje waar tevens de portier zetelde. Het pand van het elektriciteitsbedrijf is ook bewaard gebleven. De huisjes van de Langestraat zijn echter verdwenen en binnenkort zullen ook diverse huizen en zaken aan het Boterdiep worden gesloopt, waaronder het woon- en winkelpand van meneer en mevrouw Jager. Die staan dus niet te juichen dat het CiBoGa-terrein eindelijk een nieuwe bestemming krijgt nadat het bijna vier decennia een soort niemandsland was. In januari moeten ze weg zijn.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden