VS stilzwijgend akkoord: 'Nucleaire dreiging nodig voor voortbestaan Israël'

TEL AVIV - In een ontmoeting op het Witte Huis in 1963 kreeg Sjimon Peres een lastige vraag voorgeschoteld: “Zijn jullie bezig met het vervaardigen van een atoombom?” Geheel verrast verzon Peres, indertijd staatssecretaris van defensie, ter plekke het antwoord: “Israël zal niet als eerste nucleaire wapens in het Midden-Oosten introduceren.”

Deze zin is sindsdien de 'toverformule' waarmee Israël zijn dubbelzinnige nucleaire beleid tegenover de buitenwereld verdedigt en verklaart.

Peres, tegenwoordig minister van buitenlandse zaken, is in politieke zin 'de vader' van Israëls atoomproject. Hij was het die het project doordrukte en verwezenlijkte. Nog altijd kan de minister in lyrische termen praten over het nauwelijks zichtbare bouwwerk, dat, omringd door wuivende palmbomen en de nodige militaire snufjes eind jaren vijftig nabij het plaatsje Dimona in de Negev-woestijn verrees.

In de volksmond heette het spottend 'de textielfabriek'. Maar in het kleine Israël kon het niemand ontgaan dat Franse technici niet naar de dorre woestijn kwamen om weefgetouwen aan te leggen. Pas jaren later zouden beetje bij beetje de details bekend worden over de geheime contacten en nauwe samenwerking met Frankrijk, dat Israël aan zijn kernreactor in Dimona hielp.

De sensationele onthullingen in 1986 van Mordechai Vanunu, een Israëlische technicus, die in Dimona werkzaam was geweest, bevestigden slechts wat een ieder al vermoedde. Want ook al geven Israëlische ambtenaren het nog altijd niet toe en slepen de Israëlische media er vanwege de censuur immer buitenlandse bronnen bij, het lijkt buiten kijf dat Israël over 'de bom' beschikt. Volgens Vanunu, die na zijn ontvoering door de Israëlische geheime dienst Mossad tot 18 jaren cel werd veroordeeld, zou Israël 100 kernkoppen in voorraad hebben. Het Britse Jane's Intelligence Review stelde dit onlangs bij tot 200 kernkoppen.

De zaak-Vanunu legde een beleid bloot dat al die jaren opzettelijk vaag was gehouden, om verschillende redenen. Alleen al de verdenking dat Israël over de bom beschikte moest afschrikwekkend werken. De belofte dat Israël haar niet als eerste zal 'introduceren' moest voorkomen dat het gehele Midden-Oosten zich in een race om de bom zou storten: de bom was slechts een laatste, uiterste redmiddel. En tenslotte diende de bevestiging-noch-ontkenning om een confrontatie met de VS te voorkomen. Want formeel is Washington tegen nucleair wapenbezit van zijn bondgenoot.

In werkelijkheid hebben de Amerikaanse presidenten zich altijd zeer begripvol opgesteld jegens Israëls onuitgesproken nucleaire beleid. John Kennedy was de laatste die aandrong op internationale inspectie. Lyndon Johnson daarentegen hield in 1968 zelfs een CIA-rapport dat Israël over de bom zou beschikken, geheim voor zijn eigen ministers Dean Rusk (buitenlandse zaken) en Robert McNamara (defensie). Die twee oefenden zware druk uit op Israël om het in de maak zijnde Non-proliferatie verdrag (NPV) te ondertekenen.

Eenzijdig Tot ongeveer 1968 leek Israël daartoe geneigd. Maar kennelijk was het atoom-project toen al zover gevorderd dat het besloot dat het maar beter niet kon tekenen. Een handtekening onder het verdrag en alle daaraan verbonden inspectie zou gelijk staan aan een eenzijdig afzien van de nucleaire optie, meende Jeruzalem. Korte tijd eisten de VS nog Israëls ondertekening van het NPV als voorwaarde voor een omvangrijke wapenleverantie. Johnson (niet zijn ministers) aanvaardde tenslotte het Israëlische standpunt.

De Amerikaanse president (en nadien zijn opvolger Nixon) ging ervan uit dat de nucleaire dreiging noodzakelijk was voor Israëls bestaan. Maar om te zorgen dat het bij een dreiging bleef was het zaak Israël van conventionele wapens te voorzien. Een onderonsje tussen Israëls premier Golda Meir en de Amerikaanse president Richard Nixon een jaar later maakte voorgoed een einde aan enige druk op Israël het NPV te ondertekenen.

Sindsdien hebben de VS het Israëlische beleid gesteund, dan wel gedoogd, zoals ook de laatste maanden weer bleek. Egypte dat fel campagne voerde en van Israël eiste het NPV te tekenen, kreeg daarin geen echte bijval van de VS. De Amerikanen hebben aan de vooravond van de verlenging van het NPV geen druk op Israël uitgeoefend alsnog te tekenen. Zij accepteerden het Israëlische standpunt dat Jeruzalem pas zal tekenen als er vrede in de regio is. Israël stelt bovendien dat niet het NPV maar alleen een regionaal verdrag, met wederzijdse onderlinge inspectie, garant kan staan voor een kernwapenvrij Midden-Oosten. Het is voorlopig zeer verre toekomstmuziek.

Over de vraag of Israëls nucleaire optie ook inderdaad effectief was en is, zijn de meningen verdeeld, al is er in Israël zelf nauwelijks echt discussie over geweest. “Een nucleair wapen is effectief als je het niet hoeft te gebruiken, het is een 'non-use' wapen”, zegt Zeev Eitan, kolonel b.d. en verbonden aan het Jaffe instituut voor strategische studie. Daarom valt moeilijk te zeggen wat de invloed van Israëls nucleair beleid is (geweest).

Vernietiging Eitan: “Israëls nucleaire dreiging heeft Arabische leiders er nooit van weerhouden op te roepen tot de vernietiging van Israël. Het heeft in 1973 niet voorkomen dat Egypte de oorlog begon, terwijl Sadat ervan overtuigd was dat Israël over de atoombom beschikte. Je kan speculeren dat het misschien een rol heeft gespeeld bij het beperken van de Egyptische doelen. Een ander voorbeeld is Irak. In april 1990 riep Saddam nog dat hij half Israël zal verbranden als dat land hem aanvalt. Uiteindelijk heeft hij zijn Scuds afgevuurd, maar zonder de chemische lading, waarover hij beschikte - mogelijk vanwege de nucleaire dreiging.”

De Israëlische professor Shlomo Aronson, auteur van hèt boek over Israëls atoombeleid, is stelliger in zijn conclusies. Hij stelt dat Sadats vredesinitiatief indertijd mede bedoeld was om het gevaar van een Israëlische nucleaire aanval weg te nemen. Maar Aronson schrijft ook het uitbreken van de zesdaagse oorlog in 1967 - ten dele - toe aan een Egyptische poging te voorkomen dat Israël een nucleaire macht zou worden.

De professor suggereert bovendien dat Israëls nucleaire beleid van invloed is geweest op andere Arabische landen bij het streven naar een eigen 'bom'. Andere academici menen dat die landen (en met name Irak en Iran) hun eigen, regionale beweegredenen hadden en dat de strijd tegen Israël alleen maar goed van pas kwam in de retoriek .

Sjimon Peres, de man van de bom en de man van de vrede, legt in zijn boek over het nieuwe Midden-Oosten een simpeler verband tussen 'zijn twee levenswerken'. Israëls nucleaire optie zou de Arabieren er toe gebracht hebben zich neer te leggen bij Israëls bestaan in het Midden-Oosten. Kortom, in Peres' visie hebben de geheimzinnige activiteiten in Dimona de grondslag voor de vrede gelegd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden