VS geven zelf argumenten tegen oorlog

Morele afwegingen zijn belangrijk voor het besluit een oorlog te voeren. Die staan ook in het handvest van de Verenigde Naties. Maar het beroep van de VS op morele argumenten in de kwestie-Irak is niet overtuigend.

De Verenigde Staten proberen ons te overtuigen dat Irak een bedreiging vormt die we moeten stoppen. Satellietfoto's, afgeluisterde telefoongesprekken, en aanwijzingen voor mogelijke relaties tussen de Iraakse regering en Al-Kaida moeten ons meekrijgen. De VS proberen ons moreel te overtuigen van de noodzaak van een oorlog.

Al in de zestiende eeuw formuleerde de filosoof Francisco de Vitoria een paar richtlijnen voor het denken over gerechtvaardigde oorlogen. Een oorlog is alleen gerechtvaardigd als er goede redenen voor zijn (ius ad bellum), als de rechtvaardigheid wordt gerespecteerd tijdens het gevecht (ius in bello) en als de politieke handelingen na de oorlog goed zijn. Voortbouwend op De Vitoria hebben andere filosofen vastgesteld dat zelfverdediging of het helpen van een ander land in gevaar goede redenen zijn om een oorlog te beginnen. In een rechtvaardig gevecht worden bijvoorbeeld geen burgers onnodig vermoord en een goed naoorlogs beleid is gericht op het in stand houden van een stabiele vrede. Dit zijn grofweg de beste richtlijnen die filosofen kunnen bieden, en ze vormen nog steeds het uitgangspunt van iedere morele reflectie over de rechtvaardiging van oorlogen.

Het handvest van de Verenigde Naties sluit bij deze algemene richtlijnen aan. In artikel 2, sectie 4 verbiedt het handvest bijvoorbeeld het gebruik van macht tussen staten in het algemeen, in artikel 51 staat dat een oorlog alleen gerechtvaardigd is in het geval van zelfverdediging; dat wil zeggen, bij een gewapende aanval. Dit is goed nieuws voor de morele filosofie. Het bestaan van de VN betekent dat fundamentele morele principes worden bevestigd in internationaal beleid.

Daarnaast is er een algemeen argument om de VN het monopolie te geven op het gebruik van militair geweld. Niemand, geen individu en geen natie, verdient privileges in het licht van fundamentele rechten. Alle algemeen aanvaarde vormen van ethiek sinds de Duitse filosoof Immanuel Kant accepteren deze basale aanname. Een sterke VN met het alleenrecht om te beslissen over oorlog en vrede biedt waarschijnlijk de beste manier om de fundamentele rechten te beschermen.

De VN zijn tegen een preventieve oorlog tegen Irak. De VN zijn in het algemeen tegen preventieve oorlogen, omdat die niet uit zelfverdediging worden gevoerd. Maar we kunnen ons afvragen of er morele redenen zijn waarom de VN het handvest zouden moeten uitbreiden om de oorlog tegen Irak -en mogelijke andere toekomstige preventieve oorlogen- toe te staan.

De Amerikaanse filosoof Michael Walzer -die (on)rechtvaardige oorlogen zeer zorgvuldig heeft geanalyseerd- beweert dat de rechtvaardiging van preventieve oorlogen steunt op de vraag óf er sprake is van een reële bedreiging. Er is een standaard nodig om te kunnen bepalen of er gevaar is en of een aanval dus mag. Het vormen van zo'n standaard is geen persoonlijke zaak. Walzer stelt dat 'bedreigd-worden' niet hetzelfde is als 'bang-zijn'. Hij zoekt naar 'objectieve' maatstaven. Daar is wel context bij nodig. Het is bijvoorbeeld noodzakelijk om een militaire voorbereiding in het licht van een historische relatie tussen landen te interpreteren: deze onderneming is geen bedreiging als het door een bevriend land wordt gedaan, maar wel als het een staat betreft die daarmee een grens overschrijdt die formeel of impliciet is vastgesteld.

Een rechtvaardiging moet volgens Walzer aan drie eisen voldoen. Ten eerste moet er sprake zijn van een manifeste intentie om mensen te schaden. 'Manifest' betekent dat deze intentie niet alleen tot uiting kan komen in de krachtige taal van politieke leiders, maar zich ook op een materiële manier moet manifesteren. Ten tweede moet een actieve voorbereiding plaatsvinden die deze intentie gevaarlijk maakt. In de derde plaats moet overtuigend aangetoond worden dat wachten, of iets anders doen dan vechten, het risico enorm vergroot.

Deze drie eisen bieden een goede uitbreiding van het originele VN-handvest in een tijd van moderne wapens. Het kan te laat zijn voor zelfverdediging als de agressor massavernietigingswapens gebruikt, en dan kan het nodig zijn om aan te vallen voordat de ander begint.

Maar in de huidige situatie blijkt het moeilijk om aan Walzers eisen te voldoen. De VS hebben vorige week aangetoond dat de Iraakse regering niet goed meewerkt met de VN-wapeninspecties. Dat maakt het dus onmogelijk om aan het tweede punt te voldoen: Irak bereidt zich niet actief voor. Dat Irak niet meewerkt geeft enige ondersteuning aan de eerste eis, maar niet voldoende. Zelfs als we ervan uitgaan dat Irak een indrukwekkend arsenaal opbouwt, weten we niet óf en voor wíe dit een gevaar betekent. Het is onduidelijk of Irak Amerikaanse mensen bedreigt, Israëliërs, Europeanen of het volk van een van de andere leden van de VN. Het is dus niet hard te maken dat er sprake is van een 'manifeste intentie' om anderen te schaden, noch zijn er voldoende bewijzen die laten zien dat deze intentie een gevaar betekent. Tenslotte is er ook geen ondersteuning voor de derde eis: zolang de VN-inspecteurs hun werk doen, is er weinig risico dat Irak in de tussentijd bouwt aan zijn wapenvoorraad. Op basis van deze argumenten is er op dit moment dus geen moreel gerechtvaardigde reden om een preventieve oorlog tegen Irak te beginnen.

We moeten blij zijn dat morele argumenten een rol spelen in de rechtvaardiging van politieke handelingen, vooral bij belangrijke beslissingen als de start van een oorlog. Maar in tegenstelling tot wat de VS zeggen, is aan de criteria voor een gerechtvaardigde oorlog op dit moment niet voldaan. Dit betekent dat de VN-inspecteurs meer tijd moeten krijgen, want zij moeten de informatie geven die nodig is om een preventieve oorlog te kunnen rechtvaardigen.

De VS moeten niet proberen om in plaats van de VN te handelen, want dit ontneemt de VN hun autoriteit. Volgens de beste argumenten waarover we beschikken is het privilege van de VN om macht te gebruiken nog steeds gerechtvaardigd, want hun beleid is consistent en zorgvuldig. Iedere militaire actie die de VS onafhankelijk van de VN ondernemen, betekent een substantiële verzwakking van deze institutie en ondermijnt precies de morele rechtvaardiging waar de regering-Bush zich op wenst te baseren.

Christian Illies en Simone van der Burg zijn docent ethiek aan de TU Eindhoven.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden