VS gebruiken hun lange arm

Bestrijden van corruptie is een Amerikaans speerpunt, ook vanwege de vrije concurrentie

In mei 2015 zijn het voetbal-bestuurders die de volle laag krijgen van het Amerikaanse vervolgingsapparaat, in mei 2014 waren het Chinese militaire hackers. En in het tussenliggende jaar directieleden van Japanse producenten van auto-onderdelen.

De Amerikaanse justitie kent geen enkele aarzeling om zijn lange arm tot ver over de grenzen uit te strekken. De ene keer met meer succes dan de andere: de Fifa-officials zullen worden uitgeleverd, de Japanse directeuren kwamen vrijwillig. Voordat Chinese militairen de binnenkant van een Amerikaanse cel te zien zullen krijgen, moet er in de wereld heel wat veranderen.

Naast hacken en drugshandel is corruptie een speerpunt van het buitenlandse vervolgingsbeleid van de VS. Daar zit idealisme in en eigenbelang: "Wij als Amerikanen hebben een verplichting om te zorgen dat onze bedrijven, en hun bestuurders en werknemers, niet de belofte ondermijnen van democratie en economische ontwikkeling in andere delen van de wereld", zei eind vorig jaar onderminister van justitie James Cole tegen een conferentie van juristen. Maar corruptie in het buitenland bestrijden is ook goed voor de VS: "Corruptie maakt de dingen die we kopen duurder en kost Amerikanen hun baan, omdat Amerikaanse bedrijven de kans wordt ontnomen om te concurreren in een open en eerlijke markt."

Die conferentie was gewijd aan een van de meest gevreesde wapens van de Amerikaanse justitie: de Foreign Corrupt Practices Act (FCPA). Die wet verbiedt Amerikanen en niet-Amerikanen het betalen van smeergeld in het buitenland. Zodra er ook maar enige band is met Amerika - er zijn handelingen in het land verricht, een betaling is via een Amerikaanse bank gelopen - is de wet van toepassing.

Sinds 2010 is de Amerikaanse regering de vervolgingen op basis van die wet flink gaan opvoeren. "Het bestrijden van corruptie is een van de belangrijkste prioriteiten van het ministerie van justitie", zei toenmalig minister van justitie Eric Holder in een toespraak waarin hij andere Oeso-landen de les las omdat daar nauwelijks vervolgingen waren.

Dat is inmiddels wel anders, maar nog steeds zijn het vooral de VS die bedrijven schrik aanjagen. De FCPA kostte bijvoorbeeld het Franse bedrijf Alstom afgelopen december maar liefst 772 miljoen dollar (710 miljoen euro) ondanks het feit dat het smeergeld buiten de VS terechtkwam, en was betaald door stromannen die geen voet in het land hadden gezet. Tegen vier directeuren werd een strafzaak begonnen.

De aanklachten tegen de Fifa-officials steunen niet op de FCPA, maar op een andere wet waar regelmatig buitenlanders mee gestrikt worden: de Racketeer Influenced and Corrupt Organizations Act (RICO). Die was oorspronkelijk bedoeld om de maffia een kopje kleiner te maken. Ook hier geldt dat er een desnoods dunne lijn moet lopen naar Amerikaanse burgers of grondgebied.

Behalve achter de plegers van misdaden in het buitenland, gaan de VS ook achter hun winsten aan. Soms gebeurt dat via deals die bedrijven met justitie maken, om verdere strafvervolging te voorkomen - of via regelmatige boekencontrole. Maar voor de fortuinen die buitenlanders verdienen met corrupte praktijken, heeft de Amerikaanse justitie een speciaal programma: het in 2010 ook door Holder begonnen 'initiatief voor het terughalen van de tegoeden van kleptocraten'.

In maart nog betaalde de oud-president van Zuid-Korea aan het Amerikaanse ministerie van justitie 1,1 miljoen dollar. En volgens de Amerikanen was het aan hen te danken dat Chun, die had gezegd dat hij blut was, nog eens 27,5 miljoen dollar aan zijn eigen land teruggaf.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden