VS delen onder de indianen oude voedselpakketten van Golfoorlog uit

GALIBI - Op een sukkeldrafje komt de stuurman van het marineschip de steiger van Albina af lopen. "De reis gaat niet door hoor. Dit is tegen de afspraak; er zou een ton lading naar Galibi vervoerd worden en nu blijkt dat het slechts om acht doosjes gaat, die samen nog geen vijftig kilo wegen. Daar ga je toch geen marineschip voor inhuren?"

Hij kijkt de districtssecretaris van Marowijne, Rene Kusch, fronsend aan. Deze zegt diplomatiek: "De commissaris en de mensen van de Amerikaanse ambassade zijn onderweg, we moeten maar even wachten tot ze hier zijn." Als de stuurman buiten gehoorafstand is, haalt hij zijn schouders op: "Er was geen boot beschikbaar, dus is de marine ingeschakeld. Al is het in dit geval wel een beetje overdreven. Het lijkt me ook sterk dat er in die paar dozen genoeg voedsel zit om een heel dorp van een maaltijd te voorzien, er wonen zo'n 1 600 mensen in Galibi." Na de uitleg dat de pakketten restanten zijn uit de Golfoorlog, bestemd voor de Amerikaanse soldaten aan het front en zo samengesteld dat ieder pakket een maaltijd waarborgt voor zo'n tweehonderd mensen kijkt hij verbouwereerd. "Oh ja."

Biscuitmix

Na kort overleg met districtscommissaris Soe Agnie blijkt er geen vuiltje aan de lucht. De reis naar Galibi, het Indiaanse vissersdorp ten noordoosten van Paramaribo, gaat toch door. In de kajuit kijkt Max Langeman, de kleine gedrongen kapitein van Galibi, nieuwsgierig naar de inhoud van de dozen. Bij het zien van de reuzenblikken biscuitmix, broodmix en chocolade poedermix trekt hij even zijn lila pet naar achteren om zich op het hoofd te krabben.

"Waar is de Nederlandse vertaling gebleven, die ik gemaakt had" , vraagt Evelien Robles van de Amerikaanse ambassade, terwijl ze de kapitein uitlegt wat er op Engelstalige etiketten staat. "Is die er niet? Nou dan moeten we de mensen straks wel goed uitleggen hoe ze dit allemaal moeten klaarmaken. Ze eten bijna alleen cassave en vis in Galibi." Ze legt uit dat de dozen die naar het binnenland gaan, toch al een selectie zijn uit de oorspronkelijke inhoud van de pakketten. "De appeltaartmix, eierenmix en koffie zijn aan de scholen en creches gegeven" , zegt ze."

In totaal zijn er door de Amerikaanse ambassade in Suriname 40 000 voedselpakketten verstrekt met een waarde van 200 000 dollar. Verreweg het grootste deel van de pakketten is met behulp van de serviceclubs aan scholen, ziekenhuizen en andere sociale instellingen gegeven. Een kwart van de pakketten was bestemd voor het binnenland.

De stichting Medizebs, die medische hulp verleent aan de binnenlandbewoners stond eerst nog wat kritisch tegenover de gulle gift van de Amerikanen. Wat hebben de binnenlandbewoners nu aan gedroogde sperziebonen en taartmix, vond Medizebs. De duizenden guldens die uitgegeven werden aan transport om de Amerikaanse pakketten in het binnenland te krijgen, konden beter gebruikt worden voor structurele hulp om het voedselprobleem op te lossen. De maaltijden zijn in veel dorpen te eenzijdig. Door gebrek aan eiwitten en groenten is er sprake van chronische ondervoeding en zijn de kinderen te klein en te licht.

John Hope, de tweede man van de ambassade, die zich met hoed, zonnebril en twee koelboxen goed gewapend heeft tegen de zon, wuift de bezwaren weg. "Van de binnenlandbewoners zelf zijn er eigenlijk alleen maar positieve reacties gekomen" , vindt hij. "De pakketten zijn natuurlijk ook niet bedoeld om het voedselprobleem op te lossen. Eigenlijk waren ze als een soort extraatje bedoeld voor kerst, maar we konden pas een maand geleden met de distributie beginnen."

Dat de binnenlandbewoners geen raad zouden weten met chocolademix of broodmix vindt John Hope niets om zich druk over te maken. "Er kan toch wat gemproviseerd worden, met een beetje fantasie gebruiken ze de chocolade en biscuitmix als broodpasta of zo."

Met zijn videocamera legt hij alles vast: de kapitein van het schip, die zich met zijn blote buik behagelijk onder het kanon op het dek heeft uitgestrekt; het oerwoud aan de oevers van de Marowijnerivier, waar uit de houten paalwoningen luid schallend de muziek van Bob Marley weerklinkt; de bosnegers en rasta's, die een korjaal repareren en breed grijnzend het vreemde gezelschap begroeten.

Als de boot Galibi nadert, ontspint zich een korte discussie over de vorige week gepleegde overval door bewapende Tucajana-Indianen op een vissersboot. De Tucajana's, afkomstig uit Galibi, hadden de netten van de visser vernietigd met de waarschuwing dat, mocht de visser ooit weer in hun territorium terugkeren, hij als ruilmiddel een paar vaten benzine moest meenemen. Kapitein Langeman verdedigt de actie van zijn dorpsgenoten. "Zo'n visser uit de stad komt hier met netten van minstens vier meter, al onze vis wordt op die manier ingepikt. Als we zo'n man niet wegjagen, wat gebeurt er dan? Ons dorp is afhankelijk van de visvangst." Hoewel Galibi in Paramaribo bekend staat als "Tucajana-dorp" , wil kapitein Langeman daar niet veel over kwijt. Zelf noemt hij zich geen Tucajaan. Duidelijk is dat de kapitein het wel eens is met hun doelstellingen, zoals grondrechten, beter onderwijs en werkgelegenheid voor de Indianen, maar niet altijd met de middelen, zoals gewapend geweld, om die doelstellingen te bereiken. Bij de Surinaamse bevolking wekken de acties van de Tucajana's irritatie. Tenslotte zijn grote delen van Suriname door de illegaal gewapende groeperingen niet meer toegankelijk.

Op het strand in Galibi staan enkele dorpsbewoners, gekleed in korte broek en pet al op de uitkijk. Als de sloep die de pakketten naar het strand brengt arriveert, stapelen ze haastig de dozen op om ze naar het uit hout en riet opgetrokken gemeenschapshuis te brengen. De bevolking wordt bijeengetrommeld. Evelien Robles geeft uitleg over de inhoud van de blikken die op een brede houten tafel worden uitgestald.

Laatste avondmaal

De inwoners van Galibi luisteren geduldig naar de uitleg. Als de laatste doos met plastic bordjes en bekertjes uitgepakt is, wordt er tevreden gegiecheld. "Het lijkt wel een beetje op het laatste avondmaal" , zegt het lid van het dorpsontwikkelingsbureau met een brede grijns. Hij grijpt de aanwezigheid van John Hope aan om aandacht te vragen voor de problemen in Galibi. "Misschien kunnen we eens een gesprek hebben over een ontwikkelingsproject" , stelt hij voor. Hope is niet echt enthousiast. "De Amerikaanse ambassade kan weinig concreets doen, we hebben meer een adviserende taak" , stelt hij al visitekaartjes uitdelend. Een rondleiding door het dorp leert dat er nog veel aan ontwikkeling moet gebeuren in Galibi. Op de comfortabele woning van de katholieke onderwijzer na zijn de houten hutten armoedig.

Omdat hulp door het financiele gebrek van de overheid uitblijft zijn de inwoners van Galibi zelf op zoek naar mogelijkheden voor werkgelegenheid.

Tijdens de oorlog bloeide een levendige illegale handel in vis en bosprodukten op met het buurland Frans-Guyana. Nu de Frans-Surinaamse

rekkingen weer hersteld zijn en de Fransen scherpe controles langs de rivier uitvoeren is deze bron van inkomsten sterk verminderd. "Misschien kunnen we inkomsten verwerven door toerisme" , zegt kapitein Langeman. "We hebben het logeergebouw dat door de binnenlandse oorlog gesloten was, helemaal opgeknapt. Het wachten is nu op de eerste toeristen."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden