Vrouwtjesvis met penis

Het heeft wat rampen gekost om de mens duidelijk te maken dat hij een verwoestende uitwerking heeft op zijn omgeving. Milieu is van actiepunt beleidsterrein geworden. In een serie artikelen blikt Hans Schmit terug op de vermaarde milieuproblemen waarmee die ontwikkeling begon: Vandaag: rivieren vol dode vis.

Hans Schmit

Duitse vissers sloegen rond 1980 als eerste alarm. Sinds het begin van de jaren zeventig vingen zij in de Duitse Bocht en de monding van de Elbe steeds meer zieke en misvormde vissen. Gemiddeld dertig tot veertig procent van de schol, bot en tong had zweren en gezwellen; bij spiering rotten de vinnen weg en bij paling groeiden kankergezwellen uit de bekken.

De vissers staken de beschuldigende vinger naar de chemische industrie, die grote hoeveelheden afval (waaronder verdunde afvalzuren) loosden en daarmee verantwoordelijk zouden zijn voor wat 'frambozenschol' en 'bloemkoolpaling' werd genoemd. Gealarmeerd door de berichten uit Duitsland en omdat ook voor de Nederlandse kust chemisch afval werd geloosd, vroeg Rijkswaterstaat in 1983 het Rijksinstituut voor visserijonderzoek (Rivo) de situatie in de Noordzee in beeld te brengen.

Dick Vethaak, momenteel werkzaam als milieutoxicoloog bij het Rijksinstituut voor kust en zee (RIKZ), voerde het onderzoek uit dat uiteindelijk tien jaar duurde. Vethaak: ,,Wij keken niet alleen naar uitwendige ziekten maar ook naar inwendige aandoeningen. Bij dertig tot veertig procent van de oudere platvissen troffen we levertumoren aan. Kort daarna heb ik dat op een internationaal congres in Rotterdam verteld en gezegd dat de aandoeningen mogelijk verband zouden kunnen houden met vervuiling. De volgende dag stond, zonder enige nuance, in de kranten dat platvissen kanker hebben door vervuiling. De dag daarna schreven de Engelse kranten: eet geen vis uit Nederland want die heeft kanker, en weer een dag later belde een man uit Zeeland die scholfilet naar Engeland exporteerde met de mededeling dat hij mij een kopje kleiner zou komen maken. Onzin natuurlijk, want de ziekte is niet 'besmettelijk' voor de mens. De vis ziet er alleen minder mooi uit. Bovendien wordt de vis schoongemaakt en worden de ingewanden inclusief de lever verwijderd.'

,,Omdat het onmogelijk is in het veld een oorzakelijk verband tussen vervuiling en ziekten aan te tonen, begonnen we in 1988 een experiment op Texel waarbij in drie grote bassins enkele duizenden jonge botten werden uitgezet en daarna langdurig werden blootgesteld aan in verschillende mate vervuilde bodems. We hebben kunnen aantonen dat botten levertumoren ontwikkelden en dat er een duidelijke relatie met de vervuiling is. Het gaat daarbij om een cocktail van stoffen zoals PAK's, PCB's en dioxinen. Wat de huidziekten betreft, speelt bij de wratziekte ook de chemische vervuiling mogelijk een rol. Bacteriële infecties als zweren en vinrot daarentegen hebben niet zoveel met chemische vervuiling te maken, maar geven wel een goed beeld van de algehele milieukwaliteit. Ze worden meer veroorzaakt door milieustress die het gevolg is van bijvoorbeeld schommelingen in het zoutgehalte, zuurstofloosheid, voedselgebrek en het omploegen van de bodem door de visserij.'

Omdat visziekten niet beperkt bleven tot de Nederlandse en Duitse wateren, zette de Internationale raad voor onderzoek van de zee (ICES) begin jaren negentig een monitoringssysteem voor visziekten op, waaraan naast Nederland en Duitsland ook Engeland, Schotland, Denemarken en België deelnemen. Vethaak: ,,Dit programma loopt nog steeds en levert een schat aan gegevens op. Gebleken is dat de maatregelen effect hebben gehad. De kwaliteit van het milieu van de Noordzee is sterk verbeterd en het aantal zieke vissen is afgenomen. Het aantal oudere platvissen met levertumoren is gedaald tot enkele procenten; ook de concentraties PAK's en PCB's zijn gedaald. De wratziekte is afgenomen, maar komt nog steeds voor. Het zijn, in tegenstelling tot de levertumoren bij platvis, natuurlijke ziekten die je altijd zult aantreffen. Voor de Duitse Bocht is het beeld minder eenduidig. Het aantal zieke vissen neemt wel af, maar minder dan voor de Nederlandse kust. Dat heeft mede te maken met de complexe hydrografische situatie in dit gebied. Hetzelfde beeld biedt de Doggersbank, waar accumulatie van stoffen plaatsvindt.'

Tot zover het goede nieuws. Want nu PAK's en PCB's als probleemstoffen uit beeld verdwijnen, duiken andere stoffen op. Stoffen die de hormoonhuishouding van zeeslakken, vissen, visetende vogels en (zee)zoogdieren verstoren. Dick Vethaak: ,,In het midden van de jaren negentig kwamen er berichten uit Engeland over vervrouwelijking van vissen. In de VS verscheen een boek, 'Stolen Future', dat een angstaanjagend beeld schetste van allerlei stoffen in het milieu die de vruchtbaarheid aantasten. Het gaat om hormoonontregelende stoffen zoals oestro-genen die worden uitgescheiden door mensen en de veestapel, synthetische hormonen in de 'pil' en 'nieuwe' chemische stoffen zoals oppervlakteactieve stoffen in reinigingsmiddelen en weekmakers in plastic. Ook een paar bekende bestrijdingsmiddelen behoren tot deze groep.'

,,Deze stoffen bootsen vrouwelijke of mannelijke geslachtshormonen na of blokkeren de werking ervan. Ze kunnen de reproductie verstoren. Een van de eerste zaken was imposex bij purperslakken die op zeeweringen langs de kust leven. Bij de vrouwtjes vormt zich een penis en een zaadleider waardoor ze zich niet meer kunnen voortplanten. Wulken op zee bleken ook aangetast. Boosdoener is tributyltin (TBT), een verbinding in aangroeiwerende verf voor schepen. De Europese Unie heeft deze verf voor kleine schepen verboden, waarna de afwijkingen afnamen.'

In 1999 adviseerde de Gezondheidsraad om meer dan dertig van deze hormoonontregelende stoffen in de gaten te houden en hun invloed op het ecosysteem te onderzoeken. Hetzelfde jaar begon Rijkswaterstaat een landelijk onderzoek naar stoffen die een vervrouwelijkend effect op vissen hebben. Daarbij is, onder meer, geconstateerd dat mannelijke brasems in kleine regionale wateren naast spermacellen ook eicellen in de testes hebben. Tekenen van vervrouwelijking bij mannelijke vissen zijn ook gevonden in onder meer het Noordzeekanaal.

Dick Vethaak: ,,De hormoonontregelende stoffen zijn gevonden in gezuiverd stedelijk rioolwater, industrieel afvalwater en zelfs in regenwater. Onderzocht gaat nog worden of en in welke mate oestrogene hormonen met mest naar het oppervlaktewater afspoelen. Tot de hormoonontregelende stoffen behoren ook gebromeerde brandvertragers (met name PBDE's en HBCD), die worden gebruikt in bijvoorbeeld kunststofkasten van computers en televisies, autostoelen, kleding en isolatiemateriaal. Gebromeerde brandvertragers nemen toe in het milieu: we vinden ze in moedermelk, in de maag van potvissen die inktvissen uit de diepzee eten, in ijsberen op de Noordpool. Daarom is de Europese Unie eind vorig jaar een groot project begonnen om de effecten van die brandvertragers op dieren en mensen in beeld te brengen. Aan het project (FIRE genaamd), dat wordt getrokken door het RIVM en dat tot 2006 loopt, nemen negentien Europese onderzoeksinstituten en universiteiten deel, waaronder Rijkswaterstaat. Ook voor andere hormoonontregelende stoffen heeft de EU dergelijke omvangrijke projecten opgezet.'

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden