Vrouwenterreur

Agnes Jongerius werd vorig jaar door het blad Opzij tot machtigste vrouw van Nederland gekozen. (ANP)

Een vrouw als informateur voorkomt veel gedoe. Of: bedrijven met vrouwen aan de top renderen beter. Karin Melis vraagt zich af waar die ’dwangmatige’ lof voor vrouwelijke eigenschappen toch vandaan komt. „Het feminiene vormt een gevaar.”

De politiek zou meer moeten profiteren van de speciale eigenschappen van vrouwen, zo bepleitte Sybilla Dekker deze week. Ook het bedrijfsleven heeft daar baat bij: hoe groter de macht van vrouwen, des te groter ook het economische succes van een land, zo las ik onlangs. Als organisaties en bedrijven slim zijn dan bestaat het voltallige personeel uit dames. Dat althans concludeert Hanna Rosin in haar artikel ’The end of men’ dat afgelopen maand in het toonaangevende opinieblad The Atlantic Monthly verscheen.

Hoofdredacteur Margriet van der Linden van feministisch maandblad Opzij ging daarvan totaal uit haar dak en sprak haar hoop uit dat de PvdA nu eens eindelijk eieren voor haar geld kiest en een vrouw als partijvoorzitter benoemt. Econoom en jurist Heleen Mees, pleitte meteen voor een quotum voor mannen. Immers, zo redeneert deze wegbereidster van feminisme 3.0, mannen hebben hun kans gehad. Je moet het ijzer smeden als het heet is, moet Mees gedacht hebben.

Als je Rosin mag geloven vindt er een stille revolutie plaats: in de afgelopen dertig jaar zijn vrouwen de arbeidsmarkt gaan overheersen terwijl zij ook thuis al het heft in handen hebben. Voor de goede orde, deze machtsovername beperkt zich niet tot de Verenigde Staten. Neen, de auteur claimt dat de tendens zich op wereldwijde schaal voordoet. De kern van haar betoog is een sieraad van eenvoud: de postindustriële economie past de vrouw als een tweede huid. Vereiste het arbeidsproces vroeger fysieke kracht en uithoudingsvermogen, nu behoeft het sociale intelligentie, open communicatie en de competenties om stil te zitten en te focussen, aldus Rosin. Vrouwen in managementfuncties zijn bovendien veel meer geneigd rekening met een ander te houden dan mannen. Laatstgenoemden zijn in hun assertiviteit in de eerste plaats op zichzelf gericht. In helder Nederlands: vrouwen zijn empathisch, mannen denken alleen maar aan zichzelf. Het is precies hetgeen volgens Sybilla Dekker aan de onderhandelingstafel ontbrak, zo zei ze deze week in Trouw: „Klink moet er ongemakkelijk bij hebben gezeten, anders schrijf je zo’n brief niet. Ik denk dat een vrouw dat eerder had gezien.”

Hanna Rosin vermoedt dat deze verschillen niet zozeer biologisch gedetermineerd zijn. De seksen zijn veeleer geconditioneerd door sociaal gedreven rollen die het efficiëntst bij de status quo van een maatschappij passen. De huidige vrouwelijke eigenschappen zijn ironisch genoeg dankzij de uithuizige man, die moeder de vrouw generaties lang gedomesticeerd heeft, tot volle wasdom gekomen en klaarblijkelijk uitzonderlijk goed geschikt voor de postindustriële samenleving. Mannen met hun ingebakken neiging tot controle en beheersing hebben volgens Rosin het nakijken.

Binnen het onderwijs, aldus Opzij, zie je al dat meisjes op alle vlakken veel ijveriger zijn dan jongens.

Wat me hier in opvalt en irriteert, is dat al die genoemde vrouwelijke eigenschappen zo positief geduid worden. Voordat je het weet beland je in een schema van goed en kwaad. Dat moet een mens wel op scherp zetten.

Nederland feminiseert in twee opzichten. De meerderheid van de rechters is thans vrouw en het onderwijs lijkt sowieso een vrouwelijke aangelegenheid te zijn. Rechters kunnen vaak thuis werken en een duobaan (twee juffen delen een groep) is eerder regel dan uitzondering in het basisonderwijs. Vanzelfsprekend werkt dat getalsmatig gezien vervrouwelijking in de hand en het zijn ook nog eens beroepen die gemakkelijk met kinderen en koken te combineren zijn.

Die feminisering heeft ook een bedenkelijke connotatie: zij staat voor een abstracte zachtheid die door haar dwangmatige neiging alles in het positieve onder te dompelen, in de praktijk omslaat in haar tegendeel. Ik kan dat nog het beste illustreren aan de hand van de terreur die uitgaat van de eis om positieve feedback te geven. Een hoogleraar vertrouwde me onlangs toe dat hij opzag tegen het geven van onvoldoendes. Studenten barsten spontaan in snikken en vervolgens in woede uit. Dat wat in beginsel vol van wellevende bedoelingen zit – benadruk het positieve in de mens – wordt in een consequent doorgevoerde uitoefening geperverteerd. Al krijg je slecht werk voorgeschoteld, je zult het positief benaderen, is het onderliggende gebod.

Toen ik, nog in de vorige eeuw, in Amerika lesgaf aan een college dreigden studenten wel eens dat ze hun ouders op mijn dak zouden sturen: ze pikten geen correctie van mijn kant. Dat vond ik nogal merkwaardig aangezien het de taak is van een docent om leerlingen op hun fouten te wijzen. Als je je fouten niet herkent leer je niets. Ik moet toegeven dat ik in die tijd behoorlijk onnozel was omtrent de nieuwste mores in het moerassige land van de communicatie. Wel viel het me toen op, en ik spreek nu over de jaren negentig, hoe Amerikaanse moeders onvermoeid de waanzinnigste kronkels van hun kinderen goedpraatten. Zo’n overdosis zelfbevestiging moet later wel tot crimineel gedrag leiden, dacht ik. Deze prinsen en prinsessen zijn totaal onvoorbereid op de weerstanden die de wereld en het leven voor hen in petto hebben. Er hoeft ze maar een strobreed in de weg gelegd worden of de hel breekt los: tranen slaan in een oogwenk om in ongebreidelde woede-uitbarstingen. Het zogenaamd weerloze ego maakt hier als een wolf in schaapskleren de dienst uit.

De feminiene cultuur van de zachte kanten, het gevoel en de eigen beleving lijken op papier wellevende tegenhangers van een doorgeschoten rationaliteit, van instrumentaliteit en strategisch denken. De werkelijkheid toont mij iets anders. Deze trekken, waar volgens Hanna Rosin de vrouw het alleenrecht op heeft, zijn dermate verabsoluteerd dat zij de omgang tussen mensen terroriseren. Als mijn zachte kant, mijn weerloosheid, mijn beleving, mijn gevoel niet gehonoreerd worden, scherm ik met het wapen van het miskende slachtoffer, zie de reactie van de gegriefde student. Het is hoog tijd om deze ideologie van het feminiene sentiment te ontdoen van zijn fatale zelfgenoegzaamheid. Maar voor alles blijft de vraag waardoor deze pervertering veroorzaakt is.

Tijdperken lang is de vrouw als het zwakke geslacht beschouwd dat beschermd en behoed diende te worden. Ziehier de taak van de man. Hij was het sterke geslacht, hij speelde de baas. Maar je moet altijd oppassen met dit soort generalisaties. We leven in een epoche waarin het Grote Verhaal, De Waarheid niet meer bestaat. Het heeft plaatsgemaakt voor oneindig veel kleine levensverhaaltjes die ieder voor zich weer een absolute waarheidsclaim opeisen, en dan kan een poging de feminisering te doorgronden zomaar iemand het gevoel geven dat zijn beleving en daarmee zijn eigenwaardigheid in het gedrang komt.

Misschien zit daar precies de angel die zachte waarden in hun tegendeel doet omslaan. Nu de waarheid naar het private domein is verwezen, zal het verweesde individu zich te vuur en zwaard moeten verdedigen, wil het zich staande kunnen houden. Zijn verhaal moet te midden van een oerwoud van andere verhalen zijn plaats opeisen. Hoe al die belevingen positief bevestigd kunnen worden is mij een raadsel. Al die zachte kanten worden uiteindelijk dus verpakt in kleine, totalitaire eigen-gelijk-systeempjes. Hierdoor ondergraaft een overheersend feminiene cultuur zichzelf. Zodra mijn zachte kant het coute que coute voor het zeggen moet hebben is diezelfde zachtheid met de noorderzon vertrokken. En zodra de student onder alle omstandigheden positief bevestigd moet worden, is het prijzenswaardige het prijzen niet meer waard. Het is om het even.

Onlangs zei een vrouw dat als bankiers vrouwen waren, er geen kredietcrisis zou zijn geweest. Ik geloof er niets van. Vrouwen die het voor het zeggen hebben, hebben zich niets gelegen laten liggen toen de kredietcrisis uitbrak en daarmee de kans voor het grijpen lag om het vrijemarktsysteem te ontmantelen. Zij houden dit cowboygedrag met eenzelfde inzet als die van mannen in stand. Hebzucht en de lust tot macht kennen geen geslacht. In haar artikel laat Hanna Rosin een man verzuchten: It’s her way or the highway. Het is haar weg of snel weg. Bondiger kan het niet gezegd worden.

Een andere valkuil die in een graf verandert als het over het vrouwelijke gaat, is als je het eendimensionaal opvat. Als het vrouwelijke inderdaad zachtheid betekent dan is het ook kwetsbaar. Dit heeft overigens niets te maken met positiviteit of negativiteit, ze is gegeven met het leven. Maar te vaak wordt kwetsbaarheid verpakt in de terreur van het gecultiveerde slachtofferschap. Of wordt zij als een zachte heelmeester aangewend. Maar al dat wat werkelijk kwetsbaar durft te verschijnen is van waarde. Het is een mysterie hoe krachtig kwetsbaarheid kan zijn. Zij kan gelijk een krokus beton breken, zoals de bijbelse zachte woorden beenderen. Louter door haar aanwezigheid relativeert zij onze eigenmachtigheid.

De achterkant van kwetsbaarheid is kracht zonder machtsuitoefening. In die zin heb ik altijd gehoopt dat het feminisme geen emancipatie zou zijn, geen gelijkschakeling, maar een levend, warmbloedig en vrolijk spottend respons op elk machtsvertoon. Maar wat thans doorgaat als de overheersing van het feminiene zal de ondergang van het vrouwelijke zelf betekenen, als dat niet al het geval is. Dat vrouwelijke dat eeuwenlang zo gevoelig bezongen is in de kunstgeschiedenis. Door de man.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden