Vrouwenstudies/Wat gebeurde ook al weer in Nairobi Geertje Lycklama a Nijeholt, Towards Women's strategies for the 1990s. Macmillan, London. Hilkka Pietila en Jeanne Vickers, Making Women matter - the role of the United Nations. Zerd Books, London. 178 bl

Gisteren is - na lang touwtrekken tussen de Westerse wereld en de ontwikkelingslanden - besloten dat niet Wenen, zoals oorspronkelijk gepland, maar Peking de standplaats is voor de komende wereldvrouwenconferentie van de Verenigde Naties in 1995. Velen zullen zich van de vorige drie VN-vrouwenconferenties niet veel meer herinneren dan dat de laatste in 1985 in de Keniaanse hoofdstad Nairobi heeft plaatsgevonden. Een aantal recent uitgekomen boeken zijn heel geschikt om de herinnering op te frissen en gerichter plannen te kunnen maken.

Begin dit jaar verscheen 'Towards Women's Strategies for the 1990s', samengesteld door de winnares van de Aletta Jacobsprijs 1992 en rector van het Institute of Social Studies, prof. dr. Geertje Lycklama a Nijeholt. Het geeft in grote lijnen aan wat er allemaal wel en niet bereikt is in het kader van het VNdecennium van de Vrouw (1975 tot 1985).

Het onderwerp 'vrouwenemancipatie wereldwijd' is veelkleurig en breed is en het oordeel over bijna twee decennia wereldwijde vrouwenstrijd hangt dan ook maar net af van het perspectief van de schrijfster. Lycklama a Nijeholt kiest als rode draad voor haar boek de verhouding tussen staat en vrouwenbeweging. In zes lezenswaardige artikelen gaan de verschillende auteurs ondermeer in op het belang van de staat bij het religieus fundamentalisme, de (verborgen bevolkingspolitiek) in het gezondheidsbeleid van Brazilie, en de gevolgen van het woningbouwbeleid voor vrouwen in de krottenwijken van derde wereld metropolen. Daarnaast wordt in de twee meer theoretische artikelen de vraag gesteld hoe vrouwen beter dan tot nog toe aan hun eigen belangenbehartiging kunnen werken.

Amrita Chhachhi koppelt in haar bijdrage de opkomst van het religieus fundamentalisme aan de sociale veranderingen die het gevolg zijn van de uitbreiding van het kapitalisme. Zowel traditionele patriarchale structuren als ook andere vormen van samenleven verdwijnen doordat jonge vrouwen van het platteland als goedkope arbeidskrachten voor de industriecentra worden geronseld. Chhachhi stelt dat het voor regeringen in landen die verscheurd worden door groeiende welzijns,-inkomens- en regioverschillen, uit oogpunt van machtsbehoud nodig is om een ideologie van eenheid te creeren. Door politieke steun te verlenen aan fundamentalistische groeperingen slaat de regering dan meteen twee vliegen met een klap: de (ideologische) eenheid is hersteld en de conservatief-religieuze ideologie versterkt de macht van individuele mannen over hun dochters, zussen en echtgenotes. En en passant krijgen alle mannen rechten over alle vrouwen.

Interessant is ook het artikel van Farida Sheriff over het huizenbouw en woonbeleid in Tanzania. Zij constateert dat in veel metropolen in de derde wereld het 'huis' niet alleen een dak boven het hoofd betekent maar ook onderdeel is van de (economische) overlevensstrategie van krottenbewoonsters; voor huur en verhuur, opvang voor de vele zwangere familieleden, als klein bezit dat weer kredieten mogelijk maakt. Vrouwen verwerven hun inkomen in de krottenwijken van Tanzania in maar een enkele keer in de speciaal voor hen opgezette (en vaak mislukkende) 'vrouwenprojecten'. Sheriff maakt duidelijk dat juist het reguliere overheidsbeleid (bijvoorbeeld in de woningbouw) grote invloed heeft op het overleven van vrouwen en hun gezinnen.

Een van de artikelen gaat in op de ontwikkelingen in het gastland China, dat op het gebied van vrouwenemancipatie niet uitblinkt. De slechte situatie van Chinese vrouwen voedt eerder het vermoeden dat China kosten noch moeite spaart (noch de drukke organisatie van een internationale vrouwenconferentie) om - na de gebeurtenissen in de zomer van 1989 op het Plein van de Hemelse Vrede - internationaal weer mee te tellen. De Chinese regerig heeft wel een antal campagnes opgezet, maar ondanks bergen retoriek over de 'belangrijke bijdrage van vrouwen aan het communisme' is er in de praktijk weinig verbeterd.

In het theoretisch gedeelte verwijt Geertje Lycklama a Nijeholt de vrouwenbeweging dat zij in de afgelopen twee decennia te eenzijdig en naar binnen gericht bezig is geweest om de bewustwording over vrouwenonderdrukking op gang te brengen. Zij doet suggesties voor nieuwe strategieen voor de (internationale) vrouwenbeweging, die nodig zijn omdat de meeste regeringen nog ver verwijderd zijn van de verwezenlijking van de ambitieuze emancipatieplannen die zij tijdens de laatste VN-vrouwenconferentie plechtig hadden beloofd.

Helaas heeft Lycklama a Nijholt haar ideeen voor nieuwe strategie voor de jaren '90 nogal zwak uitgewerkt. Het komt neer op 'ken de juiste mensen, en vermijd teveel ruzie in de eigen rijen'.Volgens haar moet tevens hard gezocht worden naar medestanders in machtige kringen. Als vrouwen dan ook nog verbintenissen aangaan met andere progressieven zoals de anti-racisme-, homo-, milieubeweging, is het bereiken van de feministische hemel nog maar een fluitje van een cent. Ik geloof best dat Lycklama a Nijholt gelijk heeft, maar naast mijn baan, vrjwilligerswerk en huishouden word ik al moe van het onderhouden van contact met mijn eigen kleine vrouwengroep.

Het vorig jaar verschenen boek 'Making Women matter - the role of the United Nations' van Hilkka Pietila en Jeanne Vickers is een basisboek over het vrouwenwerk in de Verenigde Naties. De auteurs, beiden al decennialang betrokken bij het vrouwenwerk van de VN, beschrijven hoe de visie op vrouwenzaken binnen de VN langzaam aan verschoof van een aanvankelijk heel 'legalistische' (gelijke behandeling in de wetgeving) tot een meer interdiscplinaire benadering. Daarbij kwam niet alleen aandacht voor de economische en sociale situaties van vrouwen op de internationale agenda maar ook voor machtsverschillen tussen de seksen.

In het concluderende hoofdstuk 'beloftes en twijfels' proberen de auteurs ondanks hun directe betrokkenheid bij de VN-bureaucratie toch objectief te oordelen over de macht en onmacht van de VN. Zij maken duidelijk dat de VN alleen nooit iets kan veranderen in een vrouwenleven, maar dat vrouwen wel handig gebruik kunnen maken van de VN.

Met de serie Feministische antropologie probeert De Vrije Universiteit de 'ivoren toren van de wetenschap' te doorbreken door een aantal doctoraalscripties uit het vakgebied feministische antropologie in de vorm van makkelijk leesbare boekjes uit te geven. Zes zijn er al verschenen waaronder een bibliografie over samenwerkingsverbanden van vrouwen in de Derde wereld. Ook heeft een doctoraalstudente het beleid van de medefinancieringsorganisatie ICCO ten aanzien van vrouwen kritisch onder de loep genomen. Binnenkort zal in de VU-reeks een boekje over de 'stilte na Nairobi' verschijnen, een evaluatie van het VN-vrouwenbeleid na 1985.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden