Vrouwenrock - woede, seks en dood

Het beeld van filosofen is niet al te flitsend. Toch zijn het bepaald niet allemaal suffe kamergeleerden. Sommigen brengen op verrassende wijze en ongewone plaatsen in de praktijk waarvoor ze zijn opgeleid: kritisch en onafhankelijk denken. Zes voorbeelden van zulk filosofisch onderzoek vandaag en komende maandagen. Aflevering 1: vrouwenteksten in de popmuziek.

We are made to fight and fuck. De teksten van de 'angry young women in rock' die filosofe en literatuurwetenschapster Stine Jensen (28) onderzoekt, liegen er niet om. Enerzijds zingen Tori Amos, PJ Harvey en Ani DiFranco - de vrouwelijke popzangers die Jensen voor haar onderzoek heeft geselecteerd - zelfbewust over hun eigen leven en de hoge eisen die ze daar als zelfstandige, geëmancipeerde vrouwen aan stellen. Anderzijds hebben ze in hun muziek aandacht voor de minder mooie kanten van het vrouwzijn, die kunnen variëren van onzekerheid in de liefde tot verkrachting en abortus.

Seksualiteit is een telkens terugkerend onderwerp in hun songs, reden waarom deze nieuwe generatie in de pers ook wel de suggestieve benaming 'coming young women in rock' gekregen heeft.

In haar boek De verlangenmachine. Vrouwen in de popmuziek, dat in januari zal verschijnen bij Uitgeverij Prome theus, wemelt het van de scheurende gitaren, woedend hamerende piano klanken, en beurtelings kreunende en krijsende zangeressen. Het wemelt ook van de voetnoten die verwijzen naar boeken en artikelen uit de filosofische canon.

De uitdaging van dit onderzoek, dat Jensen begon in het kader van haar afstudeerscriptie aan de filosofische faculteit van de Rijksuniversiteit Groningen, was om een acceptabel evenwicht te vinden tussen de taal van de popmuziek en de taal van de wetenschap. Iedereen die daar tot nu toe een poging toe gedaan heeft, is door de gehaktmolen van de recensenten gehaald, vertelt Jensen. Geamuseerd wacht ze de kritieken op haar eigen boek af. ,,Het gaat niet alleen over popmuziek, maar ook over vrouwen, en over filosofie. Dat is een driedubbele handicap, ik maak me dus weinig illusies.'

Het filosofische van haar onderzoek zit 'm in de poging de muziek, de teksten en eventuele videoclips van de zangeressen te analyseren en ze in een maatschappelijke en historische context te plaatsen. De obsessieve zoektocht van deze vrouwen naar een eigen identiteit, waarbij ze regelmatig langs de afgrond van de razernij, de waanzin en de dood scheren, past in de hedendaagse cultuur die steeds sterker op het individu gericht is en waarin identiteiten in toenemende mate als maakbaar worden beschouwd.

,,How to be a dandy in the age of mass-communication?', vroeg Susan Sontag zich eens af, en daarmee sloeg ze volgens Jensen de spijker op zijn kop. De paradox van de hedendaagse populaire cultuur is dat zij enerzijds massaproducten levert, en anderzijds geheel gericht is op zelfcultivering van individuen.

Dit geldt ook voor popmuziek, vindt Jensen. ,,De keuzes die mensen maken uit het enorme muziekaanbod, zeggen iets over hun persoonlijke identiteit. Als je iemand wilt leren kennen, is het heel gewoon om te vragen naar welke muziek hij luistert. Muziek raakt mensen heel direct. Een akkoord kan je in tranen doen uitbarsten, of je ineens een supergevoel geven. Toch luisteren er naar die artiest die jou dat unieke gevoel geeft, nog honderdduizend anderen die datzelfde gevoel hebben.'

De term 'verlangenmachine' heeft Jensen bedacht om te verklaren dat je als luisteraar niet alleen zelf emoties in de muziek stopt, maar dat muziek ook een middel is waardoor je die emoties kunt ervaren. Jensen: ,,Emoties worden door deze machine gekanaliseerd, de luisteraar is dus niet volledig autonoom in het beleven van zijn eigen gevoel. Gevoel wordt voor een deel gestructureerd door de media. Je ziet het bijvoorbeeld bij film, dan zwelt ineens de muziek aan en dan weet je: aha, de tranen mogen stromen.'

De term machine verwijst ook naar de industrie die de popmuziek in feite is. ,,Kijk', zegt Jensen, ,,je zult mij niet horen klagen over al die tieners die gek zijn van de Spice Girls. Maar ik vraag me toch af of het motto van deze groep, 'girl-power', wel op z'n plaats is. De Spice Girls zijn in zekere zin niet meer dan een marketingproduct van een industrie die voor het allergrootste deel uit mannen bestaat.'

Jensens zangeressen doen hun best zich zoveel mogelijk aan die industrie te onttrekken. Ani DiFranco richtte op haar 19de jaar zelfs haar eigen platenmaatschappij op. In een van haar nummers zingt ze de platenbonzen spottend toe: You're looking at the million that you never made.

Het mooie aan zangeressen als DiFranco is volgens Jensen dat het hier gaat om échte vrouwen. Ze hebben een belangrijke functie als rolmodel voor jonge vrouwen die op zoek zijn naar een eigen identiteit. ,,Had ik in mijn tienertijd maar zulke rolmodellen gehad,' verzucht ze. ,,Ik was wanhopig op zoek naar voorbeelden, naar heldinnen, maar er waren alleen maar helden voorhanden. Ik wilde zo graag eens een ontzettend goede gitariste zien, of een drumster. Bovendien wilde ik zelf op dat podium staan met een club meiden. Ik wilde niet degene zijn die moest wachten tot er een ridder voorbij kwam om me mee te nemen. Ik wilde zelf op dat witte paard springen!'

Dat de autonomie waar Jensen in haar tienertijd naar verlangde ook haar keerzijde heeft, blijkt wel uit de getroebleerde songteksten van haar heldinnen. ,,Neem nou zo'n PJ Harvey, die staat er toch soms bij...', gniffelt Jensen, ,,ik bedoel: die lijdt verschrikkelijk in haar muziek. En ja, dat spreekt me toch meer aan dan superster Madonna of de girl die Sanderijn Cels vorig jaar introduceerde in haar boek Grrls! Jonge vrouwen in de jaren negentig. Girls hebben alles onder controle, weten precies wat ze willen, en leggen iedereen aan hun voeten.'

,,Niemand van mijn vriendinnen herkent zich in het stereotype beeld van de girl: de vrouw met het naveltruitje,' stelt Jensen. ,,De term 'girl' zou wat mij betreft vervangen mogen worden door iets anders. Ik noem me graag feminist, maar die term wekt bij jonge vrouwen helaas veel weerstand. Macha vind ik ook niet zo'n geslaagde term...'

,,Misschien', aarzelt Jensen, ,,is het helemaal niet meer nodig om vrouwelijke identiteit uit te drukken in een pakkende term. In de popmuziek vinden vrouwen tegenwoordig een heel scala aan identificatiemogelijkheden.' Kampen ze met een loyaliteitsconflict ten aanzien van andere vrouwen? Dan kunnen ze luisteren naar Tori Amos die op lieflijke toon zingt: I want to kill this waitress I can't believe this violence in mind. Worstelen ze met hun vrouwelijke identiteit dan hebben ze wellicht wat aan Ani DiFranco die zich afvraagt of de heren in de vergaderkamer haar menstruatiebloed kunnen ruiken:

These businessmen got the money

They got the instruments of death

But I can make life

I can make breath

Can they smell me bleeding?

Wie tenslotte moeite heeft met de autonomie die emancipatie met zich meebrengt, kan terecht bij de lijdende Harvey die in het nummer Down by the water in de huid kruipt van een vrouw die zichzelf aborteert.

Jensens onderzoek is afgerond, haar boek ligt bij de uitgever, maar bloed kruipt waar het niet gaan kan. Op het spoor gezet van de bizarre verlangens die worden uitgeleefd in de populaire cultuur, werkt Jensen inmiddels aan de Universiteit van Maastricht aan een onderzoek naar bestialiteitsfantasieën in film, literatuur en wetenschap.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden