’Vrouwenboksen is geen stoeien’

Ton Dunk, bondscoach van de Nederlandse vrouwenboksers. Op de achtergrond: oude affiches van Nederlandse boksgala?s. ( FOTO ARIE KIEVIT ) Beeld Arie Kievit
Ton Dunk, bondscoach van de Nederlandse vrouwenboksers. Op de achtergrond: oude affiches van Nederlandse boksgala?s. ( FOTO ARIE KIEVIT )Beeld Arie Kievit

rotterdam – - Ton Dunk jr. staat er ontspannen bij in zijn sportschool Van ’t Hof. De 41-jarige Rotterdammer werd vorige week benoemd tot bondscoach van de Nederlandse vrouwenboksers. Die nieuwe olympische sport verwierf onlangs de A-status van het NOC-NSF, nadat Marichelle de Jong vorig jaar september derde werd op het WK in Barbados, en Nouchka Fontijn vijfde. Beide vrouwen zijn pupillen van Dunk. De keuze voor hem als bondscoach was dus een logische.

’Het is ons doel om het vrouwenboksen naar een hoger plan te tillen’, kondigde Boris van der Vorst van de Nederlandse Boksbond aan bij de benoeming van Dunk. Om dit te bereiken moet vooral op korte termijn flink worden geïnvesteerd, denkt de kersverse bondscoach. Want de ontwikkelingen binnen de nog jonge sport gaan hard. „Als er een olympische medaille te behalen valt, is een sport onmiddellijk big business”, zegt hij. „Over vier jaar zal het niveau zo hoog zijn dat er nauwelijks nog tussen te komen is.”

De stormachtige ontwikkeling van het vrouwenboksen is al een paar jaar gaande. Dunk zag niet alleen indrukwekkende vooruitgang bij De Jong, die hij nu vijf jaar onder zijn hoede heeft en bij Fontijn – die twee jaar bij hem traint – maar in de hele sport. „Het is echt niet meer van: kijk die vrouwen eens even een beetje stoeien. Het is hoog niveau.”

Toch is het wel degelijk anders om vrouwen te trainen, geeft Dunk lachend toe. „Het is een cliché, maar je moet veel meer met ze praten.” Dunk gaat binnenkort zelfs naar een sportpsycholoog om te bespreken hoe hij zijn vrouwelijke talenten het best kan coachen. „Want schreeuwen zoals tegen mannen heeft bij hen geen zin.”

Alle professionalisering en ambities ten spijt, geld blijft het belangrijkste obstakel binnen het Nederlandse vrouwenboksen. Dunk: „De Britten pompen komend jaar 950.000 pond (omgerekend 1.112.933,55 euro) in de sport. Wij moeten het doen met dat wat mensen in het donatiepotje stoppen.”

Dunk mag voor twintig uur in de week als bondscoach zijn aangesteld, alle onkosten moeten nog altijd uit sponsorinkomsten worden betaald. De Nederlandse Boksbond heeft geen geld. En boksen is geen goedkope sport. Want voor serieuze tegenstand moeten De Jong en Fontijn naar het buitenland. De vrouwen moeten hun bokscarrière bovendien opbouwen buiten hun werk om.

Het is daardoor lastig ver vooruit te plannen. Dankzij Topsport Rotterdam, de organisatie die Dunk in december vorig jaar uitriep tot sportcoach van 2010, en het bedrijfsleven in de havenstad is een goede voorbereiding tot het EK boksen in Rotterdam verzekerd. Maar na dat EK, in oktober dit jaar, strekken zich nog acht onzekere maanden uit tot aan de Olympische Spelen in Londen 2012. Succes op het EK lijkt een voorwaarde om ook voor die periode genoeg sponsorgelden binnen te halen.

Het gebrek aan serieuze tegenstand in Nederland vangt Dunk op door De Jong en Fontijn veel tegen de mannen uit zijn school te laten boksen. „Daar worden zij hard en snel van”, zegt hij. „Op die manier trainen zij structureel op hoog niveau.” Ook trekken de twee vrouwen zich op aan elkaar. Dunk: „Succes is eigenlijk heel simpel. Het enige wat je moet doen is de beste boksers bij elkaar zetten.” Hij zwakt zijn eigen invloed op het succes van zijn pupillen graag wat af. „Zie het als autorijden: ik kan je wel leren een wagen te besturen, maar een goede chauffeur maak je alleen jezelf.”

Het vervelende is dat van de twee vrouwen uiteindelijk slechts één naar de Olympische Spelen kan. De criteria die moeten bepalen wie dat zal zijn, heeft Dunk nog niet opgesteld. Extra moeilijk is dat de vrouwen niet in dezelfde gewichtsklasse uitkomen. Hij kijkt niet uit naar de keuze. „Ik zal toch de olympische droom van één van beide door moeten prikken.”

Dunk wil echter nog helemaal niet zo ver vooruit kijken. Het belangrijkste doel is voorlopig het EK in eigen land. In sportschool Van ’t Hof hangen aan de muur vergeelde affiches van Nederlandse boksgala’s uit de glorietijd, lang geleden, toen Bep van Klaveren nog te zien was voor 3,60 gulden. ’Inclusief belastinggelden’, vermelden de posters. Deze sportieve hoogtijdagen moeten eind dit jaar in de Rotterdamse Topsporthal herleven, alleen nu ook in het vrouwenboksen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden