Vrouwen zorgen mannen managen, dat moet anders

Als er één sector in Nederland is waar de vrouwenemancipatie zegeviert, dan is het wel de gezondheidszorg. Zou je denken. Kijk maar naar minister Borst (v), staatssecretaris Vliegenthart (v) én naar de cijfers: 77 procent van de ruim 800 000 werknemers binnen de muren van de zorginstellingen is vrouw. Het percentage daarvan dat een leidinggevende functie heeft, steekt daar echter schriel bij af: zes procent.

De vrouwen zorgen, de mannen managen, kort gezegd. Aangezien een manager een voorwaarden scheppende functie heeft, bepalen mannen in de zorgzector de voorwaarden waaronder de vrouwen werken. ,,We zijn allemaal gewend aan die voorwaarden'', zegt Marianne Lapidaire. ,,Zo heeft onze cultuur er eeuwenlang uitgezien.'' Dat er over die cultuur inmiddels meerdere feministische golven zijn gespoeld, is in haar sector helaas nauwelijks te merken, zegt ze.

Marianne Lapidaire (47) is een van de weinige vrouwen met een topbaan in de intramurale gezondheidszorg. Sinds 1 juli vorig jaar is zij directeur zorgzaken van zorggroep Plantein, een grote verpleeghuisorganisatie in zuidwest Friesland met zo'n 550 verpleeghuisbedden en 72 verzorgingshuisplaatsen. Verder is zij bestuurslid van de Nederlandse Vereniging voor Verpleeghuiszorg. ,,Dat is mijn enige bestuursfunctie waarin ik één vrouwelijke collega heb'', zegt Lapidaire met een scheef lachje. De andere vijf zijn heren. Als bestuurslid van de NZf, de Nederlandse Zorgfederatie, heeft zij elf collega's (m). Verder is zij het enige vrouwelijke lid van het bestuur van de Vereniging van Verpleeghuizen in Friesland, van het bestuur van de Federatie Vereniging van Zorginstellingen, van de Katholieke Vereniging van Zorginstellingen en van het bestuur van de Noordelijke Hoge School in Leeuwarden.

Alsof haar werkweek nog niet fulltime genoeg was, is ze ook net voorzitter geworden van Opportunity in de Gezondheidszorg, een werkgroep die de doorstroom van vrouwen naar hogere functies wil bevorderen. En die daarvoor drie ton te besteden heeft, afkomstig uit de krappe kassen van verschillende zorgkoepels die het belang ervan inzien.

,,Aanvankelijk aarzelde ik over dat voorzitterschap'', zegt Lapidaire. ,,Ik vind eigenlijk dat dit onderwerp niet altijd door vrouwen op de agenda gezet moet worden. Maar ja, andere mensen'' - ze lacht, je ziet haar denken: mannen - ,,lieten het afweten. Toen heb ik dit op me genomen, omdat het toch eigenlijk te gek is dat in mijn sector het aantal vrouwen aan de top zo klein is.'' Onder 'top' verstaat ze 'eindverantwoordelijken voor een onderdeel van een organisatie'. Bijvoorbeeld een afdelingsmanager met 300 mensen onder zich. In 94 procent van de gevallen is dat een man.

,,Dat percentage is totaal geen afspiegeling van de bedrijfscultuur in de zorgsector, waar nota bene driekwart vrouw is. Een cultuur waar het draait om emotionele vaardigheden; waar veel steun en aandacht voor elkaar is.'' Veel van de werkneemsters, zo blijkt uit een onderzoek dat Opportunity in de Gezondheidszorg vorige week presenteerde, 'constateren aan de top een heersende mannencultuur'. ,,Vrouwen schrikken vaak van die cultuur'', zegt Lapidaire. ,,Zelf schrik ik soms ook nog. Mannen onderhandelen vaak harder, oordelen harder en kunnen soms een gigantisch plan optuigen als er iets kleins geregeld moet worden.''

Ook is de prijs voor een bestuurlijke functie hoog, vindt Lapidaire, die in 1970 begon als verpleegkundige en langzaam maar zeker opklom ,,Ik heb veel moeten inleveren van mijn vrije tijd en privéleven.'' En opboksen moest ze, tegen weerstanden en vooroordelen. ,,De moeilijkste periode voor mij was in het middenmanagement. Toen ik 35 was en hoofd verplegingsdienst in een verpleeghuis. Het woord 'glazen plafond' kende ik toen nog niet, maar dat was er wel. Je ziet het niet, maar je voelt het.''

Nog steeds. Laatst werd ze weer fijntjes met haar neus op de feiten gedrukt. Jaren had ze in het bestuur gezeten van een organisatie waar bijna alle 200 medewerkers vrouw waren. ,,Ik was de enige vrouw in de raad van toezicht. Toen ik wegging, zei ik het belangrijk te vinden dat een vrouw mij zou opvolgen. Dat is gelukt, waarop ik een stukje schreef voor het personeelsblad dat mij dat verheugde, omdat er zoveel vrouwen in de organisatie werkzaam waren. En omdat het vrouwelijke gedachtengoed erg belangrijk zal zijn in het komende millennium. Wat de redactie van het personeelsblad overnam van mijn tekst was: veel succes, dank voor de samenwerking - maar juist dát stukje niet. Het moest ingekort, zeiden ze. Die selectie was veelzeggend. Het onderwerp blijkt zelfs nauwelijks bespreekbaar.''

Fronsend zegt ze: ,,Ik denk weleens dat we nog met dezelfde knelpunten bezig zijn als vijfentwintig jaar geleden, toen ik werkte als verpleegkundige. Toen waren er zelfs nog meer vrouwen aan de top. De diakonessen, en de nonnen. Zij waren ongetrouwd, kinderloos, en altijd beschikbaar, want ze woonden vaak in het klooster naast het ziekenhuis.''

,,Toen de religieuzen uit de zorg verdwenen, kwamen daar andere fulltime beschikbare krachten voor in de plaats: mannen. Bovendien kwam het geld voorop te staan. De gezondheidszorg moest verzakelijken, transparant worden. En daarmee deed de harde manager zijn intrede. Dat is prima, ik vind transparantie ook heel belangrijk, maar zorg heeft toch vooral te maken met aandacht voor mensen. En ik vraag me af of de aandacht en de warmte die in deze sector zo van belang is, wel in goede handen is bij zakelijke managers.''

Van parttime werken hadden de diakonessen nog nooit gehoord. En terwijl dat nu 'op de werkvloer' gemeengoed is, is dat in het management nog altijd not done. ,,Daar moeten we misschien maar eens vanaf'', zegt Lapidaire. Al geeft dat, en nu spreek ze even als de directeur zelve, enorme organisatorische toestanden.

Ze wil zich niet opstellen als een queen bee. Zo'n vrouw die, wanneer ze eenmaal bazin van de bijenkorf is, van mening is dat alle vrouwen de top kunnen bereiken en niet moeten 'zeuren'. Haar, de bijenkoningin, is dat immers ook gelukt. ,,Voorheen'', bekent Lapidaire, ,,wilde ik niet op mijn vrouw-zijn worden aangesproken. Maar nu ik in die directeurspositie zit, vind ik het goed om me in de discussie te mengen. Want dit is een treurige zaak.''

,,Bij medisch specialisten ziet het probleem er weer anders uit: sinds het aantal vrouwen in de opleiding toeneemt, blijkt het aantal mannen te dalen. En daarmee ook de status van het vak. Als Aletta Jacobs zou weten dat dit alles nu nog voorkomt, zou ze zich omdraaien in haar graf.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden