Review

Vrouwen zonder vrees of blaam integreren seks

De film 'Baise-moi' van Virginie Despentes veroorzaakte in Frankrijk grote opschudding, vanwege de hoeveelheid echte seks gecombineerd met extreem geweld. Er verschijnen de laatste jaren meer artistieke films die vanwege de integratie van pornografische scènes de tongen losmaken. Nieuw is met name de onverbloemde naaktheid van de mannelijke acteurs. Maar willen we al dat bloot wel zo bloot zien?

In juli verbande de Franse cultuurminister Catherine Tasca, onder druk van een rechtse groepering die de familiewaarden wil bewaken, de film 'Baise-moi' van Virginie Despentes uit de reguliere bioscopen naar de porno-theaters. Wegens vergaande obsceniteit en geweldadigheid. Terwijl het enige filmgenre dat werkelijk door video en televisie van het grote scherm is gedrongen wel een geruchtmakende film in de achteraftheaters zou kunnen gebruiken, is een X-stempel niet wat de 31-jarige regisseuse voor ogen had. Despentes zocht voor haar film assistentie van porno-regisseuse Coralie Trinh Thi en huurde voor de hoofdrollen porno-actrices (inmiddels ex-porno-actrices), maar haar film acht ze geen pornofilm.

De schrijfster/regisseuse plaatst zich in de traditie van gerespecteerde gewelddadige mannenfilms, met inspiratiebronnen als Tarantino's 'Reservoir dogs', Abel Ferrara, en William Friedkin, en haar film noemt zij een feministisch manifest. Met deze rauwe, lelijke, opwindende versie van 'Thelma and Louise' wil ze vrouwen de lichamen teruggeven die hen zijn ontnomen. En dus wordt er echt geneukt, gepijpt, gehijgd, geduwd en gemoord in dit universum van roze/rood vlees, schaamhaar, bloed en immense erecties. Dit alles ter verhoging van de adrenaline en ter vermijding van gehoorzaamheid, onderwerping en verveling. De porno-actrices werden ingehuurd omdat Despentes het belangrijk vond dat in deze eerste film waarin je vrouwen echt zag neuken, je het ook echt zou zien.

Het onvolmaakte, af en toe houterig geacteerde maar ook indringende 'Baise-moi' roept alleen al sympathie op vanwege het lef van de maaksters, maar hoewel uniek komt de film niet uit de blauwe lucht vallen. Dat de grenzen tussen hoge kunst en ranzige pulp niet meer zo gemakkelijk te leggen zijn is een fenomeen dat tenslotte al jaren aan de gang is, en niet alleen in de cinema. Ooit was het simpel. Je had de tranentrekkers, griezelfilms en seksfilms die zich direct op het lichaam richtten, en je had de Echte Kunst die opriep tot reflectie. Inmiddels is de kruisbestuiving een feit en porno lijkt nu het laatste fysieke genre te zijn dat de oversteek waagt naar de artistieke traditie. Echte seks was vorig jaar al te zien in 'Shabondama elegy' van Ian Kerkhof, in 'La vie de Jésus' van Bruno Dumont, in 'Pola X' van Leon Carax en valt binnenkort ook te bekijken in 'Romance' van Catherine Breillat en in 'Lies' van de Koreaan Jang Sun-Woo. De geile golf, zo noemde Vrij Nederland onlangs dit fenomeen, om vervolgens te constateren dat er niets nieuws onder de zon was, omdat porno al zo oud is als de cinema zelf.

Maar daarmee doet het blad de provocatieve filmmakers onrecht, want er is zeker aardig wat nieuws te zien in de genoemde films. Alleen die erecties al. Ooit schreef Freud over de penisnijd en dat bij de eerste aanblik van het mannelijk geslachtsdeel het meisje meteen wist dat dát was wat zij niet had en zij wel wilde hebben. Voor een zo verkieslijk lichaamsdeel is de penis echter opvallend lang onzichtbaar gebleven in onze visueel ingestelde cultuur. Zo wachtte een paar jaar terug het grote publiek van de succesfilm 'The full monty' nog vergeefs op the full monty. Op het cruciale moment, als de strippende mannen de tanga-slip van zich afgooien, zwiert de camera naar achteren en zijn alleen hun billen te zien. Hoe de rest eruitziet moeten we afleiden uit gegrimas, gekrijs en gelach van de zaal vol vrouwelijke fans.

Op dezelfde manier ging ook regisseur Paul Thomas Anderson te werk in 'Boogie nights', zijn humoristische, nostalgische portret van de bloeiperiode van de vrolijke porno uit de jaren '70. Mark Wahlberg speelt in die film Dirk Diggler, groot pornoster, en moet de hele film te pas en te onpas ontbloten waar hij zo beroemd mee geworden is. Hét krijgen we zo nooit te zien, maar wel steeds de bewonderende reacties van zijn publiek. En wanneer helemaal op het einde dan toch de onthulling plaats vindt, snijdt de camera zijn hoofd er af, en kunnen we het ontblote geslachtsdeel niet meer koppelen aan Mark Wahlberg.

Achteraf kun je deze amusante mainstream-films als voorbodes zien van het fenomeen dat zich nu in de meer serieuze artistieke film voordoet. De man laat zich zien in al zijn naakte gedaantes. En dat is knap. Want terwijl een actrice nog de Stanislavski-methode kan loslaten op orgasmes en andere vormen van opwinding (denk aan 'When Harry met Sally') wacht de acteur in het verbeelden van echte seks toch op zijn minst een sportieve prestatie.

Dat het twee vrouwen zijn die de meest spraakmakende films maakten in deze golf van echte seksfilms is niet toevallig. Zowel Catherine Breillat, regisseur van 'Romance', en Virginie Despentes van 'Baise-moi' zijn niet alleen filmmaaksters maar ook schrijfsters. Beiden baseerden hun eerste film op een eerder gepubliceerde roman die bij publicatie ook al tumult teweegbracht wegens klare taal en onverbloemde seksscènes. Breillats verfilming van haar in 1974 uitgegeven roman 'Le Soupirail', getiteld 'Une vraie jeune fille', was een experimentele low-budgetfilm waarin ze geheel in de ik-vorm de seksuele onzekerheden en angsten van een jong meisje registreert. De film is na het rumoer rond haar laatste film 'Romance' in Frankrijk, nu, 25 jaar na dato, opnieuw uitgebracht.

Als verkensters van vaak verboden seksuele fantasieën en verlangens plaatsen deze twee vrouwen zich in een literaire pornografische traditie waar ook controversiële teksten als het sadomasochistische 'L'histoire d'O' van Pauline Réage, of de postmoderne romans van Kathy Acker toe behoren. De taal is abstracter dan de cinema en dus is in literatuur al langer meer mogelijk.

Dat deze regisseurs nu met hun provocatieve werk in de film niet iedereen te vriend houden, moge duidelijk zijn. De vraag is ook of we blij moeten zijn met deze onverbloemdheid in de cinema. Willen we dit allemaal wel zien? Toen in 1997 het Rotterdamse Filmfestival op de cover van de Dagkrant een pornofoto van Andres Serrano plaatste, wond de avant-gardistische Georgische regisseur Otar Iosseliani zich hier hevig over op. Wanneer je alle stront van de wereld vreet die pretendeert kunst te zijn dan verdwijnen alle normen!, aldus Iosseliani. Met porno viel geen kunst te maken, zo meende hij.

Dat zulke simpele scheidslijnen echter steeds moeilijker te trekken zijn, en dat je dat ook als een verworvenheid kunt zien, bewijzen filmmaaksters als Breillat en Despentes echter wel degelijk. Niet omdat hun films meesterwerken zijn, want dat zijn het niet. De film van Breillat is steriel en bedacht en wat irritant vanwege de traditioneel languissante vrouwelijke hoofdpersoon die diep lijdt onder haar zucht naar seks, en zich dan maar in een sadomasochistische verhouding werpt. Voorzover de twee zeer verschillende films met elkaar te vergelijken zijn, ging mijn voorkeur ook uit naar 'Baise-moi': rauw en ranzig, echt, vreemd, hysterisch. Seks en geweld in 'Baise-moi' verbazen eerder dan dat ze zinnestrelen of bedreigen, en roepen, vreemd genoeg, vooral bewondering op. Hier zie je vrouwen zonder vrees of blaam, voor en achter de camera. En, om Iosseliani te weerspreken, hoewel beide films zijn opgebouwd uit pornografische beelden zijn geen van beide pornofilms in de oude, opgeilende zin van het woord. Niet dat ze niet zo bekeken kunnen worden, vast wel, maar lust is geen Pavlov-reactie, net zomin als dat obsceniteit of ranzigheid eenduidig aan een beeld zit vastgeklonken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden