Vrouwen tussen discipline en kadavers

UTRECHT - Op verzoek van Spring Dance Festival en Tamas Juronics, de enthousiaste leider van het jonge Hongaarse Kortars Ballet, verbleef Piet Rogie enkele weken in Szeged, de Hongaarse paprikastad. Hij maakte er een kwintet voor de danseressen, die zo graag verlost willen worden van hun ballet-en-sierturn-verleden. Rogie liet daartoe zijn keuze vallen op muziek van John Cage ('The Four Walls'), en niet zonder humor noemde hij zijn excursie 'Tracks'.

De vijf vrouwen in Szeged hebben het zwaar, zo erkent hij, dus mochten zij zich op het thema ongenaakbare vrouw uitleven. Het afgelopen weekeinde werd het resultaat in het Utrechtse Akademie theater gepresenteerd.

Helaas. Het Hongaarse antwoord op Rogie's vragen was teleurstellend saai. Ik vermoed dat hij zijn bedoelingen niet kon uitleggen, want danstechnisch hebben zij zeker veel in huis. Dat Rogie struikelde is hem niet kwalijk te nemen. De route die de dans in de Lage Landen bij zee in de afgelopen twintig jaar aflegde, werd bestookt door Childs, Cunningham, Bausch, Butoh en nog veel meer geschut dat aan de Hongaren voorbij moest gaan. In hun poging dat gemis te overbruggen, moeten zij nu met zevenmijls laarzen springen, met gevolg dat zij uit hun balletdiscipline met kitscherig edelturnen in een ander expressionistisch extremisme doorschieten. Wilden, konden of durfden zij zich (nog) niet van hun historische Balkan-ballast ontdoen? Het resultaat was dramatisch oninteressant geploeter, met veel gespierde balletbenen en binnenstebuiten gekeerde rek- en strekposes. Ieder kreeg haar beurt, maar bij gebrek aan karaktervolle verscheidenheid boeide dat weinig.

Toeval wil dat terwijl Rogie in Szeged stuk liep op vijf door ballet gedisciplineerde vrouwen, de Hongaarse maar al sinds 1964 in Nederland werkzame Kristina de Châtel ook met vijf danseressen aan de slag ging in Amsterdam. De in 1978 begonnen cirkel is daarmee rond, want toen lanceerde zij haar dansgroep, ook met vijf vrouwen, in 'Lines'. Nu, na zovele strak en streng beleden produkties, waarin De Châtel beweging, beeldende kunst en klank aan haar felle temperament en ferme geloof in tegenstellingen paarde, maakte zij haar 'Vanitas'. Zij koos voor de beslist niet loze 'Goldberg Variaties' van Bach (versie Glenn Gould) en werkte opnieuw met beeldend kunstenaar Conrad van de Ven voor het toneelbeeld. 'Vanitas' is de Latijnse term voor leegheid en vergankelijkheid, dus des duivels oorkussen. In de 17de eeuwse schilderkunst werd het woord gebruikt voor de stillevens die in hun geperfectioneerde praalzucht aan de dood herinneren door de afbeelding van een schedel, zandloper of beenderen. Het is die perfecte loosheid van gedisciplineerd leven versus de dood die De Châtel opspoort en meedogenloos humaan afschildert. Hoe vaak kreeg zij niet het etiket een die-hard te zijn, met een nietsontziend beroep op het uithoudingsvermogen van haar dansers en haar publiek. Duitsers hebben daar de akelige term Kadaverdisziplin voor. In haar stil-leven op het danspodium liet Van der Ven maar liefst vijf uitgeholde, leeg gebloede koeienkadavers ter linkerzijde aan vleeshaken bungelen. Vijf danseressen in simpel grijze stretchjurken en op zwartleren bergstappers staan er stil en moedeloos bij, in een verder geheel open toneel, slechts van boven beschenen. De vrouwen zijn in dit slachthuis gekooid door de schaduwwerking op de grond van een woud van toneeltrekkers en stalen lichtkabels in de open theaternok. Rechts staan twee zwarte geluidsboxen, als slachtbank. De zwaaiende trekkers boven hun hoofden laten zich snel met de snaren van een vleugel vergelijken.

Kan de beeldspraak-boodschap duidelijker? Zeventig minuten lang beproeven de vijf vrouwen hun innerlijke strijdbaarheid in hun haat-liefde jegens hun lotsverbondenheid. Komen wij - onverlosbaar als we zijn - niet allen zo te hangen? (dat gedoe met gekke koeien is natuurlijk een vervelende stoorzender.) Subliem benut De Châtel, zoals alleen zij dat kan, de opening in stilte om de vijf vrouwen heel langzaam in gesidder en ticks uit hun verdoving te laten ontwaken.

Persoonlijke uitvluchten worden binnen dit vijftal niet gedoogd, ook al moeten zij elk hun eigen variant vinden om zich met de kadavers te verzoenen. Alles is vanitas: er kan dus zelfs abrupt in de 'Goldberg Variaties' gesneden worden. Keizerin De Châtel re(a)geert echter niet bij gratie van Kadaverdisziplin, maar juist door de paradox van onbarmhartige humaniteit te tonen. Vijf levende vrouwen, met Anne Affourtit en Ann van den Broeck als blikvangsters, moeten zich neerleggen bij hun lot en doen dat...

Zij erkennen dat zij er alleen voor staan en die klus zonder uitweg alleen in te delen smart en vastberadenheid kunnen klaren. Tesamen en toch ieder voor zich hebben zij zich als klossende, knielende, kruipende kuddebeesten met hun lot te verenigen. Nog nooit verliet De Châtel zich zo openlijk op allegorieën in beweging. Vul zelf maar in, zegt zij nu, meer dan ooit. De weg van 'Lines' naar 'Vanitas' is indrukwekkend en loopt van onverbiddelijk beroep naar een oproep tot verzoening. Haar vijfvoudige smeekbede is even erbarmelijk als om erbarmen vragend.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden