’Vrouwen moesten de gevolgen dragen’

O.W. Dubois (1943), boekverkoper in ruste.

’Mijn onderwerp, de Heldringstichtingen in Zetten, lag heel natuurlijk in het verlengde van het boek ’Een vriendschap in Réveilkring’ waarop ik in 1997 promoveerde. Dat ging over de briefwisseling tussen Isaäc da Costa en Willem de Clercq, twee hoofdfiguren van het Nederlandse Reveil. Dat was een godsdienstige en maatschappelijke opwekkingsbeweging in de negentiende eeuw, waarmee ik me verwant voel.

Ik bleef me met het Reveil bezighouden, en toen ik een werkje over Heldring in handen kreeg, wist ik waarover het volgende boek moest gaan. Na 1845 kwam het romantische Reveil in praktisch vaarwater. De aanhangers wilden goede werken verrichten.

Pakweg tweehonderd christenen uit hogere kringen kwamen in een pand aan het Rusland in Amsterdam regelmatig bij elkaar. Dat werd bekend als de vergaderingen van de Christelijke Vrienden. Zij vonden dat ze zich, als zij Christus werkelijk wilden navolgen, eveneens ’moesten bekommeren om de minste van Mijn broeders’.

Ottho Gerhard Heldring stond min of meer aan de wieg van deze beweging. Vanaf het moment dat hij in 1827 predikant werd in Hemmen zette hij zich in voor de bestrijding van de armoede. De directe aanleiding voor Heldring om een opvanghuis voor prostituees te beginnen was een bezoek aan een gevangenis in Gouda. Hij zag daar hoe meisjes en vrouwen werden geronseld door bordeelhoudsters. Dat schokte hem diep. Hij ontdekte dat die meisjes in hun situatie geen keuze hadden. Hij wilde iets doen voor de ’verloren dochters van ons volk’.

Heldring stichtte in 1847 het asiel Steenbeek, bedoeld voor prostituees die een menswaardiger bestaan wilden. In Steenbeek kregen ze de kans om een tweejarige opleiding tot dienstbode te volgen. Dat had succes. Daarna ontstond in Zetten een complex van tehuizen waar ook verwaarloosde meisjes terechtkonden. Uiteindelijk kwam er een driejarige hbs, een kweekschool en een landbouwhuishoudschool. Na 1945 kreeg de stichting een zakelijker karakter.

Wat Heldring en de anderen uit het Reveil deden was uitgesproken revolutionair. Het was een tegenbeweging. Zij roeiden op tegen de stroom van een zelfgenoegzame liberale samenleving. Ook orthodoxe christenen keken er vreemd tegenaan. Zij waren niet tegen liefdadigheid, o nee. Zij gaven veel aan goede doelen en het wemelde van filantropische instellingen. Maar om je persoonlijk en pro deo in te zetten voor zwakkeren, dat vonden zij te ver gaan.

Wat me tijdens het schrijven onder meer opviel was de dubbele seksuele moraal in die negentiende eeuw. De man was veel toegestaan, ging altijd vrijuit, terwijl vrouwen de gevolgen moesten dragen en buiten de samenleving kwamen te staan. Heldrings opvolger Pierson verzette zich daartegen. Er stak een storm van protest op toen hij een huis voor ongehuwde moeders opende. Daarmee wekte je volgens de tegenstanders toch de zonde in de hand. Dat veranderde toen duidelijk werd welk zegenrijk werk daar werd verricht.

Ik vind het fijn dat het u is opgevallen dat ik veel bewondering heb voor Heldring en zijn opvolger H. Pierson, evenals voor de directrices en de leidsters van de tehuizen. Het waren mannen en vrouwen van groot formaat, gedreven door het ideaal van de reddende liefde. Ik zou het moeilijk vinden om iets negatiefs over hen te schrijven.

Het ging hun niet alleen om bekering. Zij wilden de vrouwen ook een gewoon maatschappelijk leven geven. Dat vind ik het fascinerende. Zij wilden prostituees leiden tot Christus én een beter bestaan bieden. Dat was een twee-eenheid.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden