Vrouwen met een eigen wil

Gekwelde freules in en uit de pas met de tijd

De zussen Cécile en Elsa de Jong van Beek en Donk, geboren in 1866 en 1868, genoten een voor die tijd moderne en progressieve opvoeding in een aristocratengezin in Brabant. Dat leverde vrouwen met een sterke eigen wil op. De term 'strijdbare freules' uit de titel van hun onlangs verschenen biografie is passend.

Maar het had net zo goed 'verscheurde freules' kunnen zijn, want de beschermde omgeving van hun jeugd had ook haar nadelen. De zussen werden groot op een elitair eiland in een samenleving met totaal andere ideeën. Cécile zou later terugkijkend constateren dat hun vader zijn dochters had 'omvangen in een sfeer van onkunde'. Kwetsbare en hooghartige wezens, 'misvormd' bovendien, had hij van hen gemaakt. "Wat een droeve, vervelende, afgesloten jeugd hebben wij gehad. O! hoe heb ik mijne onwetendheid van de wereld dikwijls wreed betreurd toen ik bij mijn huwelijk, ineens in een uiterst gecompliceerde donkere wereld stond, waarvan ik eerst niets begreep, en welks raadselen ik eerst langzaam kon onderscheiden. Het is niet goed jonge menschen achter hooge muren op te voeden."

'Cécile en Elsa, strijdbare freules. Een biografie' van Elisabeth Leijnse, hoogleraar letterkunde aan de universiteit van Namen, komt met een beschrijving van de jeugd van de zussen wat kabbelend op gang. Daarna volgen enerverender hoofdstukken. Na het huwelijk van Cécile met de vermogende Haagse projectontwikkelaar Adriaan Goekoop en van Elsa met de componist Alphons Diepenbrock wordt tweestrijd een terugkerend thema: tussen de zussen, binnen hun relaties, binnen de vrouwen zelf.

Film- en tv-makers die speuren naar een goed kostuumdrama, zoek niet langer! In de levens van Cécile en Elsa zit genoeg stof voor uren aan onderhoudende beelden. Zo waren er de spanningen van 'twee geloven op een kussen' en een huwelijk dat lang ongeconsummeerd bleef vanwege een verregaand moedercomplex. Er kwamen liaisons en wraakliaisons en de mannen worstelden met de progressieve ideeën van hun echtgenotes.

Elsa was nog erg dienstbaar aan Diepenbrock. Cécile schreef als eega van Goekoop de in 1897 verschenen feministische roman 'Hilda van Suylenburgh' en was een jaar later voortrekker van de Nationale Tentoontstelling van Vrouwenarbeid. Als haar man zich niet al zelf een beetje een bijwagen begon te voelen, dan was het wel de buitenwereld die hem zo afschilderde. Doordat Goekoop vreesde dat ze allebei aan elkaar te gronde zouden gaan nam hij kort na haar successen het besluit tot een echtscheiding: "Je bent door 'Hilda' te schrijven en door de tentoonstelling eigenlijk een persoon op je zelve geworden." Goekoop kon er niet mee omgaan.

Bij alle verwikkelingen blijft de complexe relatie tussen de twee zussen een rode draad. De innige relatie uit hun jonge jaren liep later deuken en krassen op. Het ongemak tussen een dominante oudere en een stilaan mondigere zus stak soms de kop op. De twee waren het oneens over persoonlijke en politieke keuzes, waardoor het contact soms op een laag pitje kwam te staan. Ondertussen schuurde de financiële band: Cécile onderhield met geld van Goekoop, voor en na hun huwelijk, voor een belangrijk deel Elsa en haar componerende echtgenoot.

Dat de lezer heel erg diep in de levens en zielen van Cecile en Elsa kan kijken, is te danken aan de enorme hoeveelheid brieven- en dagboekenmateriaal die de vrouwen en hun omgeving nalieten. De auteur had misschien een iets scherpere keuze kunnen maken uit die heerlijke overdaad. Dat had deze biografie nog wat meer vaart gegeven. Maar ook nu blijft dit kloeke boek de lezer wel boeien tot het einde. Na de tamelijk rimpelloze jeugd is er bij beide vrouwen later vrijwel altijd wel iets aan de hand.

Een aardige vondst van Leijnse is de wisseling van perspectief tot twee keer toe. Bij de jonge jaren beschrijft ze de wederwaardigheden van beide zussen. In het tweede deel staat Cécile centraal, in het derde Elsa, terwijl we ondertussen ook meekrijgen hoe het de ander vergaat. Het is passend: bij Cécile, overleden in 1944, is de tweede helft van haar leven wat minder tumultueus, bij Elsa, gestorven in 1939, is de eerste helft wat rustiger.

Leijnse is inmiddels al bezig met het beschrijven van een volgend bewogen leven, dat van de Belgische schrijver Maurice Maeterlinck. In 1911 won hij de Nobelprijs voor literatuur, waarmee hij vooralsnog de enige in de Lage Landen is wie ooit die eer ten deel viel.

Elisabeth Leijnse: Cécile en Elsa, strijdbare freules. Een biografie De Geus; 640 blz. euro 29,95

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden