VROUWEN IN DE RUSSISCHE LITERATUUR

Valeria Narbikova, 'Eros is een Rus', vert. Arjen Uijterlinde en Jos Vonhoff; Tatjana Tolstaja, 'Slaapwandelaar in de mist', vert. Anne Stoffel; Vikgoria Tokareva, 'Mara, een Russische femme fatale', vert. Erica Engels; alle drie in de serie 'Moderne Russische schrijfsters', uitg. Wereldbibliotheek, Amsterdam 1992, resp. 34,50, 24,50 en 24,50. 'Sjamara. Zeven vrouwen schrijven over het leven in het moderne Rusland', samenst. Larisa Vanejeva; Larisa Vanejeva, 'De kubus uit'; beide vert. Arie van der Ent, uitg. Arena, Amsterdam 1992, resp. 44,50 en 34,50.

ANTOINE VERBIJ

"De vrouw zit in de keuken te schrijven: 'We mogen niet mopperen - we leven in een schitterende tijd . . .'."

Een bedrieglijk eenvoudige en eenduidige zin. Maar hij is een notedop waarin een heel leven past. De vrouw is een hedendaagse Russische schrijfster. Bij de keuken moet men zich een groezelige Russische woonkeuken in een grauw flatgebouw voorstellen, het aanrecht en de vloer bezaaid met etensresten, lege flessen en vuile vaat. Maar de vrouw bekommert zich er niet om, zij heeft een plek vrijgemaakt op het vettige tafeltje met het plakkerige zeiltje, heeft er haar schrijfblok op opengevlijd en schrijft: "We mogen niet mopperen."

Inderdaad, mopperen mag niet, dat kun je beter laten, dat heeft geen zin, er luistert toch niemand. Nee, je kunt beter schrijven, wegduiken in de taal, de treurnis van het dagelijks leven, de afwas, de boodschappen vergeten. De frustraties op het werk, de teleurstellingen in de liefde, het doet er allemaal even niet toe. Gewoon schrijven, over dat wat niet is: "We leven in een schitterende tijd . . ."

Het is een van de eerste zinnen in de bundel 'Sjamara', waarin verhalen van zeven Russische schrijfsters zijn verzameld. Die bundel staat niet alleen. Vijf boeken met werk van hedendaagse Russische schrijfsters zijn er dit jaar al in vertaling verschenen. Niet allemaal met even veel recht, want rijp en groen door elkaar, maar wel allemaal met dezelfde ingredienten: het loodzware leven van alledag en de vertwijfelde pogingen van vrouwen daarin het hoofd boven water te houden.

Door te schrijven bij voorbeeld. Het is opvallend in hoeveel verhalen de schrijfster zichzelf al schrijvend opvoert. En telkens lees je daarin de kennelijke drang die de vrouwen hebben om het schrijven voor zichzelf te rechtvaardigen. Schrijven is voor hen niet vanzelfsprekend, schrijven is plichtsverzuim, schrijven is het missen van levenskansen.

Dus schrijven ze over gemiste levenskansen. Een ijzeren logica. Want als ze die kansen niet hadden gemist, zouden ze niet schrijven. Als ze een vervuld leven hadden gehad, man, werk, kinderen, zouden ze de drang niet voelen.

Neem Viktoria Tokareva. In haar verhaal 'Mara' zegt de vertelster over haar huwelijk: "In tien jaar was onze liefde vermoeid en gewoon geworden alsof ze werkplunje had aangetrokken." Daarom schrijft ze over Mara, een wispelturige vrouw, die er nochtans in slaagt het leven en de liefde naar haar hand te zetten. Dat roept bij de vertelster een mengeling van ergernis en bewondering op. "Ze maakte in mij het verlangen los naar een noodlottige hartstocht, naar de hete adem van het leven." Maar verder dan Mara's leven te beschrijven komt ze niet, ze volhardt in haar risicoloze levenswijze. Leven en liefhebben, dat doet Mara, en Tokareva stelt het slechts in gevoelvolle Libelle-stijl te boek.

Of neem Jelena Tarasova in de 'Sjamara'bundel. Ze bakt een taart, want ze is drieendertig jaar geworden. Onderwijl schrijft ze - in de keuken, waar anders - het verhaal van haar verspilde leven. In de derde persoon, om het schrijnen te verzachten. Hoe 'ze' vraatzuchtig, ziekelijk en lelijk werd. En gek. En hoe ondertussen haar taart verbrandt. "Ze had een grote, dikke blaar op haar hand. Ze bleef de hele dag in de keuken zitten, zonder het licht aan te doen. Er kwam niemand. En haar taart was verbrand." Dat is erg, onverdraaglijk erg. Maar het ergste volgt in de laatste twee zinnen: "En die vrouw die ben ik. Ik ben zonder wrok."

Wie schrijft, kent geen wrok. Dat lijkt het motto van de Russische schrijfsters te zijn. Hoe treurniswekkend het leven ook mag zijn, eenmaal omgezet in taal verkrijgt het een troostende schoonheid die omzien in wrok overbodig maakt. Schrijven is berusten, de misere van het leven als onvermijdelijk aanvaarden, als het hoogstpersoonlijke noodlot, het eigen kruis. Nee, het is niet de maatschappij die hun het leven vergalt, niet de opvoeding, niet de politiek. De miserabele levensomstandigheden in Rusland worden gelaten geaccepteerd, net als het weer. Een mislukte samenleving als passend decor voor mislukte levens.

Ook - of zelfs - de mannen zijn niet echt de oorzaak van de vrouwelijke ellende. Het zijn natuurlijk allemaal monsters, mislukkingen en minkukels. Maar daar kunnen ze niets aan doen, hun treft geen schuld.

"De man is sterk. Hij is knap, lang, zwierig. Hij heeft zwarte ogen en een verzengende mond. Je raakt de kluts kwijt van een man" , schrijft Nina Sadoer in de 'Sjamara'-bundel. "Maar een man kan geen geluk geven, zo zit hij in elkaar." Dus lopen alle pogingen tot liefde op niets uit. En toch proberen de vrouwen in de verhalen het iedere keer weer opnieuw. Want hoe vlerkachtig ze zich ook gedragen, voor de vrouwen blijven de mannen de meest tastbare belofte van geluk. En geluk is waar ze met heel hun ziel naar verlangen. Niet naar macht, roem en heldendom, nee, gewoon geluk.

"Nina was een prachtige, gewone vrouw, arts van beroep, en ze had ontegenzeglijk net als iedereen haar recht op persoonlijk geluk verdiend" , luidt de karakteristieke opening van een verhaal in de jongste bundel van Tatjana Tolstaja, de bekendste onder de nieuwe Russische schrijfsters. En de beste, getuige ook de weergaloze uitleg van wat Nina onder geluk verstaat:

"een dwaze, krankzinnige liefde, met huilbuien, bossen bloemen, middernachtelijk wachten op telefoontjes, achtervolgingen in taxi's, noodlottige hindernissen, ontrouw en vergeving, u weet wel, een hartstocht zo beestachtig - zwarte winderige nacht met vuren - dat men de hand niet omdraait voor de klassieke vrouwelijke Werken - zeven paar ijzeren laarzen verslijten, zeven ijzeren staven breken, zeven ijzeren broden eten, om als beloning het hoogste geschenk te krijgen, geen gouden roos, geen wit voetstuk, maar een afgebrande lucifer of een verfrommeld buskaartje, kortom een kruimeltje van de feesttafel waar de stralende koning, de uitverkorene, heeft zitten eten."

Een kruimel, daar doen de vrouwen het voor. Een nacht hartstocht. En vervolgens hooguit nog een twijfelachtige periode van halfhartige liefde, jaloerse duw- en trekpartijen en onvermijdelijk verraad, waarna ze weinig anders kunnen dan vaststellen dat het toch nooit meer zo zal worden als die ene keer.

Maar die ene keer, dat was me dan ook wat. Want als het er eenmaal van komt, kunnen de vrouwen in de verhalen met heel hun hart en lijf liefhebben. En anders dan hun voorgangsters uit de preutse dagen van het stalinisme preutsheid beschikt de jongste generatie schrijfsters over een rijk erotisch idioom. Nee, niet pornografisch. Voor de liefdesdaad en de betrokken lichaamsdelen putten ze niet uit de bestaande voorraad drie-, vier- of vijfletterige woorden. Dus geen zinnen als: "Hij kreeg een stijve" , maar in plaats daarvan: "Ze was gek genoeg verbaasd toen ze bij haar dijen een oude bekende zag - het oude vertrouwde kopje weer, hallo!"

Het rijkste erotische idioom is te vinden in 'Eros is een Rus' van Valeria Narbikova. Maar daarmee verdient dat boek nog niet de kwalificatie 'erotische roman' die de uitgever er, te zamen met een blote rode dame, ter stimulering van de verkoop heeft opgeplakt.

Narbikova schrijft een kruiend proza, de verschillende lagen van het verhaal, en dat zijn er nogal wat, schuiven voortdurend in en over elkaar heen. Daardoor is niets wat het is. Seks is geen seks, maar een metafoor voor taal. Taal is geen taal, maar een metafoor voor het leven. Leven is geen leven, maar een metafoor voor de letteren. "De Russische literatuur is een ding, het Russische leven een fenomeen, zal ik u zeggen waarom? Omdat bij de Russen en bij hen alleen de literatuur met het leven vermengd is tot activum en passivum, met de schrijvers altijd als activum en de vrouwelijke helden altijd als passivum." Boeiend proza, zonder meer. een prikkeling voor de hersenen, maar niet voor de lagere organen.

Narbikova lost het leven op in de taal. Ze maakt van het leven een taalspel, van de liefde een serie cerebrale standjes. Dat is natuurlijk ook een manier om de moerassige treurnis van het Russische bestaan te ontvluchten. Maar wel een zonder een weg terug. Terwijl die weg terug er wel is voor schrijfsters voor wie niet de taal maar het schrijven zelf, het schrijven als handeling de uitwijkhaven is. Zittend aan de keukentafel, de boel de boel latend, en het leven op zijn beloop. Zo laat Larisa Vanejeva het haar heldin doen, ook al is het misschien niet het beste.

Vanejeva's heldin is een schrijfster in crisis. Maar ook een vrouw met - om het nog eens in Tolstaja's woorden te zeggen - 'een recht op persoonlijk geluk'. Ze krijgt haar kruimel, in de persoon van 'dhr. A.', een toevallig opgedane en schoorvoetend toegelaten liefde, die ze echter al spoedig weer van zich wegduwt, als een lastige broodkruimel wegveegt uit haar bed:

"'s Morgens zei ze teder, zonder wakker te worden en zonder haar ogen open te doen: De rest van mijn leven leef ik in ascese. Dhr. A. dacht dat hij het verkeerd verstaan had. Ze zei het nog eens, woord voor woord. En dhr. A. loste op in de blauwe ochtendschemer. Voorgoed."

Ook hier: geen wrok, geen verwijten, geen afkeer. Maar wel iets anders, iets dat ook nieuw mag heten in de jongste Russische letteren: God. Vanejeva's heldin is, meer nog dan een schrijfster, een godzoekster. Ze bidt, ze mediteert, ze doet aan yoga. En dat alles om de gevaarvolle spelonken van het leven en de liefde te omzeilen en een veilige voordeur naar het geluk te vinden. "Religie is ongetwijfeld opium voor het volk dat niets anders wil dan een beetje geluk, of niet?" stelt ze met enige ironie vast. Maar ze meent het. Wanneer niet alleen het leven en de liefde mislukken maar ook het schrijven, is er altijd nog God.

Maar voorlopig schrijft Vanejeva nog. Aan die eeuwige keukentafel.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden