Vrouwen houden de literatuur in stand

Ze schreef de succesvolle biografie van M. Vasalis en is hoogleraar genderstudies in Maastricht. Maaike Meijer over literatuur, vrouwen en ¿ voor het eerst ¿ over haar vete met de dichteres Neeltje Maria Min.

Ze heeft een hectische tijd achter de rug. Onlangs nam neerlandica Maaike Meijer officieel afscheid als directeur van het Centrum voor Gender en Diversiteit aan de Universiteit Maastricht; ook het leiderschap van de onderzoeksgroep Arts, media and culture legde ze neer. Ze blijft alleen aan als hoogleraar genderstudies - in deeltijd welteverstaan. "Het is een demotie", zegt ze, "die ik zelf als promotie ervaar."

Waarom ze de stap zette? Naar eigen zeggen had ze het lang genoeg gedaan, waren er 'goede opvolgers' en kreeg ze moeite met 'de steeds hogere eisen'. "Als talentvolle jonge wetenschappers nu geen onderzoeksgeld werven komen ze niet verder, en er is steeds minder geld. Aanvragen schrijven, veel in het Engels en peer reviewed publiceren - het is naast een zware onderwijsbaan haast niet te doen." Bovendien wilde ze meer tijd voor haar twaalf promovendi én voor haar eigen boeken. Ze is, zegt ze, niet de enige die worstelt met het academische klimaat. "Maar er zijn er niet zoveel die hun machtspositie opgeven. Mannen doen het zelden. Mensen denken ook meteen dat je ophoudt met werken." Lachend: "Dat zal nóóit gebeuren."

Naast haar universitaire taken werkte Meijer zeven jaar lang aan de biografie van dichteres M. Vasalis, pseudoniem van psychiater Margaretha Droogleever Fortuyn-Leenmans (1909-1998). Het vuistdikke boek beleefde sinds de verschijning in februari 2011 herdruk op herdruk - tot blijde verrassing van auteur én uitgever. Twintigduizend exemplaren zijn er inmiddels van verkocht, een ongekend succes. Ook stond het boek op de shortlist voor de tweejaarlijkse Erik Hazelhoff Roelfzemaprijs.

Lezers, zegt Meijer, reageerden zonder uitzondering enthousiast. "Mensen zijn onder de indruk van de sfeer die uit het boek spreekt, van Vasalis' mentaliteit, haar worstelingen ook. Ik hoor vaak: ik heb drie weken in Vasalis gezeten." In de kritiek daarentegen klonken ook morrende geluiden. Hier en daar werd de auteur kwalijk genomen dat ze bijna negenhonderd pagina's nodig had om Vasalis neer te zetten. "Ik vind dat zó ontzettend kinderachtig", zegt ze. "Als het je verveelt, sla je toch een hoofdstuk over? Daar is het boek op gebouwd. Het is zo dik omdat ik het werk van Vasalis recht wilde doen. Ik heb nota bene op verzoek van de uitgever nog tweehonderd bladzijden geschrapt ook!"

Uiteraard werd de biografe een veelgevraagd spreker. Het afgelopen jaar heeft ze tientallen lezingen gehouden, 'van Haaksbergen tot Breda'. Meijer: "Ik was verbaasd over de literaire cultuur in Nederland. Kom je in de openbare bibliotheek van Haaksbergen, zitten daar honderdtwintig mensen in de zaal die allemaal houden van Vasalis' poëzie en van wie minstens de helft de biografie al heeft gelezen. In Helmond onlangs, vierhonderd mensen! Daar kun je dan echt ingewikkelde kwesties aan kwijt, hoor."

Zoals?
"Bijvoorbeeld de verhouding tussen leven en werk bij Vasalis. Zij wilde zo antibiografisch schrijven als maar mogelijk is. Ze wilde beyond biography komen, zo dicht mogelijk bij het onpersoonlijke leven: het preverbale, het lichamelijke, dat wat we allemaal kennen en toch zijn verloren. Dus moest ik het hebben over de vragen waarmee zij zich bezighield. Waarom leven we, in die kort spanne tijds in dit ondermaanse? Wat ligt er net over de rand van geboorte en dood? Zijn we daarop aangesloten? In die lezingen probeer ik zelf verder te denken over Vasalis' atheïstische spiritualiteit, om het zo maar te noemen. En dan blijkt dat die mensen in Haaksbergen dat ook erg interessant vinden."

Auteurs hoor je soms klagen dat op zulke lezingen zoveel vrouwen afkomen.
"Tachtig procent bestaat uit vrouwen boven de vijftig. Nou en? Zijn dat geen leuke mensen dan? Vrouwen houden de literatuur in stand, laten we ze daarvoor op onze blote knieën danken." Meijer begrijpt niets van het dedain voor het vrouwelijk publiek. ¿

"Alles wat met vrouwen wordt geassocieerd, wordt als minder beschouwd - of het nu koken, wandelen of lezen is. Pas als mannen dat doen krijgt het waarde, ernst en betekenis. Dat vind ik een zeer problematische culturele reflex."

Als belijdend feministe kon Meijer niet anders dan Vasalis' leven en werk vanuit 'genderperspectief' benaderen. "Maar ik wilde het er niet te dik bovenop leggen. Alleen als het echt relevant was, bijvoorbeeld bij haar keuze voor een mannenpseudoniem. Vasalis voelde intuïtief aan dat ze dat moest doen om serieus genomen te worden." Het heeft de dichteres, zacht gezegd, niet altijd geholpen. "Je ziet toch dat Vasalis' werk dikwijls - eerst door de Vijftigers, later nog door Charlotte Mutsaers - in de hoek is gezet als vrouwenpoëzie. Dus: week gebabbel, kitscherig, sentimenteel, niet vernieuwend, niet avantgardistisch genoeg. Natuurlijk is dat de werking van gender. Dus dat heb ik opgeschreven."

Maar van Vasalis een feministe maken kon Meijer met geen mogelijkheid. "Dat was ze niet. Ze hoeft ook niet op mij te lijken, toch? Ik denk dat Vasalis voor haar generatie vrouwen aan de progressieve kant zat. Ze vond het heel vanzelfsprekend dat ze iets met haar studie medicijnen zou doen. Zij noch haar zus piekerden erover om fulltime huisvrouw te worden. Zodra je trouwde was het immers basta, dat is echt een dilemma geweest. Vasalis heeft zelfs overwogen om samen met haar zus in een groot huis in Haarlem te wonen en daar een praktijk te beginnen. Maar uiteindelijk wilde ze toch gewoon man en kinderen."

Hoe ze reageerde op het feminisme van de jongere generatie kon de biografe nauwkeurig traceren. In 1967 las Vasalis in De Gids het beroemde essay 'Het onbehagen bij de vrouw' van Joke Kool-Smit - nu algemeen beschouwd als de aanzet tot de Tweede Feministische Golf. Het trof haar volgens Meijer 'midscheeps'. "Ze zag het belang er onmiddellijk van in. Alleen heeft Vasalis het moederschap niet als 'een natuurramp' ervaren, zoals Joke Smit het daarin noemde. Zij kon er juist intens van genieten. Ze romantiseerde trouwens wel de tijd dat haar kinderen klein waren. In 1967 was ze vergeten hoe ze er destijds onder leed dat haar uren niet meer van haarzelf waren. Dat knaagde echt aan haar."

De biografe kon vrijelijk beschikken over Vasalis' dagboeken en uitgebreide briefwisselingen. Ze heeft naar eigen zeggen 'geweldig' samengewerkt met de erven, de drie kinderen Droogleever Fortuyn. "Zij hadden duidelijke beelden van hoe de biografie moest worden, ze wilden de regie houden. Tegelijkertijd gaven ze me veel ruimte. Heel bijzonder. We hielden sessies als ik een nieuw hoofdstuk afhad. Nee, dat was niet altijd makkelijk. Maar beide partijen hadden veel geduld. Je hoeft ook niet elk probleem meteen op te lossen."

Voor de kinderen, zegt Meijer, blijft Vasalis gewoon hun moeder. "Die in de keuken in de pot stond te roeren. Maar er zijn dingen die kinderen niet van hun moeder weten. Dat ouders een eigen leven leiden buiten jou om is sowieso lastig te begrijpen. Vasalis heeft een periode doorgemaakt - depressief wil ik het niet noemen, dat is te zwaar. 'Melancholisch' is het woord. Dat was voor de kinderen niet prettig om te lezen. Ze vroegen zich ook af hoe ver dat ging. Uiteindelijk zijn we overal uitgekomen. Ik ben diep onder de indruk geraakt van hun toewijding, hun liefde, hun onderlinge gehechtheid. Heel mooi om te zien."

Dat Vasalis op zeker moment haar creativiteit verliest, noemt Meijer 'het grote drama' in haar leven. "Iets wat ze zelf nooit heeft kunnen oplossen. Ik heb de kans gehad om dat van binnenuit te beschrijven. Geweldig, toch?"

De biografe heeft het gevoel dat ze veranderd is door die zeven jaar met Vasalis. "Dat heeft te maken met haar echtheid, denk ik. Met die ontzettende eerlijkheid tegenover zichzelf en tegenover anderen, met de diepte waarmee ze contacten aanging, de vreugde als ze een verwante ziel vond. Door de omgang met Vasalis voelde ik me aangesloten op ernst én humor tegelijkertijd. Haar savoir vivre inspireerde me enorm. Zolang de ziel maar bewoog, was het goed. Wanhoop, vreugde, mededogen - ze zag het onverschrokken onder ogen. Ze omarmde de gevoelens die er waren. Ontbreken van gevoelens, daar had ze moeite mee. Ze stond compromisloos in het leven. Ik lever daar zelf soms te veel op in."

We komen te spreken over een kwestie die al meer dan twintig jaar kleeft aan Meijers reputatie in het land der letteren: haar vete met de dichteres Neeltje Maria Min. Tot nog toe heeft ze er in het openbaar over gezwegen, nu is ze bereid terug te blikken.

In haar dissertatie 'De lust tot lezen' (1988) had Meijer betoogd dat een deel van Mins poëzie te lezen was als de weerslag van 'dochterverkrachting' - een toentertijd modieuze term voor incest. De dichteres zelf was woedend over deze interpretatie, haar vader diep gekwetst. Nog in 2001 zei Min tegen De Groene Amsterdammer: "Als ik haar nog eens tegenkom, kan ze een mep krijgen, die heeft ze nog tegoed." Naar verluidt zou de dichteres het haar nog steeds niet hebben vergeven.

"Iedereen", zegt Meijer nu, "deed altijd alsof die gedichten van Neeltje Maria Min alleen maar schattig waren. Ik vond ze juist gekweld, raadselachtig. Pas toen ik ze, met mijn studentes, las vanuit de optiek van een incestsituatie viel alles op zijn plaats. " In die tijd stond incest ineens 'heel erg op de agenda'. "Je had dat grote onderzoek van Nel Draijer waaruit bleek dat het een veel vaker voorkomend probleem is dan iedereen dacht. Ik onderging daardoor zelf een soort bewustwording, was er diep door geraakt. Vooral door de psychologie ervan: dat je nog niet in de schaduw kunt leven. Ik redeneerde: waarom kunnen Mins gedichten anno 1988 op deze manier leesbaar worden? Omdat we nu weten dat dit bestaat. Er is een taal voor, het is in kaart gebracht. Mijn interpretatie werd trouwens door heel veel mensen verpletterend overtuigend gevonden. Als je die gedichten eenmaal zo leest, kun je ze niet meer anders lezen."

Min vond dat niet.
"Zij vond dat niet. Maar ze heeft ook geen andere suggesties gedaan."
Ze was heel boos.
"Zij was heel boos. Ik heb volkomen verkeerd ingeschat dat Min zou zeggen: jij zegt dus dat mijn vader incest heeft gepleegd. Zo heb ik het helemaal niet bedoeld! Achteraf gezien had ik de weg naar de auteur nog veel radicaler moeten blokkeren. Nog duidelijker moeten maken dan ik al deed dat ik de gedichten als lezer zo las. Nu zou ik het er drie keer dikker bovenop leggen dat de interpretatie eigenlijk over mij gaat. Het staat er, klaar en duidelijk, maar mensen willen dat blijkbaar niet zien. Rellen is makkelijker."

Ze valt even stil. "Ik vind het heel erg dat ze nog zo boos is. Maar wat zou ik eraan moeten doen?" En: "Ik heb ook het werk van Judith Herzberg geïnterpreteerd. Zij vond dat heel mooi, was daardoor zelfs eventjes van de leg. Omdat ik zo goed had gezien wat ze deed."

Het misverstand is volgens Meijer dat menigeen gelooft dat de schrijver weet wat hij schrijft. "Dat is een heel primitieve manier van denken over het creatieve proces, daar moeten we vanaf. De literatuurwetenschap is daar allang vanaf, veel lezers zijn dat nog niet." De dichter, zegt ze, wéét niet wat hij schrijft. "De dichter zit in een klein zeilbootje en vangt de wind op. Dáár komen die prachtige teksten vandaan die ook hemzelf verrukken en verrassen. Die zijn helemaal niet van hem. Die zijn veel groter dan de wil en het intellect."

Meijer citeert uit het beroemde gedicht 'Het kind en ik' van M. Nijhoff:

Maar toen heeft het geschreven,

zonder haast en zonder schroom,

al wat ik van mijn leven

nog ooit te schrijven droom.

En telkens als ik even

knikte dat ik het wist,

liet hij het water beven

en het werd uitgewist.

"De enige manier waarop deze affaire kan eindigen", zegt ze, "is dat iemand een interpretatie voorstelt van Mins poëzie die net zo sluitend is als de mijne. Ik ben daar benieuwd naar en ik zou er blij mee zijn. Maar dat is nog steeds niet gebeurd." ¿

Van radicaal tot biografe
Maaike Meijer (Eindhoven, 1949) studeerde Nederlands aan de Universiteit van Amsterdam.

In de jaren zeventig was ze medeoprichter van de radicaal-feministische actiegroep Paarse September, die de 'heteronorm' ter discussie wilde stellen. Motto: 'Je gaat niet met je onderdrukker naar bed.'

In 1988 promoveerde ze (cum laude) op 'De lust tot lezen. Nederlandse dichteressen en het literaire systeem'.

Meijer bekleedde de Opzijleerstoel in Maastricht en werd aldaar in 1998 gewoon hoogleraar genderstudies.

Haar biografie van de dichteres M. Vasalis verscheen in 2011 bij uitgeverij G.A. van Oorschot.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden