Vrouwelijk zaad moet beter gestoofd

Aristoteles bestudeerde het leven zonder microscoop, enzonder weet van genen of zelfs maar cellen. Dat leverde nogal watapekool op. Maar Aristoteles kéék eerst en trok daarna pasconclusies, en daar gaat het maar om.

Aristoteles was een van die rusteloze geesten die hun talentin steeds weer nieuwe vakgebieden willen beproeven. Als filosoofwas hij al heel veelzijdig, maar daarnaast was hij ook nog eenshistoricus, logicus, natuurkundige, meteoroloog, psycholoog en,niet in de laatste plaats, bioloog. Zijn biologischebelangstelling zal al zijn gewekt door zijn vader, die lijfartswas van de Macedonische koning. Waarschijnlijk is hij pas serieusonderzoek gaan doen toen hij, na de dood van zijn leermeesterPlato, een aantal jaren in Klein-Azië verbleef.

Aristoteles geldt als een van de grondleggers van debiologie, en evenals zijn filosofische theorieën bleven zijnbiologische bevindingen in Europa gezaghebbend tot in de 17deeeuw. Toen brak met Van Leeuwenhoeks uitvinding van de microscoopeen nieuwe periode aan, waarin Aristoteles' opvattingen een vooreen werden weerlegd. Dat geldt zeker voor de opvattingen in 'Overvoortplanting', het boek dat nu in (een uitmuntende) vertalingis verschenen. Het bestaan van eicellen en zaadcellen was hem nogvolstrekt onbekend; om over DNA en genen maar te zwijgen. Dewaarneming had voor hem een grens die hij maar al te graag zouhebben overschreden: zo klaagt hij dat bij kleine insecten'moeilijk te zien' is of zij, evenals de grotere, een dubbelebaarmoeder hebben.

Aristoteles was een voorloper van de moderne wetenschap,omdat hij zijn theorieën zoveel mogelijk op eigen observatiewilde baseren, of desnoods op observaties van anderen, zoalsvissers, imkers en vroedvrouwen. Door 'onzorgvuldig observeren'komen vreemde verhalen in de wereld, bijvoorbeeld dat wezels viade mond baren. Vaak weerlegt Aristoteles opvattingen van zijnvoorgangers, artsen en natuurfilosofen, die volgens hem hun ogenniet goed hebben gebruikt. Maar hun theoretischeverklaringsmodellen neemt hij zonder bedenken over: de leer vande vier elementen (aarde, water, vuur en lucht), detegenstellingen warm - koud, vochtig - droog, zacht - hard. Hijgeloofde dat de wetenschap in zijn tijd genoeg was gevorderd omhet voortplantingsproces in hoofdlijnen te kunnen verklaren.

Zo beweert hij met stelligheid dat bloed uit alle vierelementen bestaat, dat de spijsvertering een proces van 'stoven'is, en dat dierlijk zaad een reststof is - bij de mannetjes vangestoofd voedsel, bij vrouwtjes van menstruatievocht, dat mindergoed gestoofd is dan het mannelijke zaad, omdat vrouwtjes vannature kouder zijn dan mannetjes, en niet zulke hoge temperaturenkunnen opbrengen. Dat was voor hem reden om zelfs te stellen datde vrouwelijke natuur een 'misvorming' is vergeleken met demannelijke, een gedachte die hem door feministen niet in dank isafgenomen.

Als wetenschapper was Aristoteles niet alleen observatormaar ook, en misschien wel in de eerste plaats, eenhartstochtelijk theoreticus. Als vanzelfsprekend paste hij zijnfilosofische, zich aan elke zintuiglijke waarneming onttrekkendebeginselen toe op de biologie, zoals zijn onderscheid tussen vormen materie, ziel en lichaam. Bij levende wezens is volgens hemde ziel de 'vorm' van het lichaam, en daarmee het bepalendebeginsel. Ook hier moeten de vrouwtjes het ontgelden. Zij leverenslechts de materie voor het nageslacht; het mannelijk zaaddaarentegen levert de vorm, de ziel, dus het onstoffelijkebeginsel van het leven.

Overigens meende Aristoteles dat bij sommige diersoorten devrouwtjes zich zonder mannetjes voortplanten, en hij geloofde ookin 'spontane generatie': schaaldieren bijvoorbeeld, komenrechtstreeks voort uit de grond, uit rottend afval, want rottenis ook een vorm van 'stoven'.

'Over voortplanting' kun je lezen met twee soortenverbazing. Enerzijds de verbazing over alle 'verhalen' dieAristoteles nog gelooft, bijvoorbeeld dat bij noordenwind meermannetjes worden geboren dan bij zuidenwind, dat mensen diefrequent seksueel contact hebben holle ogen krijgen, of datiemands brandmerk (weliswaar vager zichtbaar) wordt geërfd doordiens zoon. Maar het is wel erg makkelijk om je, bij de huidigestand van de wetenschap, over zulke dommigheden te verkneukelen(nog niet zolang geleden geloofde men trouwens dat je van te veelmasturberen ruggenmergtering kreeg). Daarom is een ander soortverbazing misschien beter op haar plaats: bewondering voorAristoteles' onvermoeibare drang om, met de beperkte middelen diehem ter beschikking stonden, te begrijpen hoe de dingen, hoe delevende wezens in elkaar zitten en functioneren. Zonder dieweetgierigheid zou er helemaal geen wetenschap zijn.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden