Vrouw moest hospice uit omdat ze maar niet stierf

Een bejaarde vrouw moest het hospice verlaten waar ze wilde sterven. Want wie te lang blijft leven, houdt een plek bezet voor anderen.

Greet op ’t Hoog (80) uit het Brabantse Raamsdonk heeft niet lang meer te leven. In januari bleek dat de kanker in haar buik zover was uitgezaaid, dat ze waarschijnlijk binnen drie maanden zou overlijden. Haar familie regelde een plekje in Hospice Breda. In mei moest mevrouw Op ’t Hoog daar vertrekken. Reden: ze overleed niet snel genoeg.

Door de goede zorgen in het hospice ging het snel beter met haar, vertellen dochters Lenie Welling en Riet van den Bliek. „Ze at weer, dronk weer en kwam haar bed uit”, zegt Welling. Hun moeder hervond zelfs haar oude gevoel voor humor. Het ging té goed met Op ’t Hoog, oordeelde Hospice Breda. „Ze zeiden dat ze misschien nog jaren kan leven”, zegt Van den Bliek. „Maar ik denk dat mijn moeder tot haar laatste dag haar bed uit blijft komen. Ze is heel wilskrachtig, maar het kan ieder moment afgelopen zijn. Ik zou niet verbaasd zijn als ze vanavond bellen, maar het kan ook best nog tot na de zomer duren.”

Niemand kan voor God spelen, zegt manager Sylvia van der Noll van Hospice Breda. Je weet nooit wanneer het afgelopen is. „Wij vertellen als we een patiënt aannemen, dat de familie naar iets anders moet uitkijken als het langer dan drie maanden duurt. Als we dat kader niet zouden hanteren, zouden we het hele jaar vol liggen met mensen die lang blijven. We hebben maar zes plaatsen. Na mevrouw Op ’t Hoog hebben we nog verschillende mensen opgevangen, die inmiddels zijn overleden.” Van de 257 patiënten die het hospice in drie jaar had, moesten er tien vertrekken. Niemand wordt op straat gezet, benadrukt Van der Noll. „We zoeken in samenwerking met de familie een oplossing.”

Op ’t Hoog kon uiteindelijk drie weken langer blijven. Ze begreep de discussie die gaande was. „Ik leef te lang voor de instanties”, zei ze tijdens een helder moment. Op andere momenten was ze doodsbang, bijvoorbeeld dat de bus met Belgisch kenteken die het terrein opreed haar stiekem zou meenemen. Inmiddels heeft ze er een maand in een verpleegtehuis op zitten. Daar ging ze in rap tempo achteruit. „Ze deden erg hun best, maar konden niet de zorg bieden die mijn moeder nodig heeft”, zegt Welling. „Ze viel steeds, ze was helemaal blauw.” Bovendien was ze door alle verhuizingen behoorlijk in de war. „Vaak wist ze niet meer waar ze was”, zegt Van den Bliek. „Soms zei ze: ’Ik snap niet dat jullie me in dit kot hebben weggestopt’.” Ook het verpleeghuis oordeelde dat Op ’t Hoog wel degelijk terminaal is.

Sinds vorige week zit mevrouw Op ’t Hoog in een ander hospice, in Dongen. „Ik was zo gelukkig toen ik het hoorde, dat ik die mevrouw wel door de telefoon heen kon knuffelen”, zegt Welling. De afgelopen periode was zwaar. „Je hebt al heel veel verdriet en dan komt dit er nog bij. Ik wil dit niet, ik wil me concentreren op mijn moeder.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden