Vrouw in blijf-van-mijn-lijfhuis loopt vaak vast in bureaucratie

null Beeld

De hulp aan vrouwen in de opvang pakt vaak averechts uit, stelt de Nationale Ombudsman.

Vrouwen die naar een blijf-van-mijn-lijfhuis vluchten raken vaak verstrikt in bureaucratische regel­geving, waardoor ze er met grotere financiële­­ of andere problemen uit komen.

Ze moeten middenin hun crisis lang wachten op bijvoorbeeld een inkomen of hulp voor de kinderen, constateert de Nationale Ombudsman Reinier van Zutphen. In een rapport dat hij vandaag presenteert, verzamelde hij de ervaringen van vrouwen in de opvang in het hele land. Jaarlijks maken 12.000 vrouwen gebruik van de opvang. Sinds 2015 zijn gemeenten voor hen verantwoordelijk.

Bij binnenkomst moeten ze vaak allerlei formulieren ondertekenen, over een eigen bijdrage en over geheimhouding van de locatie bijvoorbeeld. Veel vrouwen komen net uit een crisis en tekenen blind alles. Dat kan hen later onder meer onverwachte schulden opleveren.

Om hulp voor hun kinderen te krijgen, hebben vrouwen soms de handtekening of medewerking nodig van hun partner, voor wie ze net het huis zijn uitgevlucht. Zolang ze niet gescheiden zijn en hun partner een hoog inkomen heeft, kan een toeslag laag uitvallen.

Bijdrage

Vrouwen die in aanmerking komen voor bijstand en niet het adres van hun partner willen opgeven, moeten een ‘briefadres’ gebruiken van de gemeente of van de opvang. Dat is verplicht, maar gemeenten verstrekken briefadressen bepaald niet scheutig.

Het kan zomaar zes weken duren voordat een vrouw bijstand ontvangt, een periode waarin ze vaak geen inkomen heeft – ze was aangewezen op de partner. In die tijd wordt ze wel geacht een eigen bijdrage voor de opvang te betalen. Gemeenten blijken de mogelijkheid om een voorschot te geven niet altijd te gebruiken.

Ook zijn er nog sociale diensten die ten onrechte de kostendelersnorm toepassen omdat de vrouw ingeschreven staat op een adres waar ook anderen wonen.

Een flink deel van de vrouwen heeft te maken met schulden, en hoewel iedereen wettelijk recht heeft op een onafhankelijke cliëntondersteuner – iemand die helpt met al het regelwerk – is die in de opvang opvallend afwezig, constateert Van Zutphen. Zo lopen schulden tijdens het verblijf in de opvang nogal eens op, wat hun terugkeer bemoeilijkt.

Tekst gaat verder onder de illustratie

null Beeld Jochem Vis
Beeld Jochem Vis

Aangifte

Een andere belemmering ontstaat bij de zoektocht naar woonruimte. Gemeenten geven vrouwen alleen een urgentieverklaring voor een woning als ze aangifte hebben gedaan van de mishandeling, en veel vrouwen schrikken daarvoor terug.

De Nationale Ombudsman pleit voor onafhankelijke cliëntondersteuning tijdens de opvang en voor meer soepelheid bij gemeenten en andere organisaties, om te voorkomen dat vrouwen die de opvang verlaten er financieel en sociaal slechter aan toe zijn dan bij binnenkomst. Vrouwen die nog geen verblijfsvergunning hebben – of daarvoor afhankelijk zijn van hun man – krijgen het extra moeilijk in de opvang. Zo’n vergunning wordt vaak gevraagd om in aanmerking te komen voor hulp.

Een relatief klein maar extra schrijnend probleem vormen migrantenvrouwen die in hun land van herkomst worden achtergelaten door hun man. Bij terugkeer in Nederland lukt het hen vaak niet opvang of huisvesting te krijgen. Een van de belangenorganisaties waarmee de Ombudsman sprak, zegt dat in de praktijk de vrouw terug moet naar haar man en pas bij een nieuwe mishandeling opvang kan krijgen.

De Ombudsman werd op de problemen gewezen door Fier, een grote organisatie met opvang op verschillende plekken in het land. “Instanties gaan er vaak van uit dat vrouwen hun zaken zelf op orde hebben of kunnen regelen. Maar ze zijn juist in grote haast gevlucht”, zegt Fier-­directeur Anke van Dijke. “Vaak is er geen inkomen meer, maar uitgaven aan telefoon, huur of verzekeringen lopen gewoon door.” Ze pleit ervoor dat vrouwen in de opvang zonder een inkomen de eerste twee maanden bijstand kunnen krijgen. “Ook voor de kinderen is het van groot belang dat de financiële stress wordt verminderd. Zij hebben vaak al veel meegemaakt.”

'Luister op z'n minst naar deze vrouw'

Maria (32) zit vier maanden in de opvang, onder begeleiding van mentor Hans. Net als jaarlijks 12.000 vrouwen, die vaak hun man ontvluchten naar de opvang die in de volksmond wel ‘blijf-van-mijn-lijf-huis’ wordt genoemd. Maria vluchtte er naartoe met haar zesjarige zoon na herhaalde mishandelingen door haar man. “Het was een grote overgang. Achteraf denk ik, dat ik helemaal geen zelfvertrouwen meer had na de mishandeling. Ik had geen eigen plek meer en mijn zoon ook niet. Ik werkte niet, we hadden helemaal geen geld.”

Maria herkent de conclusie die de Ombudsman vandaag trekt: middenin een crisis is het voor vrouwen als zij niet makkelijk het leven op orde te krijgen. “Er was meteen veel te regelen, maar dat kon ik zelf niet. Gelukkig hielp de opvang mij.”

Een paar weken terug begon mentor Hans aan de zoektocht voor een woning. “Maria heeft veel bereikt. Zelfvertrouwen bouw je in kleine stapjes weer op. Met complimenten, bijvoorbeeld over de manier waarop Maria omging met haar zoon.” De opvang is bedoeld voor drie maanden, het werd tijd voor een eigen plek.

Maar de woningbouwvereniging bleek niet overtuigd dat Maria snel in aanmerking moest komen voor een eigen huis. Hans: “Je moet uitleggen in welke situatie vrouwen als Maria terecht zijn gekomen, maar daar wordt vaak niet naar geluisterd. Men kijkt alleen naar ‘de gegevens die ons bekend zijn’. Geen idee wat iemand als Maria heeft meegemaakt. Sommige corporaties zijn soepel, maar lang niet altijd.”

Hans heeft ervaring met deze onwilligheid en hij weet dat het loont om naar de gemeente te stappen. “Daar kijkt men beter, en ook bij Maria bleek het te helpen om de woningbouwvereniging te overtuigen. Liever wil je dat het meteen wordt begrepen. Ik zou zeggen: luister op zijn minst eens naar het verhaal van deze vrouwen.”

Maria is blij met het vooruitzicht van een eigen huis. “Een eigen plek, met mijn kind. Het is niet eenvoudig geweest. Maar nu kijk ik er naar uit. Dat ik mijn eigen dingen kan doen en kan zoeken naar werk. Ik moet nog veel dingen regelen. Een lening bijvoorbeeld zodat ik het huis kan opknappen. Maar het gaat nu eindelijk snel gebeuren.”

De echte namen van Maria en Hans zijn bekend bij de redactie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden