Vrouw: 'Heel apart, die Beckett.' Man: 'Ja, erg apart.'

DEN HAAG - Een collega van Samuel Beckett, noemt regisseur Carol Linssen de voorstelling 'Omtrent de Vloedlijn' die hij bij De Appel maakte van teksten van de Ierse schrijver.

LOES GOEDBLOED

Een collage is de voorstelling in zoverre, dat Linssen drie bestaande stukken van Beckett in een bepaalde volgorde zette, en aan elkaar lijmde met elementen die aan het wereldbeeld van Beckett zijn ontleend.

De tocht met de bus voert van het Appeltheater, via de Scheveningse vloedlijn, naar een loods van het gezelschap. Daar aangekomen wordt de toeschouwer in een kamertje geleid, waar acteur Robert Prager, aan een tafel, hoofd op de handen, zijn gezicht spaarzaam verlicht met een looplampje, de eerste woorden uit 'Stirring Still' voordraagt. Van daar voert het naar het haast inktzwarte ruim van de loods, waar een naakte man via een hoog gelegen raam vergeefs probeert zicht op de wereld buiten te krijgen. De bezoekers nemen plaats op een tribune, die handmatig door de technici van de Appel - soms schijnbaar nodeloos - wordt rondgedraaid, naar scenes voert, alle hoeken van de ruimte laat zien. Ondertussen worden schuifdeuren geopend en gesloten, en onthullen verre onwezenlijke tafereeltjes, van zittende mensen, van een wit bed, van het sjouwen van een kastje. Verder heerst er duisternis en stilte.

Deze stilte wordt verbroken, zij het niet verbaal, doordat er valpartijen plaatsvinden, iemand bij herhaling tegen dezelfde muur stoot, of een enorme plunjezak met lege blikjes uitgestort en weer gevuld wordt. We rijden naar de korte pantomime 'Spel zonder Woorden 1', waarin een als Buster Keaton verklede acteur, Rene Vermout, probeert zich op te hangen aan de takken van een kale boom. Hij wordt opgehitst door zijn twee medespelers die heupwiegen op gezellig ouderwetse muziek, en tevens de touwtjes omhoogtrekken waaraan de zelfmoordattributen hangen waarnaar de man begerig zijn handen uitstrekt. Uiteindelijk breekt de tak. Doorleven moet hij, of hij wil of niet.

Dan focust de tribune op Christine Ewert, die in de verre verte 'He Joe' spreekt. Voor ons zit Robert Prager wiens gestalte door een beeldscherm wordt weergegeven. Hard en snerpend gooit de vrouw hem haar en zijn mislukte leven en relatie voor de voeten. Ze verhaalt van diverse zelfmoordpogingen, in het water, met pillen, alle mislukt. Ten slotte horen we de hele tekst van 'Stirring Still', over de geweldige verwarring die het leven is, zacht, indringend, overtuigend en begeleid door de zee, uitgesproken door Robert Prager. Maar dan is het eigenlijk al te laat. Een interesse die een uur lang nauwelijks is opgewekt, kan dan ook geen kwartier meer worden vastgehouden.

Hoe komt het dat die interesse niet is opgewekt? De teksten van Beckett zijn toch van een prachtige beklemming? Men heeft toch uit alle macht geprobeerd de sfeer die daarin wordt opgeroepen vorm te geven in deze somberte? Het idee van 's mensens eenzame opsluiting in het eigen hoofd is toch mooi? Ja, maar ik ontkom niet aan de gedachte dat een hommage aan Beckett, zoals Linssen die voor ogen had, meer gediend was geweest met wat minder eigen fantasie, met minder illustratie, minder franje, meer deemoed. Elke onnodige toevoeging stoort, wordt bedacht en, door de vaak wat hortende en stotende uitvoering, snel anorganisch gedoe. Je zou het ook beleefder kunnen zeggen, zoals de twee wat bedremmelde medepassagiers wier conversatie in de bus terug, na aanvankelijk stilzwijgen, voor zichzelf en tevens mij sprak. "Heel apart," zei de vrouw. Waarop haar partner zuinigjes beaamde: "Ja, erg apart."

Nog te zien tot en met 29 februari, elke woensdag tot en met zaterdag in het Appeltheater. In april in het kader van het Haagse Beckettfestival.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden