vrouw en werk / Stramien van negen tot vijf moet op de schop

’s Middags theedrinken met de kinderen en toch carrière maken – dat lijkt nog toekomstmuziek. Flexibele werktijden zouden vrouwen kunnen verleiden om weer (en meer) te gaan werken. Maar Nederland werkt nog steeds van negen tot vijf.

door Iris Pronk en Wilma van Meteren

De werkende vrouw is geen luxe maar pure noodzaak, zei FNV-voorzitter Agnes Jongerius onlangs in deze krant. Overheid en bedrijfsleven moeten haar dus het hof maken, met goede kinderopvang én flexibele werktijden. Die zouden moeders beter in staat moeten stellen om werk en privé-leven te combineren.

Telefoontjes plegen terwijl de baby slaapt, werken op kantoor tot half drie ’s middags, in het weekend of ’s avonds e-mails beantwoorden en rapporten schrijven – in theorie is dat mogelijk. Maar dan moet het 9-tot-5-stramien wél op de schop.

Een rondje langs bedrijven leert dat die flexibele werktijden – hét tovermiddel dat vrouwen weer naar de arbeidsmarkt moet lokken – nog niet zo gewoon zijn. Vrouwen werken in kleine deeltijdbanen, passen hun werkuren soms op de schooltijden aan. Maar veel verder gaan de meeste oplossingen niet. Een stevige baan vereist doorgaans toch dat de vrouw tijdens kantooruren aanwezig is – en dat is met kinderen soms lastig.

Bedrijven als ING, de Nederlandse Spoorwegen en Corus zien de noodzaak van een betere balans tussen werk en privé – ook voor mensen (vrouwen én mannen) die een ambitieuze baan met zorgtaken willen combineren. Maar die balans blijkt nog niet zo makkelijk te realiseren.

Frans van Heesbeen, directeur human resource van KPMG (nummer 3 in de ’beste werkgevers topvijftig 2006’ van het blad Intermediair), signaleert het volgende, exemplarische probleem: „Er is hier theoretisch heel veel mogelijk, op het gebied van roostering, parttime of thuis werken. In de praktijk is het nog niet zo eenvoudig. Werknemers durven het vaak niet te vragen, omdat ze bang zijn dat ze hun collega’s extra belasten als zij parttime gaan werken.”

De bedrijfscultuur rijmt niet altijd met het beleid op papier of de intentie om werk iets meer naar het privé-leven te plooien. Fysieke aanwezigheid telt in veel bedrijven nog zwaarder dan prestaties, die misschien net zo goed ’s avonds vanuit huis te leveren zijn. Werknemers die toch parttime of vaak vanuit huis werken, gaan hun afwezigheid overcompenseren, zegt Van Heesbeen: „Zij voelen zich dan verplicht om in drie dagen toch vijftig uur werk te leveren.”

Maar flexibilisering moet, daarvan zijn overheid en bedrijven wel overtuigd. Het onderwerp staat daarom hoog op de agenda, zei Hans van der Steen van werkgeversorganisatie AWVN gisteren in Trouw. En het ministerie van sociale zaken ondersteunt het 7 tot 7-concept, dat bij organisaties als de Sociale Verzekeringsbank en de Belastingdienst al is ingevoerd. Daar mag gewerkt worden tussen zeven uur ’s ochtends en zeven uur ’s avonds.

Thuis werken, telewerken en jaarurencontracten zijn nu in individuele gevallen wel te realiseren – als het type werk en de chef het toelaten.

In een bedrijfsbreed beleid zijn variaties op het 9 tot 5-schema nog niet vaak vastgelegd.

Sylvia Roelofs, directeur van ICT Office, pleit ook voor een andere, opener bedrijfscultuur: „De balans tussen werk en privé is voor iedereen heel belangrijk. Flexibele werktijden zijn net de trekkers waarmee je goede mensen kunt binnenhalen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden