'Vrouw, en president. Nou en?'

interview | Gisteren presenteerde de Algemene Rekenkamer het jaarlijkse rapport over de begroting. Het was de laatste Verantwoordingsdag voor Saskia Stuiveling.

De Algemene Rekenkamer wordt al zestien jaar geleid door een vrouw. Dat is redelijk uniek in de wereld van de controleurs van overheidsuitgaven. Saskia Stuiveling wil het daar niet over hebben. Ze gaat met pensioen, want begin mei is ze 70 geworden, de verplichte pensioenleeftijd voor leden van de Rekenkamer. "Ik ben vrouw en president. Nou en? Ik ben nooit bezig geweest met de vraag wat dat betekent en wat voor gevolgen dat heeft."

De president wil het er niet over hebben. En ze wil zeker niet bevestigen dat zij, omdat zij een vrouwelijke president was, vasthoudend bleef toen in haar ogen het beleid rond zwerfjongeren te versnipperd was - te veel ambtenaren hielden zich daarmee bezig. "Ach wat een onzin. Werkelijk nooit mee bezig geweest. Dat heeft eerder te maken met mijn sociale PvdA-hart. Er waren drie geldstromen rond zwerfjongeren. Maar het probleem integraal aanpakken kwam daardoor niet van de grond. Elk jaar weer, in de week voor Kerst, hamerde ik daarop in een rapport. Namens het hele college van de Rekenkamer en met gepassioneerde steun van onze toenmalige vaste gesprekspartner in de Tweede Kamer: Charlie Aptroot van de VVD."

Ruim 31 jaar was Stuiveling lid van de Algemene Rekenkamer. In 1999 werd ze benoemd tot president. De overstap naar de Rekenkamer werd aanvankelijk in haar omgeving slecht begrepen. "Ik was een volstrekte buitenstaander toen ik begon. Ik was als onderzoekscoördinator voor de Rijn-Schelde-Verolme (RSV-) commissie bezig met de eerste parlementaire enquête. Het was ongehoord spannend. De verhoren waren te zien op televisie, het was stil op straat op het moment van de uitzending. Wat moest ik bij de Algemene Rekenkamer, een instituut zonder profiel? Mensen dachten dat ik op mijn lauweren ging rusten."

Stuiveling was bezig met opwindend onderzoek. De enquête, die in feite over de vraag ging waarom Nederland een industriepolitiek voerde, hield Nederland in de ban. Toch stapte Stuiveling over naar de Rekenkamer, een onderzoeksinstituut dat achterliep. "Het was een organisatie die niet bij haar tijd paste", zegt de van origine organisatie-adviseur. "Gesloten en naar binnen gekeerd. Kordes, toen lid en bij mijn komst net president, probeerde er al van alles aan te doen. Maar de Rekenkamer moest nog schakelen. Nog maar kort tevoren was het instituut uit een diepe greppel gekomen. In de tijd van Kordes' voorganger, Peschar, konden de drie leden van de Rekenkamer niet met elkaar door één deur. Onverenigbare karakters. Je moet eens nagaan wat dat met een organisatie doet als men in het college elkaar niet kan luchten of zien."

De Algemene Rekenkamer heeft sindsdien een stormachtige ontwikkeling doorgemaakt. Net als de uitgaven van de overheid, die de Rekenkamer geacht wordt te toetsen op rechtmatigheid en doelmatigheid. "Niemand", aldus Stuiveling, "kan zich nu voorstellen dat we in Nederland eigenlijk nauwelijks een verantwoorde uitspraak konden doen over de vraag of de overheidsuitgaven wel voldeden aan de wet. De administratie liep bij de overheid jaren achter. Nu kan alweer een aantal jaar over meer dan 99 procent van alle uitgaven met zekerheid worden gezegd dat ze in ieder geval rechtmatig zijn. We hebben een lange weg afgelegd."

Het is en blijft een ongrijpbaar iets, de Algemene Rekenkamer. Net als andere hoge colleges van staat. Denk aan de Raad van State en de beide kamers van de Staten-Generaal. De 'normale' Nederlander merkt niet zoveel van het bestaan. "We spreken de burger niet direct aan", zegt Stuiveling beslist. "Om in markttermen te spreken: we zijn business tot business. We zijn er zodat de Kamer haar controlerende werk beter kan uitvoeren. In de jaren dat ik hier zit is de relatie met de Kamer nauwer geworden." Zeker een à twee keer per week zit een van de drie collegeleden in een Kamercommissie. Ze geven dan bijvoorbeeld een briefing naar aanleiding van een Rekenkameronderzoek. Stuiveling: "De relatie is uitstekend. Soms doen we onderzoek op verzoek van het parlement, meestal op eigen initiatief, maar altijd is er vanuit de Kamer aandacht voor."

Verantwoordingsdag

De grootste verandering tijdens het presidentschap van Stuiveling was de invoering van Verantwoordingsdag. Elke derde woensdag in mei - gisteren was het zover - mag Stuiveling in de plenaire zaal van de Kamer de stukken overhandigen. Daarin onderzoekt de Rekenkamer de jaarverslagen van de rijksoverheid over het voorgaande jaar.

Volgens de initiatiefnemers van Verantwoordingsdag, het oud-Kamerlid voor de PvdA Jan van Zijl en het Kamerpresidium, zou die dag de tegenhanger worden van Prinsjesdag, de derde dinsdag in september. Op die dag dient het kabinet de plannen voor het komende jaar in bij de Kamer. Terwijl op Verantwoordingsdag verantwoording wordt afgelegd voor het beleid en de uitgaven van het jaar daarvoor.

Maar Verantwoordingsdag leidt een zieltogend bestaan. Afgezien van het feit dat er ook voor de derde woensdag van mei een apart koffertje is waarin de minister van financiën de stukken naar de Kamer brengt. Publieke belangstelling is er niet of nauwelijks, en tot grote debatten leiden de stukken van het kabinet en de onderzoeken van de Rekenkamer niet.

"Verantwoordingsdag is vanaf het begin verkeerd neergezet", meent Stuiveling, die niet wil meehuilen met de wolven in het bos. De critici zien in die dag het bewijs dat de Kamer niet geïnteresseerd is in de effecten van beleid, maar slechts in het bedenken van nieuwe plannen. "De verwachtingen waren te hoog gespannen. De tegenhanger van Prinsjesdag. Nee dus. Misschien op papier, maar niet als spektakel. We hebben al van alles geprobeerd, maar de echte oplossing is er niet. Het is ook niet mogelijk beleid in partjes van een jaar te snijden." Voordat de effecten zichtbaar zijn, ben je al snel drie jaar verder, volgens Stuiveling. Bij een verantwoording over een jaar betekent dat een paar jaar terug- en een paar jaar vooruitkijken. "Het is de vraag of ministers dat wel willen. Als de effecten van het beleid zichtbaar worden, ben jij immers al weg en belandt het niet meer op jouw politieke bordje."

"Bovendien: beleid wordt weliswaar door een kabinet en de Kamer gemaakt, maar de uitvoering vindt meer en meer plaats door zelfstandige bestuursinstellingen, lagere overheden of zelfs private partijen. Dan is het niet gek dat een kabinet aarzelt om zich over meer dan alleen de rechtmatigheid van de uitgaven te verantwoorden. Op deze manier ontstaat een gat in de verantwoording, terwijl verantwoording sowieso al het stiefkindje is bij de overheid."

Als voorbeeld wijst Stuiveling op de decentralisatie van overheidstaken rond langdurige zorg, jeugdzorg en arbeidsvoorziening. "In theorie is er een voorziening. Burgemeester en wethouders maken beleid en de gemeenteraad controleert. Maar daarmee ben je er niet." Er is drie jaar uitgetrokken om de verantwoording goed te regelen.

De Rekenkamer dringt al heel lang aan om gegevens als open data voor iedereen toegankelijk en digitaal te verzamelen en op te slaan. Want de overheid zit op een schat van informatie, zoals gegevens over criminaliteit, gezondheidszorg en de toestand van dijken. Dat had voor 1 januari 2015, dus voor de datum dat de decentralisaties van kracht werden, geregeld kunnen zijn.

Stuiveling: "Zorg dat er bovendien een basistaal is voor al die zaken die nu gedecentraliseerd worden. Zodat mensen van elkaar weten waar ze het over hebben en dat er van elkaar geleerd kan worden. Dat al die data van gemeenten samengevat en opgeteld een beeld geven hoe het er landelijk voorstaat met de uitvoering van beleid. Het kabinet zegt dat het beleid gedecentraliseerd is en dat het dus zijn verantwoordelijkheid niet meer is, maar dat is natuurlijk maar ten dele waar. De bureaucratie is totaal niet ingesteld op open data. Een ambtenaar heeft buiten kantoor een iPad en een smartphone, maar zodra hij op kantoor is, kan het ineens niet meer."

Vasthoudend

Volgens Stuiveling is de Rekenkamer wel een stuk proactiever geworden. "We stellen ons de vraag wat over pakweg anderhalf jaar belangrijk wordt voor de Kamer en proberen daar in ons onderzoek rekening mee te houden. Een voorbeeld? We voorzagen dat met al die reorganisaties en bezuinigingen het vastgoed van de Rijksoverheid een probleem zou gaan worden. Zes, zeven jaar geleden zijn we ons daarop gaan richten. Stel je voor hoeveel vermogen van de overheid daarmee gemoeid is. Dat is echt niet zo moeilijk. Gewoon ogen en oren openhouden en ervoor waken je niet op te sluiten in je eigen gelijk."

Stuiveling valt op door haar vasthoudendheid. Jaar op jaar kon ze terugkomen op steeds hetzelfde probleem. Of het nu ging om de automatiseringsprojecten van de overheid of investeringen. Steevast was ze van mening dat ministeries te veel oog hadden voor de investering in plaats van voor de kosten voor exploitatie, onderhoud en personeel. Denk aan de wapensystemen van Defensie, en dan vooral het nieuwe gevechtsvliegtuig, de JSF.

Stuiveling straalt zowel ongeduld, geduld en begrip uit. "Dat klopt wel", beaamt ze. "Maar dat komt ook omdat ik veel begrip en respect heb voor de bureaucratie. Het ligt maar voor een deel aan de mensen. Voor het andere deel ligt het aan de weerbarstige structuren."

Saskia Stuiveling

Saskia J. Stuiveling (Hilversum, 3 mei 1945) is de dochter van de bekende neerlandicus Garmt Stuiveling. Ze studeerde rechten in Rotterdam, maar studeerde uiteindelijk af als bedrijfskundige.

In het tweede kabinet-Van Agt, dat geen lang leven beschoren was, was zij staatssecretaris van binnenlandse zaken en daarvoor drie maanden PvdA-lid van de Eerste Kamer. Aansluitend aan het staatssecretariaat kreeg zij de onderzoeksleiding van de RSV-enquête en in oktober 1984 werd zij benoemd tot lid van de Algemene Rekenkamer.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden