Vroom eelt

gebedsroutine | Het voorhoofd van een moslim die zich strikt aan de gebedsregels houdt, raakt per dag minstens 34 keer de grond. Velen houden daar niets aan over, maar bij anderen wordt een duidelijke eeltplek zichtbaar. Bid-eelt.

Vanaf de dag dat Abdel Malki (39) niet meer naar de kroeg gaat, ontstaat er langzamerhand een donker plekje midden op zijn voorhoofd. Hij zit op een plastic stoel voor een viskraam in de Indische buurt in Amsterdam. "Ik ben een jaar of vijf geleden met alle verkeerde dingen opgehouden, en mijn geloof gaan praktiseren", vertelt Malki. "Dus ging ik ook vijfmaal daags bidden."

Het hoofd van een moslim die zich strikt aan de gebedsregels houdt, raakt per dag minstens 34 keer de grond. En zodoende zit er bij een select gezelschap van moslimmannen een eeltplek op het voorhoofd. Bid-eelt. De Profeet Mohammed zou hebben opgedragen om bij het gebed op zeven botten te rusten: de twee handen, de twee knieën, de twee voeten, en het voorhoofd. Op al die plekken kan de geloofsijver sporen achterlaten.

Maar lang niet alle mannen krijgen een plekje. En bij vrouwen komt het zelden voor. (Zie kader). De Egyptische president al-Sisi heeft er één, net als Al-Zawahiri, de leider van Al Qaida. Maar de Turkse president Erdogan, die toch bekendstaat als een vroom man, heeft er geen. Hoe dat kan? De aardse verklaring is simpel: de een krijgt nu eenmaal sneller eelt dan de ander. Niettemin circuleren er diverse bovennatuurlijke theorieën over de plekjes.

Dag des oordeels

Malki - spijkerbroek, gestreept T-shirt - vraagt zich al langer af waarom juist hij ermee gezegend is. "Ik snap het niet. Er zijn zoveel mensen die langer bidden dan ik, en die geen plekje hebben. Ik heb er niet om gevraagd of zo."

"Er staat wel iets over in de Koran", zegt hij. In soera 48 vers 29 is te lezen hoe je de gelovigen van de ongelovigen kunt onderscheiden: 'Het teken op hun gezicht is het gevolg van hun knielen'. Aan het plekje zou God op de dag des oordeels de ware gelovigen kunnen herkennen. Islamitische geleerden hebben daar ook het bijbelboek Openbaringen bij gepakt - ja, ook joodse en christelijke geschriften hanteren zij als bronnen. Daar gaat het over een zegel dat God op het voorhoofd van de ware gelovigen aanbrengt. Dat moeten wel moslims zijn, redeneren de geleerden: christenen en joden bidden anders, en hebben dus geen teken op hun voorhoofd. Volgens weer een andere overlevering komt er op de dag des oordeels licht uit de bidplek.

Of Malki zich tot de 'uitverkorenen' rekent? Hij is huiverig. "De imam zegt: al ga je honderd keer naar Mekka, dan nog weet je niet of je geslaagd bent. Neem de Profeet: hij wist dat hij naar het paradijs zou gaan, maar toch bleef hij bidden en smeken om vergiffenis. Wie zijn wij dan om te denken dat je er bent met vijf keer bidden per dag?"

Vóór alles is het een ereteken. Malki komt dan ook geregeld mensen tegen met een bidplekje die het te veel met zichzelf getroffen hebben. "Ze moeten niet zo arrogant zijn. We zijn allemaal mensen." Die zelfgenoegzaamheid komt ook voor onder bebaarde mannen, zegt hij. "Geloof zit niet in je baard of in je gebed. Je moet het vertalen naar goede daden. Wat heb je eraan om alleen in de moskee te zitten?"

Knoflook

Levert het plekje je bij de één geloofwaardigheid op, bij de ander boet je daar juist aan in. Kritische geesten denken namelijk dat er mannen zijn die ze kunstmatig aanbrengen. Schrijver Hafid Bouazza - een notoire atheïst - is er zo een. In zijn appartement op de Amsterdamse wallen, tussen uitpuilende boekenkasten en in een zweem van drank en sigaretten, licht hij zijn twijfels toe. Wijlen zijn vader kreeg een bidplek toen hij vanaf zijn 50ste plots veel ging bidden. "Geen enge builenpest, maar een heel licht ding." Sindsdien fascineert het onderwerp hem.

Bouazza ontdekte dat grappen over de bidplek al bijna zo oud zijn als de islam zelf. Hij stuitte op een passage in het werk van de Arabische schrijver Al-Djahiz (776-869). "Wacht, ik moet het hier ergens hebben."

Na een minuut of vijf komt hij met een vergeelde bundel tevoorschijn. Al-Djahiz citeert eind 8ste, begin 9de eeuw een dichter, Musaawir al-Warraaq. Die geeft het volgende ironische advies aan zijn zoon:

Stroop je gewaden op en wees voorbereid op de toekomst,

En wrijf je voorhoofd in voor het Laatste Oordeel met knoflook;

Naschuddend van het lachen legt Bouazza het boek weer weg. "Het is eigenlijk een bespotting van de vromen", zegt Bouazza. "Later, in 1938, schrijft de commentator erbij dat die methode in onze tijd nog steeds wordt gebruikt."

Een korte zoektocht leverde hem een heel lijstje aan methoden op: een dadelpit, een gekookte aardappel, juteplantbladeren, enzovoorts. "Soms zie je ook dat het op een plek zit die logischerwijs helemaal niet de grond raakt tijdens het bidden."

Jeugdpuistjes

Bij een hip koffietentje in Rotterdam drinkt Mo Anouar Lachhab (25), zoon van een Zeeuwse moeder en Marokkaanse vader, een filterkoffie. Ook hij heeft een bidplekje, al moet je wel goed kijken. De eerste keer dat het iemand opviel was in de tweede klas van de middelbare school. 'Wat heb je daar nou op je voorhoofd zitten?', kreeg hij te horen. Het stoort de student communicatie niet. "Ik heb nooit jeugdpuistjes gehad, dus doe ik er niet zo moeilijk over. Ik was allang blij dat ik minder lelijk was dan de jongens met puistjes."

Door het plekje wordt Lachhab soms vromer ingeschat dan hij is. Op zijn bijbaantje bij een schoonmaakbedrijf merkte hij dat een groepje Egyptenaren plots wel erg veel ontzag voor hem had. "Ze kwamen me een voor een groeten. Misschien dachten ze ook wat van mijn zegening te krijgen?" (Lacht). "Het plekje zegt héél weinig over mijn niveau van vroomheid."

De theorie over de 'ware gelovigen' zegt hem dan ook niet zoveel. Al wil hij niets uitsluiten. "Ik acht alles mogelijk. Daar ben je gelovige voor. Maar tot het zover is kies ik liever de nuchtere benadering. Als ik plots kan vliegen, dan merk ik het wel." Om hem heen ziet hij het bidplekje vooral bij jongens die radicaliseren, vertelt Lachhab. "De islam van die jongens gaat een beetje op een subcultuurtje lijken. Ben je niets? Trek een jurk aan, scheer je een paar dagen niet, en voilà, je staat op een voetstuk. Zoals punkers vroeger een hanekam moesten hebben." Hij verdenkt 'die types' ervan dat ze het plekje kunstmatig aanbrengen. "Mocht je er echt graag een willen, dan kun je toch met je hoofd langs de muur schrapen? Of schuurpapier pakken?"

Ook bij sji'itische moslims komt het bid-eelt voor. Op oude foto's van Ayatollah Khomeini, de Iraanse geestelijke die het land naar een strikte theocratie gidste, is het plekje goed te zien. Zo ook bij Mohamed Alkaduhimi (27). De Nederlands-Iraakse IT-ondernemer en sji'iet houdt kantoor op een industrieterrein in Amsterdam-West. Hij voelt even aan zijn voorhoofd. "Ik schaam me er niet voor. Op een meeting of op een beurs zie ik af en toe wel even die blik: 'Is-ie wel te vertrouwen?' Maar dat maakt me niet uit. Dit is nieuw voor mensen in Nederland, dus je moet dit gewoon uitleggen. Ik ben geen terrorist. Nee, wij gewone moslims worden juist door die radicalen afgeslacht in Syrië en Irak."

Turba

Hij staat op, loopt de vergaderkamer uit, en komt terug met een vierkant stukje klei. "Een turba heet dit, daar bidden wij sji'ieten op", licht Alkaduhimi toe. "De Profeet heeft gezegd dat we met ons hoofd op de aarde moeten bidden, vandaar." Op de hoek laat er een brokje van de steen los - maar nee, dat is niet stukgebeden, zegt hij. "Dat is gewoon een keer gevallen. Ik duw mijn hoofd er niet extra hard tegenaan, hoor, dat gaat gewoon heel zachtjes."

Alkaduhimi vraagt zich af of het plekje bij hem een andere oorzaak kan hebben. "Ik dreig kaal te worden, en op advies van m'n moeder doe ik daarom wel eens knoflook in mijn haar. Misschien dat het daardoor komt?"

Rest nog de vraag wat de medische wereld van de bidplekjes weet. Dermatologen in Saudi-Arabië deden een onderzoek waarbij ze huidmonsters van 349 moslims namen. De conclusie? Verdikking en hyperpigmentatie, oftewel eelt. De één is daar gevoeliger voor dan de ander. Volgens de Saudiërs kleven er geen verdere risico's aan het bid-eelt. Maar Griekse artsen die een nog kleiner onderzoek deden onder vluchtelingen uit Bangladesh denken daar anders over. Zij waarschuwen voor bidplekken op de voeten. Bij diabetespatiënten, die sneller aderziekten krijgen, kan de bidplek een voetzweer gaan vormen. In het ergste geval is amputatie nodig.

Eeltzalf

Een telefoontje met een behandelend dermatoloog, David Njoo uit Amersfoort, is even verhelderend als geruststellend. Hij raadt mannen die van hun bidplek af willen een simpele eeltzalf aan. "Dat is huidverwekend. Dan is het zo weg."

Geen van de drie geïnterviewden met een bidplek heeft ooit geprobeerd het weg te krijgen. Malki niet, Lachhab niet, en Alkaduhimi niet. Ze kwamen gewoon niet op het idee, zeggen ze.

Alkaduhimi is verbaasd als hij later over de telefoon hoort over de simpele oplossing. En enthousiast. "Heb je de naam van het recept? Ga ik meteen langs de drogist." Ook Malki is er blij mee. "Een hele goede tip. Ik heb er niet zoveel last van - het doet geen pijn, en zo goed zie je het niet. En ja, er zit ook best een fijne reputatie aan vast. Maar als ik het zo makkelijk weg kan krijgen? Dan doe ik dat wel."

Voor de Rotterdammer Lachhab ligt het anders. Hij ziet de noodzaak van de zalf niet in. "Ik heb ook gerstekorreltjes rond mijn ogen, die haal ik ook niet weg. Als er echt iets lelijks zat, zou ik het wel weghalen, maar dit?" Nee, besluit hij. "Het plekje hoort inmiddels gewoon een beetje bij me."

'Vieze knieën'

Dat bidplekjes bij moslimvrouwen minder voorkomen, wijten Saudische artsen aan het feit dat zij minder zouden bidden dan mannen. Een schoonheidsspecialist op het weblog greenprophet.com oppert dat vrouwen de huid in het gezicht beter verzorgen. In plaats van een plekje op het voorhoofd hebben ze wel regelmatig last van 'vieze knieën', eelt op de knieschijven. Dermatologen uit Saudi-Arabië suggereren ook nog dat het gelaat van een vrouw minder botuitsteeksels heeft en meer onderhuids vet.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden