Vrolijke seks in de buitenwijk: een weemoedige terugblik op de Nederlandse film in de jaren zestig en zeventig.

Wie kent 'Alicia' van Pim de la Parra? Een vergeten film uit 1974, die besproken in het deze maand verschenen 'Van Fanfare tot Spetters'. Exemplarisch voor de jaren 70: even aandoenlijk als hilarisch. Willeke van Ammelrooy speelt Alicia, een vrouw gevangen in nieuwbouwwijk-huwelijk met Hugo Metsers. Zij snikt 's avonds in het bad, hij zit beneden op de bank zijn bankpaperassen door te nemen. Als ze sipjes in peignoir beneden komt, duurt het niet lang of ze ligt met blote billen op de bankpapieren. 'Voel je je nu weer beter, schat?', vraagt Hugo na afloop. 'Een potje neuken helpt altijd.' Die Hugo! Diezelfde nacht nog pakt Alicia haar koffers. Gelijk Monique van de Ven in 'Een vrouw als Eva' en gelijk Meryl Streep in 'Kramer versus Kramer', vermaarde films uit 1979, zo'n vijf jaar later. Die Pim de la Parra! Dat hadden we niet bedacht dat hij zo bijtijds het onbehagen van de vrouw in de peiling had.

'Alicia' was een van de eerste films waarin een vrouw ongeïnteresseerd mocht kijken terwijl ze met haar man vrijt, constateert filmhistoricus Hans Schoots in 'Van Fanfare tot Spetters'. Maar ze moest het nog wel doen! Twee keer met Hugo, een keer met Jeroen Krabbé, een keer met Jerôme Reehuis, en een keer met nota bene Olga Zuiderhoek terwijl Pim zelf probeert erbij aan te schuiven. Arme Willeke. Dat ze niet zo opgetogen was over haar rol als de naar onafhankelijkheid speurende Alicia vertelde van Ammelrooy destijds al, schrijft Schoots in zijn boek.'Onafhankelijkheid is niet alleen naar bed gaan met wie je wilt', citeert hij de actrice. Dat ongenoegen is ook in de film aan haar af te zien. Ze zucht zich voort. Turend naar een lichtpuntje aan het einde van de tunnel, maar Marleen Gorris is nog nog nergens te bekennen.

De jaren 60 en 70 bieden de stof voor de leukste hoofdstukken in het beknopte 'Van Fanfare tot Spetters', deze en volgende maand de aanleiding voor een retrospectief van Nederlandse films in het Filmmuseum. Het in cultuurhistorisch opzicht vermakelijke 'Alicia' is helaas niet opgenomen in dat filmprogramma (wel te huur in de videotheek), maar wel veel van de andere films van het beruchte Scorpioduo Pim & Wim (Pim de la Parra en Wim Verstappen), zoals hun debuut 'De minder gelukkige terugkeer van Joszef Katús naar het land van Rembrandt' en hun grootste succes 'Blue Movie'. Daarnaast films als 'Het gangstermeisje', 'Een vrouw als Eva', en de vroege films van Paul Verhoeven. Films die als je ze nu ziet eerder verbazing dan nostalgie oproepen. Wat een tijd, die jaren 70! Of het nou echt is of alleen maar film. Films gevuld met excellente hoeren ('Wat zien ik?') en buitenwijken vol met lustig met seks experimenterende huisvrouwen (Blue Movie, Alicia, Frank en Eva). En iedereen ging ervoor naar de bioscoop. Het zijn 'Titanic'achtige cijfers die Schoots in zijn boek noteert. Ruim twee miljoen mensen naar 'Blue Movie', ruim tweeënhalf miljoen mensen naar 'Wat zien ik?', ruim drie miljoen mensen naar 'Turks Fruit'.

Volgens Schoots heeft de seksgolf in de Nederlandse cinema destijds het nodige veranderd in de Nederlandse samenleving, al is er geen onderzoek om die bewering te kunnen staven, voegt hij wijselijk toe. Andersom kan ook waar zijn: dat de films spiegelden wat er al aan de hand was. Daarbij maakt Schoots zijn betoog zwakker door in zijn analyse van de films van de jaren zestig juist te benadrukken hoe diezelfde filmmakers vrije vogels waren die hun eigen gang gingen, los van politiek en samenleving. Dat kwam sterk tot uiting in 'Het gangstermeisje' van Frans Weisz, naar Remco Campert, een film over Camperts alter ego Wessel Franken die door Europa trekt op zoek naar 'gangstermeisje' Kitty Courbois. 'Ieder mens moet, móet een solofiguur blijven', aldus Campert. Een houding van de avantgardistische schrijvers van na de oorlog waar de filmers van de 'Nieuwe Golf'

(Frans Weisz, Adriaan van Ditvoorst, Verstappen en de la Parra) zich in de jaren 60 aan spiegelden. Het straatrumoer van die jaren duikt alleen maar in de films op als de hoofdpersoon het per ongeluk onderweg tegenkomt. Zoals Joszef Katús in Wim Verstappensdebuutfilm. We zien en horen hem 'Hans Tuynman vrij!' roepen tijdens een provomanifestatie op Koninginnedag 1966, terwijl hij later bekent geen idee te hebben wie dat is. Zelfs in de provocaties nog liever de 'outsider'.

De vraag is of de positie van diezelfde filmmakers tien jaar later zo anders was, maar Schoots suggereert dat hun latere seksfilms meer weerklank vonden bij het publiek. 'Iedereen werd bohémien', stelt hij aan het slot van zijn hoofdstuk over de seksgolf die volgde op 'de nieuwe golf'. Het was de tijd van NVSH, open huwelijk en commune, inderdaad, en ook de grote bezoekersaantallen wijzen in die richting. Maar als je Hugo Metsers (weer Hugo!) in 'Blue Movie' na de gevangenis in een Bijlmerflat vol 'lustige witwen' ziet belanden die hem allemaal graag willen, is al te duidelijk dat hier meer Wim Verstappens verbeelding dan de werkelijkheid regeert. Evenmin valt Ronnie Bierman erg serieus te nemen, hoe voortvarend ze ook de hoer met hart voor het vak neerzet in Paul Verhoevens 'Wat zien ik?'. Het blijft een vrouw die zonder morren Henk Molenberg aanspoort in zijn wens om slechts gehuld in schortje met plumeau in de hand door de kamer dansen. Allez, waarom niet, denkt Ronnie. Zo'n vrouw moet wel verzonnen zijn door Albert Mol, en dat was ze dus ook. Als je de 'seventies' films nu ziet laten ze eerder zien waar de feministische golf aan ontsproot, dan dat je nog gelooft dat ze aanspoorden tot nieuw seksueel elan. Dat de nieuwe seksuele regels ook konden knellen is iets waar recente buitenlandse films als het Zweedse 'Together' of het Amerikaanse 'The Ice Storm' meer aandacht aan besteedden. Een realistischer kijk op de seksuele revolutie had meer afstand en meer tijd nodig.

Toch word je er juist nu ook wel weer vrolijk van. Van Hugo en Carry, onbekommerd bloot in de Bijlmerflat. Zeker nu al een paar jaar een nieuwe seksgolf in de cinema (in vooral Franse kunstfilms) voor louter somberheid zorgt. Het is de tuin van Eden van toen tegenover de doem van de zondeval van nu. De naïeve, vrije, blije seks tegenover dood, verkrachting en fatale seksuele relaties in films als 'Irreversible', 'Romance', 'Twentynine Palms' (morgen in première). Het paradijs bleek al gauw onwaar en het heeft dus ook niet mogen duren.

Schoots laat die nieuwe seksgolf verder buiten beschouwing. Sowieso heeft hij weinig aandacht voor buitenlandse parallellen. Hij eindigt zijn geschiedschrijving bij het veel minder gedateerde 'Spetters', de toen zo omstreden een na laatste Nederlandse film van Paul Verhoeven. De zondeval is al weer stevig aanwezig in 'Spetters'. De seks is heFilmretrospectieflemaal niet vrolijk meer maar banaal of hard. Een machtsmiddel. De aanleiding tot klappen. Een onderdrukt verlangen in een benauwende, provinciale gemeenschap. Schoots acht de Nederlandse filmers van nu ('Wilde Mossels', 'Van God Los') schatplichtig aan het toen om haar banaliteit verketterde 'Spetters' en daar zit wat in. Maar je merkt nu ook (meer dan toen) Verhoevens eigen schatplichtigheid aan films als 'Saturday Night Fever' op, en vooral dat wat 'Spetters' tot zo'n echte Verhoeven maakt. Er zit nog heel wat Ronnie Bierman in de ambitieuze, onafhankelijke, fatale Fientje van Renée Soutendijk en er zal later nog heel veel Fientje zitten in Sharon Stone's Catherine in 'Basic Instinct'. Een typische Verhoevenvrouw in een typische Verhoevenfilm: meeslepend, onbehouwen, oerendhard.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden