Vrolijk worden van een poepende bij

Met hun aanstekelijke enthousiasme weten schrijfster Alma Huisken en fotografe Doortje Stellwagen de liefde voor de natuur en de vreugde van tuinieren over te brengen. Hun royale Groningse tuin met boomgaard en moestuin is de hoofdpersoon van hun derde tuinboek.

'Heb je een wurmpje, Klazien? Nee? Dat valt tegen hé." Alma Huisken spreekt haar 22 kippen moederlijk toe. "Sommige zijn al zo'n zeven of acht jaar bij ons, dan raak je met elkaar vertrouwd." Ook met de twaalf ganzen die Huisken samen met haar partner Doortje Stellwagen op hun hectare grond in het Groningse Hogeland houdt, staat het stel op vertrouwelijke voet. Zodra een van beiden zich buiten laat zien, klinkt achterin de tuin een opgewonden gegak. "Ik laat ze er wel even uit", roept Stellwagen. Ze opent het hek waarachter de ganzen verblijven en met open armen dirigeert ze de dieren over het gras naar de vijver. "Kijk, ze hebben een ei achtergelaten", zegt Huisken. Opgetogen pakt ze een fors exemplaar van de grond. Het is koud. Tussen het stro in het ganzenverblijf blijkt nog een ei te liggen, ook al door moeder de gans in de steek gelaten.

Het is een mistige koude februaridag, maar ondanks het sombere weer zijn naast de broedse ganzen hier en daar al de tekenen van de ontluikende lente te zien op het grote erf van Huisken en Stellwagen. Overal staan gezellige groepjes sneeuwklokjes en wilde narcissen. Hier en daar spuit gifgroen fluitekruid uit de grond en in de moestuin steken al wat rode rabarberstronken de kop op. Over twee van die ontluikende rabarberstruiken staan aardewerken stolpen. "Dat zijn de bleekpotten", legt Stellwagen uit. "Daarmee maken we de plant wijs dat ze nog onder de grond zit. Ze gaat dan een weg naar het licht zoeken en dat levert lekkere malse bladeren op."

De Groene Luwte, de tuin, met moestuin en boomgaard van Huisken en Stellwagen is nu nog grotendeels in winterslaap, maar al bladerend door 'Met mest en vork', het derde gezamenlijke boek van de schrijfster en de fotografe, zie je de tuin groener, voller en zwanger van de vruchten, peulen en noten worden. Het boek is ingedeeld naar de maanden van het jaar. Via anekdotes, dagboekfragmenten en recepten worden op losse en humoristische wijze tips en ervaringen met tuinieren en koken gedeeld die op die maand betrekking hebben. De bijbehorende foto's doen daarbij de groene vingers jeuken en laten het water in de mond lopen.

Trouwe Trouw-lezers kennen Huisken en Stellwagen misschien nog wel. In 2002 deelden de twee via de serie 'De groentetuin' hun ervaringen als moestuinbeginnelingen in een Haarlemse volkstuin. Huisken: "Als culinair journaliste wist ik alles te vertellen over de witte truffel uit Piemonte, maar van de herkomst van dagelijkse kost als aardappelen, erwten en wortels wist ik eigenlijk niets. Dus vond ik het tijd worden om te ervaren hoe het is om je eigen voedsel te telen."

Deze serie in Trouw resulteerde in het boek 'Groentje in de moestuin'. "We hebben nog wel even moeten leuren voordat we dat uitgegeven kregen", herinnert Stellwagen zich nog. "Aan volkstuinen kleefde destijds nog het imago dat het vooral iets was voor oude mannetjes", vult Huisken aan. "Maar toen het eenmaal uit was, bleek het boek aan een enorme behoefte te voldoen." "Je had wel boeken over hoe je een moestuin moest aanleggen, maar die tuinboeken stemden altijd een beetje somber omdat het je toch niet lukte om het zo perfect als het voorbeeld te doen", weet Stellwagen nog. "In ons boek kon je lezen dat het ook weleens mis kan gaan. Ons gekeuvel over de belevenissen in de tuin en de gerechten die we maakten, bleek dan ook enorm aan te slaan."

Het tuinieren beviel het schrijf- en fotografieduo zo, dat ze in 2003 besloten vanuit Haarlem te 'emigreren' naar het Groningse Hogeland. Met vallen en opstaan wist het tweetal van hun hectare zavelgrond een eigen groene plek te maken waarop ze vrijwel zelfvoorzienend zijn. In hun tweede boek 'Van 't land' werd hier uitgebreid verslag van gedaan. 'Met mest en vork', is daar het vervolg op.

"In onze tuin beleven wij dagelijks momenten van enorme levenslust, die willen wij door middel van dit boek delen", legt Huisken uit. "Afgelopen zondag stond ik bijvoorbeeld nog met de zon op mijn bol in de kas spinazie te zaaien toen ik zag hoe de bijen er massaal op uittrokken voor hun eerste poepvlucht. In de winter is het te koud voor ze om de kast te verlaten, dus zodra de zon ze wakker kust gaan ze er massaal op uit om hun darmen te legen. Ik zag de kleine spatjes vliegen. Geweldig!"

"Zodra je hier buiten komt, word je omgeven door het leven", beaamt Stellwagen. "Ik ervaar dat als een helende energie. We zijn hiernaartoe gekomen omdat we meer ruimte wilden om ons te ontplooien en de tuin is daar een vriend bij. Een vriend die af en toe wat aandacht verdient." Als het om de tuin gaat, spreekt het stel het liefst in vriendschappelijke termen. Huisken: "Ik ontvang regelmatig cursisten voor tuinierworkshops en dan vragen ze me vaak 'Hoe bestrijd jij onkruid of slakken?'. Maar ik hou helemaal niet van dat vijanddenken. Wij zien onze tuin als een oikos, een huishouden, en daar kan onkruid ook een plek in hebben. Sommige stukken laten we daarom bewust verwilderen. Een stapel afgezaagde takken laten we bijvoorbeeld liggen. Dat kan weer de schuilplaats zijn voor kikkers en padden en die eten graag slakken."

Hoewel de twee tuinvrouwen grotendeels volgens biologische en zelfs biologisch-dynamische principes werken, omschrijven ze zelf hun stijl van tuinieren als eclectisch. "Respect voor de natuur is ons belangrijkste uitgangspunt", zegt Stellwagen. Behalve dat de twee veel zogenaamde vergeten groenten telen - in de moestuin zijn maar liefst 21 verschillende aardappelrassen te vinden - hoort daar ook bij dat je zo min mogelijk weggooit. "In een moestuin haal je nooit een tien", weet Huisken. "Op een rijtje wortels is er altijd wel eentje waar een muis of een worm aan heeft geknabbeld. Dan gooi je het aangetaste deel op de composthoop en de rest kan nog prima in de soep."

De compoststraat is het heilige der heiligen in de Groene Luwte. "La Compostela noemen we dat weleens", zegt Huisken. La Compostela bestaat uit meerdere composthopen die elk in een verdergaand stadium van ontbinding zijn. Op het eind van het rijtje staat zelfs een toilet. Die menselijke mest laten Huisken en Stellwagen wel onder de grond ontbinden maar gebruiken ze niet voor de tuin. "Menselijke humus is op zich prima mest, maar met al die antibiotica en andere medicijnen die mensen tegenwoordig slikken, gebruik ik het liever niet", legt Huisken uit.

Verder is alles welkom in de compost. Ze laat een potje zien waarvan de inhoud nog het meest op tuinaarde lijkt. "Afval is het tuindersgoud. In deze compost kunnen wel honderd ingrediënten zitten, van een sliertje pasta tot blaadjes uit de tuin. Die mest is nodig voor de transformatie die een zaadje naar een oogstbare prei of pompoen moet ondergaan. Om groenten zo te laten groeien, moeten ze goed eten. Met andere woorden: voed de aarde, en de aarde voedt jou."

'Met mest en vork', €39,50, 630 p., uitgeverij Lemniscaat. Vanaf maandag in de winkel. www.degroeneluwte.nl

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden