Vroemen, Laros en Maase slagen voor eerste examen

ATHENE - Aan een goede start heeft het de Nederlandse atletiekploeg de afgelopen jaren altijd ontbroken. Waarmee de toon voor het verder verloop van de titeltoernooien was gezet. In Athene waren Simon Vroemen en Marcel Laros in staat die negatieve spiraal te doorbreken. Beiden bereikten gisteren in de vroege uren de halve finale op de 3000 meter steeple.

In de late uren volgde Kamiel Maase het goede voorbeeld. De Leidse atleet plaatste zich voor de finale van de 10 000 meter. Maase eindigde in de tweede serie als zesde in een tijd van 27.57,78. Dat was ruim twee seconden langzamer dan de Ethiopische topfavoriet Gebrselassie, die de snelste van de series was.

Terwijl hem op de ochtend van zijn eerste WK-optreden enige onzekerheid bekroop, zag Simon Vroemen hoe wereldrecordhouder Wilson Kiptanui zich ontspannen op de series van de 3000 meter steeple voorbereidde. Met een stop-watch in de hand leidde de Keniaan een training van de vijf kilometerlopers van zijn land. Na zijn geslaagde stap naar de halve finales, kon de Nederlander gisteren concluderen dat de Kenianen zich opvallend rustig hadden gehouden op de discipline die ze bij traditie domineren. “Echt keihard racen doen zij natuurlijk pas in de finale. Dan gaan ze gewoon op een tempo van 8.10 minuten weg, niemand die ze dan nog kan volgen.” Voor het bereiken van die eindstrijd moet Vroemen samen met Laros vandaag een ongetwijfeld zwaarder examen afleggen. Gisteren ging het in drie series slechts om negen afvallers op 33 deelnemers.

Twee jaar geleden was Laros tijdens de WK in Gothenburg nog in de eerste schifting gesneuveld op de vele onvoorspelbare tempo-versnellingen waarmee de Kenianen hun tegenstanders plegen uit te putten. Dat was wel even wat anders dan de wedstrijden waarin hij als steeple-loper van nationaal niveau aardig uit de voeten kon. Volkomen gedesillusioneerd verliet hij de Scandinavische stad, waarna in 1996 met blessures en het op 0.08 seconden missen van de Spelen in Atlanta nieuwe teleurstellingen volgden. Dit jaar kwam de omslag ten goede, niet in het minst omdat zijn trainingsgenoot Simon Vroemen een niet meer bevroede progressie boekte. De biochemicus die dit jaar afstudeerde op een onderzoek naar de energie die bij sprinkhanen vrijkomt, voelde bij zichzelf meer krachtbronnen dan ooit opborrelen. Op bijna 28-jarige leeftijd had Vroemen zich eigenlijk al neergelegd bij het feit dat hij domweg de capaciteiten miste om ooit een internationaal atleet te worden, zoals zijn eeneiïge broer Casper dat nog steeds moet hebben. Tot Simon Vroemen dit jaar bij verrassing ineens het stokoude Nederlandse record van Hans Koeleman benaderde.

“Je groeit hier heel snel in”, zei Vroemen gisterochtend nadat hij zich in zijn serie op zeker als vierde voor de halve finale had geplaatst. Hij had gesproken over de negatieve druk die series met zich meebrengen - “Je staat er toch bij stil dat het erna meteen afgelopen kan zijn” - en de positieve prikkel die hij als atleet haalt uit de mogelijkheid in de halve finale de eindstrijd te halen. Alsof het voor hem allemaal al gesneden koek is, in plaats van een debuut. Hij herinnert zich nog hoe hij in Duitse B-wedstrijden vaak tegen Mark Osendarp uitkwam. “Die liep ook altijd in de 8.30 en begin dit seizoen zat hij ineens in de WK-ploeg. Daar baalde ik verschrikkelijk van, dat hij wel die sprong had kunnen maken en ik niet. En nu staan we in dezelfde serie op de WK.”

Pas in de slotronde voelde Vroemen zich safe, nadat talloze botsingen met de Marokkaan Khatabi hem wat onzeker hadden gemaakt. “Ik liep makkelijk, ofschoon ik het drie ronden voor tijd even moeilijk kreeg.” Meer problemen had Laros, die met gemengde gevoelens terugkeek op de race waarin hij zesde werd, exact voldoende voor directe plaatsing. Dank zij het feit dat de Griek Vouzis over de laatste balk struikelde. “Het ging vrij moeizaam, ik was vandaag niet extreem super. Maar ik ben natuurlijk blij dat ik nu wel een ronde verder ben.”

Op de massagetafel zal behoorlijk gewerkt moeten worden om de spieren voor vandaag weer soepel te krijgen. De keiharde baan betekent vooral op de zware steeple een aanslag op het gestel. Maar de IAAF heeft nu eenmaal alle middelen aangewend om op de sprints excellente tijden te garanderen. Maar het kostte op de eerste twee WK-dagen op die onderdelen ook vele slachtoffer, en overwerk voor de brancard-dragers van de medische ophaaldienst.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden